Gezocht: trapveldje met muren

Het voortbestaan van het Afghaanse nationale vrouwenelftal is in gevaar. Maar dat komt dit keer niet door de Talibaan. De vrouwen hebben geen eigen veld.

Vanaf een afstandje lijkt het zo mooi. Afghanistan, waar in de jaren negentig van het Talibaan-regime vrouwen nog werden gestenigd, kent sinds 2004 een nationaal voetbalelftal met vrouwen. De internationale gemeenschap, de media en allerlei activistische organisaties dragen de vrouwen sindsdien op handen.

Overal verschijnen ze als heldinnen die de revolutie in het land hebben uitgeroepen. De NAVO organiseerde zelfs een vriendschappelijk wedstrijdje (dat ze met 1-0 verloren) omdat deze vrouwen, die „de nachtmerrie van de Talibaan” zijn, het beeld van Afghanistan proberen te veranderen.

Maar een bezoek aan de trainingen van de Afghaanse voetbalvrouwen laat een andere werkelijkheid zien. Aanvoerster en verdedigster Sarah Machmodie (21), die ons hartelijk welkom heet, wijst met afschuw naar de Afghaanse mannen die langs de kant van het splinternieuwe kunstgrasveldje staan.

Iemand die al wat langer in Afghanistan woont, herkent meteen het probleem van Sarah. De vrouwen die natuurlijk niet in lange jurken trainen maar in leggings en voor Afghaanse begrippen strakke shirts met de tekst ‘Afghanistan’ op de rug, worden hier op een pijnlijke manier blootgesteld aan de overal aanwezige veroordelende en soms hitsige blikken van mannen.

Er kan inmiddels veel in dit land. Vrouwen voetballen, boksen en basketballen. Maar een ding is nog niet veranderd: op straat bedekt nagenoeg elke vrouw zich nog om de eer van haar familie te beschermen. Is het niet met een hoofddoek dan is het wel met een alles verhullende boerka.

De oplossing lijkt dan ook zo simpel. Een trainingsveld met een muur eromheen zou de vrouwen alle vrijheid geven om de kwaliteit van het spel te verbeteren, zegt Sarah. Afghaanse vrouwen hebben die service overal: in ziekenhuizen en restaurants kunnen ze ongestoord hun gang gaan, doordat de ruimte afgeschermd wordt door een gordijn. Bij de vele veiligheidscontroles bij ministeries of op het vliegveld worden de vrouwen gefouilleerd in een apart hokje.

Maar om het internationaal zo geprezen vrouwenteam ook te beschermen met een paar simpele muren, is nog bij niemand opgekomen. „We hebben het herhaaldelijk gevraagd aan onze voetbalfederatie, maar we krijgen geen antwoord”, zegt Wahidullah Wahidi die het in 2004 bij de mannen voor gezien hield en de vrouwen ging trainen. „Voor mij is er geen verschil: voetbal is een spel, voor vrouwen en mannen”, stelt hij.

De Duitsers financierden het nieuwe trainingsveld waar het team nu traint, maar aan een beschermde plek voor het vrouwenteam is niet gedacht. De NAVO had niet veel beters in de aanbieding. Zij stelde een zanderig veldje ter beschikking bij hun hoofdkwartier in Kabul.

Het terrein was echter niet gemaakt voor het voetbalspel, maar bedoeld als landingsplatform voor helikopters. Om de haverklap moest de training onderbroken worden voor de landing van soldaten. De speelsters moesten opnieuw schuilen, niet alleen voor de blikken van de westerlingen, maar ook voor de zandstormen die de helikopters veroorzaakten.

Ondertussen moet het team het ook niet van zijn eigen regering hebben. „We zijn op zoek naar een afgeschermde plek”, zegt de woordvoerder van het ministerie van Sport. „Maar u moet weten dat hier al dertig jaar oorlog woedt, dus gaan dit soort zaken niet zo snel.” De woordvoerder vindt dat de vrouwen prima kunnen trainen op het Duitse veld of bij de NAVO.

Waar het aan de Afghaanse kant mis gaat? Niet zozeer de Talibaan-dreiging, maar een conflict tussen twee broers weerhoudt de aanleg van de ideale trainingsplek voor de vrouwen. De baas van hun eigen voetbalfederatie en zijn broer – hoofd van het Afghaanse olympisch comité – gunnen elkaar niets. En dus ook geen trapveldje voor het wereldwijd geprezen vrouwenelftal.

De voorgangster van Sarah, Khalida Popal, klaagde op de nationale televisie, maar toen kwamen de echte bedreigingen. De bestuurder van het Afghaanse olympisch comité, met nauwe banden met de vicepresident, stuurde dreigsms’jes en bezocht met soldaten haar kantoortje om duidelijk te maken dat ze haar mond moest houden.

Khalida Popal is nu weg uit Afghanistan. Sportmerk Hummel, hoofdsponsor van de vrouwen, bood haar een baan in het veilige Denemarken.

Enkele ouders laten inmiddels hun dochters niet meer „als pornosterren optreden” op zo’n open locatie, waar iedereen de vrouwen kan bekijken, zegt Sarah. Twee speelsters zijn al afgehaakt. „En veel ouders weten niet eens dat we in een open veld oefenen, want dan zouden ze ons thuis houden.”

Sarah wil de strijd voor „zoiets kleins als een eigen veldje” niet opgeven, zegt ze tijdens het omkleden na de voetbaltraining. „Dat moet toch niet zo moeilijk zijn? Heb jij nog contacten bij de Amerikaanse ambassade? Zouden zij ons willen helpen, denk je?”

Terwijl de studente fysiotherapie, grote fan van de Nederlandse prof Ruud van Nistelrooy, haar lippen stift en haar donkere lange haren wegstopt in een hoofddoek, prijst ze haar vader die haar toestaat te voetballen. „Mijn vader laat me dit doen, dus ik wil door, ook al werkt iedereen ons tegen.”