Gezichtsverlies door andermans wangedrag

Sociaal psycholoog Stephanie Welten promoveert vandaag op plaatsvervangende schaamte. Die kan, zegt ze, een kwestie zijn van inleving, maar ontstaat altijd uit een bedreigd zelfbeeld.

Voordat de eerstejaars psychologiestudenten aan de Universiteit van Tilburg aan hun vak ‘Introductie tot de psychologie’ begonnen, kregen ze een kort filmpje te zien. Een student die vorig jaar aan zijn studie was begonnen, deed in een videodagboek verslag van het moment dat hij de uitslag kreeg van zijn eerste opdracht. In het begin was hij nog vol goede moed geweest, vertelt hij, maar tot de uitvoering van die goede ideeën was het niet gekomen. Vlak voor de deadline bleek de opdracht stukken moeilijker dan verwacht. Terwijl zijn ouders over zijn schouder meekeken, opende hij de lijst waarop zijn cijfer stond. Het was een 4.

Schaamte, dat is wat de studenten observeerden. Sociaal psycholoog Stephanie Welten promoveert er vandaag op aan dezelfde universiteit. „Schaamte treedt op wanneer een slechte eigenschap van jezelf naar voren komt. Het vormt daardoor een bedreiging van je zelfbeeld.” Het vervelende gevoel stimuleert je om iets aan die zelfbedreiging te doen, legt Welten aan de telefoon uit. Het bekende gevoel ‘wel door de grond te kunnen zakken’, kan tot vermijding van een situatie leiden of stimuleren om een volgende keer beter je best te doen.

Het filmpje dat de studenten te zien kregen, was deel van een van haar experimenten. Weltens studenten kregen ofwel de opdracht objectief te kijken, ofwel zich voor te stellen hoe de jongen zich voelde, ofwel om zichzelf te verplaatsen in de jongen en zich voor te stellen hoe ze zich dan zélf zouden voelen. Wat ze niet wisten, is dat Welten bij hen plaatsvervangende schaamte probeerde op te wekken. In vergelijking met bijvoorbeeld plaatsvervangende woede, schuld en blijdschap is plaatsvervangende schaamte verreweg de bekendste ‘plaatsvervangende emotie’. „Plaatsvervangende schaamte wordt vaak gezien als een vreemde emotie, omdat schaamte in principe juist om jezelf draait. Maar in mijn onderzoek toon ik aan dat ook plaatsvervangende schaamte functioneel is.”

Welten onderscheidt twee soorten plaatsvervangende schaamte. De bij de studenten opgewekte schaamte is empathische schaamte, vergelijkbaar met empathische blijdschap of woede die je kunt ervaren. Die schaamte is gebaseerd op een ingebeelde bedreiging van het zelfbeeld: ‘als ik maar niet zoals hij…’ Het andere type plaatsvervangende schaamte treedt op wanneer je onderdeel van een groep bent en andere groepsleden onbeschaafd gedrag vertonen. „Wanneer je in een restaurant zit, bijvoorbeeld, en een paar van je vrienden na een tijdje steeds irritanter beginnen te doen.”

Welten ontdekte dat dit type schaamte – in tegenstelling tot schaamte over je eigen gedrag – niet draait om een bedreiging van je persoonlijk zelfbeeld, maar alleen van je sociale zelfbeeld, je reputatie. Je bent bang dat dankzij het wangedrag van je vrienden ook jij bij anderen, in dit geval bijvoorbeeld de serveerster, in achting daalt.

„De exacte functie daarvan hebben we nog niet aangetoond, maar wie zich schaamt, is geneigd de ander te corrigeren, waardoor die beseft dat zijn gedrag ongewenst is. Bovendien gaan de groepsgenoten extra vriendelijk doen tegen de serveerster.”

In het experiment met de eerstejaars psychologiestudenten toonde Welten de functie van empathische plaatsvervangende schaamte aan. Twee weken na de vertoning moesten de studenten dezelfde opdracht inleveren als de jongen (of het meisje) in het filmpje. De studenten die zich hadden verplaatst in het perspectief van de jongen uit het filmpje scoorden gemiddeld een 7,4, de niet-kijkers een 6,6. De studenten die ‘objectief keken’ of zich slechts voorstelden hoe de jongen zich zou voelen, hadden geen hoger cijfer dan de niet-kijkers. Inleven is nodig. Welten: „De emotie van de ander werkt bij voldoende inleving als motivator.”

Welten woont in Antwerpen. Op de vraag of ze zich ook wel eens plaatsvervangend schaamt, antwoordt ze met enige schroom: „In de weekends stroomt de stad vol met Nederlanders die vrijgezellenfeestjes komen vieren. Zodra die mannen luidruchtig en losbandig beginnen te worden, schaam ik me wel eens Nederlander te zijn. Dat is pure groepsgebaseerde schaamte ja, uit angst voor reputatieschade, want empathie voel ik op zo’n moment niet echt voor die jongens.”