Geef de blauwe vogel om het geluk te laten zegevieren

Maurice Maeterlinck: De Blauwe Vogel. Bewerking: Do Van Ranst, met prenten van Carll Cneut, De Eenhoorn, 90 blz. €15,95 (10+)

Onze zuiderburen zijn trots op Maurice Maeterlinck (1862-1949). Hij is de enige (in het Frans schrijvende) Belg die de Nobelprijs voor de Literatuur ontving, in november 1911. Vooral zijn dramatische werk, dat zich ‘onderscheidt door een rijkdom aan verbeelding en poëtische betovering’ werd door het Nobelprijscomité geprezen.

In Gent – Maeterlincks geboortestad – wordt dat dit voorjaar herdacht met onder meer een tentoonstelling over zijn beroemdste toneelstuk, L’oiseau bleu of ‘De blauwe vogel’: een romantisch sprookje over twee houthakkerskinderen, Mytyl en Tytyl, die op bevel van de fee Bérylune op zoek gaan naar ‘de blauwe vogel’ en naar het geluk dat deze Bérylunes zieke dochtertje moet brengen.

Tijdens hun mysterieuze zoektocht, die hen voert naar het Land der Herinnering, Het Paleis van de Nacht en Het Rijk van de Toekomst, leren ze de aard der dingen zien en ontdekken ze het mysterie van het leven. Wanneer de kinderen uit ‘hun droom’ ontwaken en inzien dat Bérylunes dochtertje dezelfde is als hun zieke buurmeisje dat niets liever wenst dan Tytyls tortelduif, dan begrijpen dat ze haar de vogel moeten geven wil het geluk zegevieren.

Ondanks het feit dat de première (Moskou, 1905) een wereldwijde triomftocht inluidde, is het toneelstuk in de vergetelheid geraakt. Alleen al daarom is het lovenswaardig dat jeugdboekenauteur Do van Ranst en illustrator Carll Cneut het aandurfden De blauwe vogel te bewerken, om zo kinderen en grote mensen die onbekend zijn met Maeterlinck, met de meester van het literaire symbolisme, te laten kennismaken.

Dat hun boek al na een week zijn tweede druk beleefde, is vermoedelijk vooral te danken aan Cneuts fraaie, licht bevreemdende illustraties in een variatie aan (donker)blauwige kleuren. Maar ondanks dat Van Ranst probeert een balans te vinden tussen het oorspronkelijke, nadrukkelijk symbolistische karakter van De blauwe vogel en onze 21ste-eeuwse no-nonsense mentaliteit, overtuigt de tekst niet helemaal.

Zeker, sommige scènes zijn mooi, in een tijdloze taal, verwoord. Zoals het moment dat Tytyl de talisman van Bérylune aanwendt (een diamant) om ‘de ziel der dingen’, inclusief die van Hond en Poes, op te roepen waarna ‘de uren’ uit de klok ‘ontsnappen’, en suikerkristallen ‘in een goedlachse kerel in snoepjeskleren’ veranderen. Of wanneer de kinderen en hun gevolg in het angstaanjagende Paleis van de Nacht aankomen waar Nacht, geholpen door Noodlot, ‘alles wat het leven teistert’ achter gesloten deuren bewaart.

Maar als verhaal in boekvorm gaat De blauwe vogel ten onder aan zijn sterk allegorische karakter. Cneuts sfeerverhogende prenten bewijzen dat Maeterlincks sprookje visualisatie behoeft en het beste tot zijn recht komt op het toneel.