'Een heel wereldbeeld op één vel'

In een serie literaire liefdesverklaringen deze week: illustrator Sieb Posthuma over zijn inspirator Saul Steinberg (1914-1999).

‘Al tekenend zichzelf scheppen, dat is wat de getekende figuur probeert te doen op de cover van Steinberg at The New Yorker. Deze figuur, getekend door de Roemeens-Amerikaanse illustrator Saul Steinberg, doet een verwoede poging met zijn rechterhand een hoofd op zijn romp te tekenen. Hoog boven zijn jasje dwarrelen lijnen door de lucht en die lijken uit te monden in een handtekening.

,,Steinbergs speelse en plezierige cartoons maken hem tot een van mijn belangrijkste inspiratiebronnen. Hij groeide daartoe uit, toen ik na mijn afstuderen in 1987 via HP/De Tijd het illustratievak inrolde.

Zijn illustraties kende ik nog uit mijn jeugd. Als kind was ik al dol op tekenen en bladerde ik geregeld door Punch en The New Yorker, Amerikaanse bladen waar Steinberg veel voor tekende en waarop mijn vader was geabonneerd.

,,In mijn studietijd kwam ik Steinbergs illustraties geregeld tegen in antiquariaten op het Waterlooplein in Amsterdam, waar ik grafiek en schilderen studeerde aan de Rietveld Academie. Toch was hij toen nog geen groot voorbeeld voor me. Dat kwam door het aanbod op de Rietveld. Er waren daar zoveel manieren om je creatief te uiten. Ik raakte er totaal door in verwarring.

,,Nu probeer ik, net als Steinberg, met mijn illustraties steeds een afzonderlijk verhaal te vertellen. Daar is Steinberg later in zijn carrière enorm goed in geworden. Zijn vroege werk, uit de jaren veertig, vijftig en zestig, is wat conventioneler, met grapjes die je in één oogopslag begrijpt.

,,In de jaren zeventig werd Steinbergs werk rijker en gelaagder. Een mooi voorbeeld is zijn beroemd geworden cover van The New Yorker van 29 maart 1976. Op die tekening staan op de voorgrond de rijzige herenhuizen van Ninth Avenue op Manhattan. Daarboven volgt op Eleventh Avenue en de Hudson River een vlak, zandkleurig terrein met wat rotspartijen bij de woorden Texas, Los Angeles en Nebraska. En na een blauw strookje Stille Zuidzee , liggen China, Rusland en Japan als onbeduidende witte hoopjes aan de horizon. Steinberg presteerde het dus om op één vel het toenmalige wereldbeeld van een New Yorker weer te geven.

,,Steinberg onderzoekt waartoe tekenen in staat is. Het kan, zo liet hij zien, dode objecten tot leven wekken. Op de rugleuning en het zitvlak van een doodgewone fauteuil tekende hij een vrouw. Door op het bijzettafeltje vlak voor de stoel, met daarop een lullig bosje bloemen, de arm van de vrouw te laten rusten suggereert hij op knappe wijze drie dimensies.

,,Ook op technisch vlak heeft Steinberg mij geïnspireerd. Op de cover die hij maakte voor The New Yorker van 20 oktober 1975, met daarop twintig Amerikaanse archetypes als het Vrijheidsbeeld, de witkopzeearend, Mickey Mouse en de Kerstman, kraste Steinberg met een zachte potlood de contouren van John Doe bij elkaar, de anonieme Amerikaan. Door die techniek oogt het typetje als een lijzig mannetje. Wat mij zo fascineert aan deze tekening is dat Steinberg zijn materiaal aanwendt om zijn personage een karakter te geven.

,,Met die cover vol Amerikaanse archetypes uitte Steinberg ook kritiek op Amerika. De cowboy en astronaut staan redelijk onnozel op die cover afgebeeld. Dat is zijn kritiek op de Amerikaanse droom, een droom waar hij als migrant uiteindelijk zelf dankbaar gebruik van heeft gemaakt.’’

Joel Smith: Steinberg at The New Yorker. Harry N. Abrams, 240 blz. €53,-