Duurzame ontwikkeling is nodig, ook al scoren politici er niet mee

De internationale, duurzame ontwikkeling loopt vast. Overheden moeten naar ondernemers, universiteiten, hogescholen en steden kijken voor het goede voorbeeld, betoogt Roel in ’t Veld.

Het wereldwijde gesprek over duurzame ontwikkeling stokt. Conferenties mislukken. Eerdere internationale overeenkomsten imploderen. Nieuwe modieuze recepten, zoals vergroening van de economie, overtuigen nauwelijks. Het is dus de zoveelste bestuurscrisis. Ook de conferentie van de Verenigde Naties over duurzaamheid, in juni in Rio de Janeiro, stevent af op een rampzalige mislukking.

Toch is het dringend nodig de samenleving duurzamer te maken. We moeten een betere balans bereiken tussen sociaal welzijn, economische voorspoed en de fysieke leefomgeving, waarbij we tevens verantwoordelijkheid aanvaarden voor toekomstige generaties. Over dit doel bestaat overeenstemming, maar de verwezenlijking faalt.

We gebruiken nog steeds te veel onvervangbare hulpbronnen, we veranderen hoogstwaarschijnlijk op een gevaarlijke manier het klimaat en we laten honger en sociale ongelijkheid voortbestaan. Tegelijkertijd beschikken we over meer kennis en mogelijkheden dan ooit om ontwikkelingen ten goede te keren.

De bestaande manier van besluitvorming leidt niet tot duurzame samenlevingen en moet dus veranderen. Ook het geloof dat duurzaamheid het beste met centralistische en juridisch bindende verdragen kan worden verwezenlijkt, moeten we bijstellen.

Het zou veel effectiever zijn om te streven naar verdragen binnen cultureel meer homogene regio’s. Waarom zouden de Verenigde Naties hiervoor niet hun eigen organisatie inzetten?

Het is tijd te erkennen dat het streven naar duurzaamheid vaak verder is ontwikkeld in geavanceerde, grote ondernemingen dan bij overheden. Bedrijven beschikken over kennis van duurzame technologieën die bij publieke organisaties niet voldoende meer aanwezig is. Kleine innovatieve ondernemingen verdienen aansporingen, door toernooien en grote prijzen, om vondsten algemeen toegankelijk te maken.

Nationale regeringen moeten ophouden met paternalisme dat berust op de waan dat ministeries het beter weten. De werkelijk interessante ontwikkelingen gebeuren op universiteiten en hogescholen, in ondernemingen en in steden. Terecht heeft directeur Maarten Hajer van het Planbureau voor de Leefomgeving gewezen op de wenselijke centrale functie van steden in verduurzaming. De wetenschap is overwegend georganiseerd in afzonderlijke disciplines. De onderzoeksresultaten zijn vaak hypothetisch. Weerlegbaarheid is een methodologische plicht. Kennis van een enkele discipline kan nooit een oplossing leveren voor een maatschappelijk probleem. Zo’n probleem is multidisciplinair. Samenwerking tussen disciplines is dus noodzakelijk. Deze is vaak gebrekkig. Kennis en inzichten van ervaringsdeskundigen zijn nodig.

Wie het karakter van wetenschappelijke kennis serieus neemt, met ingebed voorbehoud en voorzichtigheid, zal nooit de normatieve en alarmistische beweringen doen over wereldproblemen die bijna dagelijks in de media uit de mond komen van wetenschappers. Desgevraagd zouden zij meestal verklaren dat zij niet als wetenschapper optraden of geen tijd hadden om voorzichtig te zijn.

Dit leidt tot een pandemonium, of het nu gaat om klimaatverandering of de eurocrisis. Het gezag van de wetenschap wordt onnodig belast. Dit werkt averechts. Is het gewaagd om te veronderstellen dat quasiwetenschappelijk alarmisme eraan heeft bijgedragen dat het percentage westerse burgers dat geloof hecht aan grote schade ten gevolge van klimaatverandering recentelijk daalt?

Wil de wetenschap optimaal aan duurzame ontwikkeling bijdragen, dan moet ze haar organisatie veranderen, met meer aandacht voor transdisciplinaire samenwerking en terughoudendheid in de media.

Deze aanbevelingen zullen de governance van duurzame ontwikkeling verbeteren. Deze weg moet worden ingeslagen, ook al zal hij politici geen snelle successen opleveren.

Prof.dr. R.J. in ‘t Veld is bestuurskundige. Hij was onder meer wetenschappelijk onderzoeker bij het ministerie van Onderwijs en staatssecretaris. Dit is een samenvatting van Transgovernance. The Quest for Governance of Sustainable Development, Institute for Advanced Sustainability Studies, 2011.