Draghi kan wel wat magie gebruiken

De Bundesbank is geen partij voor koning Arthur. De legendarische Keltische heerser had weinig moeite het magische zwaard Excalibur uit een rotsblok te trekken, maar de Duitse centrale bank heeft er drie jaar over gedaan om een begin te maken met het slijten van zijn eigen ‘Excalibur’. Dat is een zogenoemde collateralised debt obligation, een pakket obligaties gedekt door riskante vastgoedleningen. Ze werden in elkaar gezet door de tovenaars van de voormalige Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers.

Deze obligaties behoren tot het onderpand dat de centrale banken van de eurozone hadden geaccepteerd in ruil voor leningen aan Lehman en diverse IJslandse banken. Die gingen in 2008 allemaal failliet, waardoor de eurozone zich gedwongen zag een voorziening van 5,7 miljard euro te treffen. Later is die teruggebracht naar 2,2 miljard euro.

In het kielzog van het faillissement van Lehman Brothers heeft de Europese Centrale Bank ongeveer 450 miljard euro geleend aan de banken van de eurozone. Tijdens de huidige crisis van de Europese staatsfinanciën biedt de ECB veel méér steun: ongeveer 674 miljard euro, inclusief 489 miljard euro in de vorm van de eerste tranche van een serie liquiditeitsinjecties met een looptijd van drie jaar, in december. Zakenbank Morgan Stanley schat dat de tweede tranche kan oplopen tot 400 miljard euro.

Zal het nieuwe steunpakket tot grotere verliezen leiden dan het vorige? Dat is lastig te beoordelen. De tweede injectie met een looptijd van drie jaar zou het risico van pijnlijke schuldsaneringen of het faillissement van een of meer banken moeten verminderen. Daardoor wordt ook de kans op verliezen kleiner.

Maar in sommige opzichten is het onderpand van mindere kwaliteit. De ECB heeft tijdelijk de voorwaarden versoepeld, zodat banken minder courante schulden als onderpand kunnen inbrengen. Maar de regels zijn tegelijkertijd verscherpt om ervoor te zorgen dat hypotheekobligaties makkelijker als onderpand kunnen dienen.

In ieder geval zou de ECB een groot deel van de kritiek kunnen vermijden die het gevolg zou zijn van eventuele verliezen. De bank heeft gezegd dat de verliezen door de nationale centrale banken zullen worden gedragen, en indirect door de nationale overheden, en dus niet door de ECB zelf.

Hoe de vergelijking met de voorgaande keer ook zal uitvallen, het is duidelijk dat de verstrekking van fondsen met een looptijd van drie jaar grote risico’s inhoudt voor de balansen van de centrale banken. Waarschijnlijk zijn die risico’s groter dan die welke veel particuliere beleggers zouden willen nemen. Maar deze route zou minder pijnlijk kunnen zijn dan het bankroet laten gaan van banken door een tekort aan financiering. Nadeel is wel dat bij een mogelijk bankfaillissement de afwikkeling ingewikkelder wordt.

Als zich verliezen voordoen zal Mario Draghi, de president van de ECB, betreuren dat hij niet net als koning Arthur een magisch zwaard heeft dat hem onoverwinnelijk maakt.

Neil Unmack

Vertaling Menno Grootveld