De zonnefolie die nooit op de markt is gekomen

Helianthos in Arnhem ontwikkelde een folie die stroom uit zonlicht wint. Eigenaar Nuon sluit het bedrijf, maar bezorgde burgers proberen een koper te vinden.

Een gouden toekomst gloorde voor het innovatieve Arnhemse bedrijf Helianthos, maar nu staat het aan de rand van de afgrond. Het heeft een flexibele folie ontwikkeld die zonlicht opvangt en omzet in elektriciteit. Maar de huidige eigenaar van het bedrijf, stroom- en gasleverancier Nuon, wil er niks meer in investeren en gaat het opdoeken. Eerder deze week meldde Nuon dat het de fabriek, de machines, en de patenten van Helianthos over anderhalve maand gaat veilen. Hoe is het zover gekomen?

Uit gesprekken met betrokkenen komt een beeld naar voren van een bedrijf met een prachtige vinding. Maar Helianthos is ook jarenlang speelbal geweest van twee grote bedrijven, Shell en Nuon. Dat het einde nu dreigt is een samenloop van omstandigheden: verkeerde strategische beslissingen, geldbeluste aandeelhouders, wispelturige overheden. „Niemand heeft het geduld gehad Helianthos rustig te laten rijpen”, zegt een bron die niet met naam in de krant wil.

Maar niet iedereen laat het er nu bij zitten. Een groep particulieren is een burgerinitiatief gestart om Helianthos alsnog te redden, en de technologie in Nederland te houden. Ruim duizend mensen hebben zich al gemeld, zegt Guus Jansen, een van de initiatiefnemers en directeur van investeringsmaatschappij Caneval Ventures uit Haarlem. Volgens Jansen hebben al die mensen bij elkaar al enkele miljoenen euro’s ingelegd. „Maar dat is niet genoeg om Helianthos te redden”, zegt hij. Jansen heeft een nieuw businessplan opgesteld voor de doorstart van het bedrijf. „Minstens 50 miljoen euro hebben we nodig.” Daarmee moet de techniek worden opgeschaald en op de markt gebracht. De klok tikt. Over anderhalve maand is de veiling. Dan moet het geld er zijn.

Het idee achter de flexibele zonnecel wordt midden jaren negentig geboren, in het onderzoekslaboratorium van chemieconcern AkzoNobel. De eigenzinnige natuurkundige Noor van Andel is er op dat moment hoofd onderzoek. Van Andel kan er zelf niet meer over vertellen, hij is vorig jaar overleden. Maar zijn zoon Eur heeft de ontwikkeling van de technologie op de voet gevolgd. „Mijn vader was dol op duurzame energie”, zegt hij via de telefoon. „Hij werkte aan brandstofcellen, algenkwekerijen, zonnecellen.”

Een groot voordeel van de flexibele zonnecel die AkzoNobel ontwikkelt, is dat er geen zeldzame metalen in verwerkt hoeven worden, zoals wel het geval is met de standaard zonnepanelen. Verder heeft de folie weliswaar een lager rendement dan een zonnepaneel, maar aan de andere kant is hij veel lichter, dunner, flexibeler en op termijn naar verwachting ook efficiënter. Potentiële toepassingen zijn er genoeg: gevels, zonweringen, geribbelde daken, platte daken, geluidswallen.

Shell pikt de veelbelovende technologie op. Maar in 2004 raakt de multinational in de problemen doordat het zijn olie- en gasreserves veel te gunstig heeft voorgesteld. De beurskoers zakt in elkaar. Er komt een nieuwe topman, Jeroen van der Veer. Die gooit het bedrijf overhoop. Initiatieven in zonne-energie en windenergie worden de een na de ander afgestoten.

Akzo-onderzoeker Noor van Andel is woedend op Shell, vertelt zijn zoon. „Mijn vader explodeerde.” Van Andel gaat druk op zoek naar een andere investeerder. Hij weet de technologie in 2006 onder te brengen bij Nuon, waar Ludo van Halderen op dat moment de scepter zwaait. Hij wil met zijn bedrijf een zwaai maken richting duurzame energie. En richting de klant. Van Halderen vindt dat Nuon niet alleen centrales moet bouwen die stroom pompen. Het bedrijf moet klanten meer gaan helpen bij het isoleren van de woning, bij het besparen van elektriciteit, bij het installeren van zonnepanelen.

Het is de tijd van Al Gore. Het klimaatprobleem komt hoger op de agenda.

Nuon investeert 85 miljoen euro in de zonneceltechnologie, onder andere in de bouw van een fabriek in het zuiden van Arnhem, op een industrieterrein vlak bij de Rijn. De overheid en de provincie Gelderland leggen 27 miljoen euro bij. Op kleine schaal worden de eerste rollen folie geproduceerd, 30 centimeter breed. Maar Nuon maakt een strategische blunder, zegt een bron. Helianthos wordt ondergebracht bij retail, de divisie die cv-ketels en spouwmuurisolatie aan de man moet brengen. Maar de flexibele folie is nog helemaal niet klaar voor de markt. Hij moet nog verder ontwikkeld worden.

Intussen speelt in Nederland nog iets anders. De energiebedrijven bereiden zich voor op hun splitsing, die hen is opgelegd door minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66). Ze moeten zich opdelen. Het onderdeel dat de stroomkabels en de gasleidingen bezit, moet in publieke handen blijven. De tak met de centrales en de klanten mag geprivatiseerd worden. De aandeelhouders van Nuon – provincies en gemeenten – prijzen het geprivatiseerde deel duur aan. In 2009 hapt het Zweedse staatsbedrijf Vattenfall toe. Het koopt Nuon voor bijna 10 miljard euro. De provincie Gelderland houdt er als grootste aandeelhouder 4,4 miljard aan over.

Al snel wordt het Vattenfall duidelijk dat het de hoofdprijs heeft betaald. Tegelijkertijd zakt de Europese stroommarkt in als gevolg van de economische crisis. Her en der schroeven westerse overheden subsidies voor duurzame energie terug. Vattenfall begint een ingrijpende reorganisatie. Het snijdt in zijn activiteiten, ook in Nederland. Het besluit valt om Helianthos te verkopen. Nuon gaat, samen met ING, op zoek naar een koper.

In augustus 2010 meldt Helianthos nog wel een mijlpaal. De stroomopbrengst van de folie is verder verhoogd. Nergens ter wereld worden zulke rendementen gehaald. Een paar maanden later wordt bij de Ikea in Duiven 1.000 vierkante meter van deze folie op de daken gelegd, als proefproject.

Intussen blijven Nuon en ING naar een koper zoeken voor Helianthos. Maar die is er in de zomer van 2011 nog steeds niet. In september hakt Nuon de knoop door en kondigt het aan Helianthos te sluiten. De zestig werknemers komen op straat te staan.

De aankondiging van de sluiting roept in Nederland onvrede op. Het lokt het burgerinitiatief uit. In december meldt zich plotseling toch een koper, Solmatec uit Qatar.

Maar Guus Jansen wil Helianthos voor Nederland behouden. Hij is al maanden bezig investeerders bij elkaar te zoeken. Maar het is lastig. In Nederland is er verhoudingsgewijs weinig risicokapitaal voor handen. Het is een probleem waar veel jonge, snelgroeiende bedrijven tegenaan lopen. Er komt een moment dat ze moeten opschalen, en marktaandeel moeten veroveren. Daar zijn honderden miljoenen euro’s voor nodig. Voor de overheid zijn dit soort bedragen vaak te groot. Alternatieve investeerders, zoals banken en pensioenfondsen, zijn voorzichtig. Zeker nu, door de eurocrisis. Door het tekort aan risicokapitaal redden veel bedrijven het niet om door deze zogeheten valley of death te komen.

Op het industrieterrein in Arnhem valt de felgele fabriek van Helianthos meteen op. Aan de gevel van het gebouw hangt een groot doek met daarop een gloeiende zon. Binnen vraagt de portier wat de bezoeker wil. Een kijkje nemen? Dan moet hij toch echt eerst bellen. Even later zegt hij verontschuldigend dat een bezoek niet mogelijk is. Ook een wandeling om het gebouw is verboden. De parkeerplaats buiten is zo goed als leeg. Er staan twee auto’s: een van de portier en een van de man die de laatste zaken afhandelt.