De onverwoestbare Chinese groeimotor

Niet de export, maar de urbanisatie en de opmars van middengroepen blijven China’s groei opstuwen, voorspellen experts.

Een bankencrisis in China? Een exploderende vastgoedzeepbel? Een crash in China, veroorzaakt door de klungelende kapitalisten in het Westen? „Nee, nee en nog eens nee”, antwoordt Andy Rothman, chef-econoom van CLSA Sinology, dat is gespecialiseerd in het duiden van financieel-economische macrotrends in China.

„Reken er maar niet op dat de Communistische Partij van China dat zal laten gebeuren. Soms heeft het Chinese autoritaire model beslist voordelen”, voorspelt de onderzoeker van de Franse zakenbank op zijn kantoor in Shanghai waar hij de raadsels van de Chinese economie ontrafelt en zich voorbereidt op het komende economencircus in Davos.

Rothman doet dat aan het eind van een week waarin de Chinese economen op paradoxaal neerslachtige toon het verhaal over de tweede economie van de wereld in 2011 en 2012 presenteerden. Een succesverhaal voor het staatskapitalisme, want in 2011 bedroeg de groei 9,2 procent en daalde de inflatie van ruim 6 naar 4,1 procent. Trends die in het Jaar van de Draak, symbool van kracht en macht, met weliswaar lagere groeiprognoses van 8,5 tot 9 procent en een verder dalende inflatie, in feite voortgezet zullen worden.

Toch gebruikte de directeur van het Chinese bureau voor de statistiek, Ma Jiantang, woorden als „sombere vooruitzichten”, „zeer gecompliceerde situatie” en „complexe, internationale situatie”. China Business News voorspelde zelfs een „Chinees annus horribilis”, omdat de economie niet met meer dan 10 procent, maar met 8, mogelijk 9 procent zal uitdijen.

Aan deze wedloop in pessimistische adjectieven doet Rothman niet mee. „Hoezo een crash? Wat een onzin. De Chinese groei zwakt natuurlijk af, want de export naar de EU en de VS vermindert. Maar in de kern is China onverwoestbaar en veerkrachtig.”

In die analyse staat hij niet alleen. Collega’s van andere zakenbanken in Shanghai en Hongkong en Martin Wolf, invloedrijk columnist van de Financial Times, denken er net zo over.

Voor de wereldeconomie, voor exporterende Europese landen, waaronder Duitsland en ook Nederland, vormt China de beste hoop om de crisis te doorstaan, denken zij. „Als de crisis keihard toeslaat, zoals in 2008, dan zal Peking naar het beproefde middel van het stimuleren van de economie grijpen. De politieke wil om dat te doen is er beslist, en zeker nu de inflatie daalt is daar ook de ruimte voor”, voorspelt Rothman.

Nu al ziet Rothman signalen dat de Chinese autoriteiten na de nieuwjaarsfeesten, die dit weekeinde beginnen, een ruimer monetair beleid gaan voeren. Hij heeft daarom zijn prognoses voor de groei van het aantal leningen die de banken zullen verstrekken naar boven toe bijgesteld, van rond de 700 miljard dollar naar 850 miljard dollar.

Het belangrijkste teken werd gegeven door een van de directeuren van de Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie, het economische commandocentrum van de communistische partij. „Het leiderschap zal geen groei onder de 8 procent accepteren, zeker niet in een jaar dat er een leiderschapswisseling [in oktober, red.] plaatsheeft”, aldus Luo Ping, directeur transportplanning van deze machtige commissie in de Hongkongse krant Mingpao.

De mogelijke wisseling van leiders mag in de Verenigde Staten en Rusland leiden tot economische onzekerheid en stagnerende besluitvorming, in China is een dergelijk vooruitzicht haast een garantie dat koste wat het kost de economie met meer dan 8 procent zal blijven groeien. Een kwestie van prestige, aanzien en de wens sociale onrust te voorkomen.

Er is volgens Rothman geen twijfel over mogelijk dat China de financiële spankracht heeft om de economie opnieuw te stimuleren door investeringen in de infrastructuur. Het veelgehoorde tegenargument dat daar geen ruimte voor is als gevolg van de opgebouwde schulden en slechte bankleningen na de financiële crisis van 2008 en 2009, deelt hij niet.

„Opnieuw verwijs ik naar de communistische partij. De partij is baas, aandeelhouder, schuldeiser en schuldenaar tegelijk. Het is allemaal geld van de partij, dus vestzak-broekzak”, benadrukt Rothman. Chinese banken zijn, in tegenstelling tot westerse banken, geen particuliere, beursgenoteerde bedrijven, maar de armen van het rode kapitalisme.

Het Politbureau benoemt de president-directeuren van de grootste vijf banken van China die, afhankelijk van senioriteit, de rang hebben van minister of viceminister. Het Chinese bankensysteem is een gesloten fort, een gesloten politiek systeem, waarin alleen de meest deskundige buitenlanders van Goldman Sachs en Morgan Stanley in adviserende rollen worden toegelaten. Chinese banken mogen zich gedragen en ogen als hun westerse tegenhangers, maar bestaan niet om geld te verdienen, maar om de politieke doelen van de communistische partij te realiseren.

Geschat wordt dat de schulden van de Chinese nationale en regionale overheden samen de 60 procent van het bruto binnenlands product overschrijden, maar met hoeveel is door financiële instellingen als het IMF niet precies vastgesteld. Feit is ook dat de buitenlandse schulden van China verwaarloosbaar zijn. Een Chinese bankencrisis als die al zou plaatsvinden, kan dus geen internationaal gevaar opleveren.

Rothman: „De schulden van lokale overheden zijn beslist geen tijdbom onder het Chinese systeem, maar zijn natuurlijk wel een last. Een draagbare last, hoewel 1.700 miljard dollar natuurlijk niet gering is. Daar staan reusachtige inkomsten en bezittingen – 11.000 miljard dollar, waarbij inbegrepen 3.200 miljard dollar aan buitenlandse deviezen – tegenover.”

Als banken in moeilijkheden komen als gevolg van slechte leningen, wordt er simpelweg ingegrepen door de leningen van de balans te halen en in aparte, zogeheten asset management companies te plaatsen. Dat zijn warenhuizen vol „giftige leningen” die weer worden gedekt met langlopende, laagrenderende obligaties (bron: China Confidential Financial Times). Deze methode werd tijdens de Azie-crisis van 1999 en 2000 toegepast en wordt nu – in betrekkelijke stilte – opnieuw gebruikt om de balansen van de banken te zuiveren van al te riskante leningen.

Maar er zijn ook andere argumenten waarom Rothman, net als veel andere analisten, optimistisch blijven. „Chinese consumenten zullen doorgaan met het besteden van hun geld aan luxegoederen en de verstedelijking in China gaat door in de hoogste versnelling.”

„China blijft het beste consumptieverhaal ter wereld met een jaarlijkse groei van 17 procent van de retailsector. De middenklasse groeit, de inkomens van stedelingen stijgen met ruim 8 procent per jaar en die van de plattelanders met 11 procent. Men heeft na jaren van groei goed gespaard, men heeft weinig schulden en geeft nu dus graag uit. 2012 zal niet anders zijn dan 2011 en 2010.”

De inkomensgroei niet alleen een middenklasseverhaal, ook de inkomens van de 251 miljoen arbeidsmigranten en van de boeren stijgen jaarlijks – in 2011 met 21 procent tot, in sommige landbouwregio’s als Shandong, zelfs 40 procent.

De daling van de export, nu al voel- en zichtbaar in de containerhavens van Tianjin, Shanghai, Ningbo en Hongkong, vormt uiteraard een risico voor de Chinese economie en de inkomensaanwas. Maar of net als in 2008/2009 twintig miljoen werknemers in de exportsector als gevolg van de crisis in het Westen van de ene dag op de andere werkloos raken, is de vraag.

Rothman: „Het zal niet zo erg zijn als toen. De grootste misvatting over China is dat de export de belangrijkste motor is. De afhankelijkheid van de export is veel kleiner dan vaak wordt verondersteld. In feite heeft China zich ontwikkeld tot een economie die gedreven wordt door binnenlandse investeringen, binnenlandse consumptie en urbanisatie.”

De verstedelijking gaat door en tegelijk zullen ook de investeringen in zorg, onderwijs, milieu en sociale huisvesting (35 miljoen huizen voor lage inkomens) toenemen. Dat inmiddels 51 procent van de Chinezen in de stad woont, werd deze week in de internationale media belicht als een demografische mijlpaal.

In de Chinese media werd deze cesuur aangegrepen voor beschouwingen over de noodzaak het tempo te versnellen en de knelpunten op te lossen, omdat anders het doel – 70 procent van de bevolking in de stad in 2030 – misschien niet gehaald zal worden. „Urbanisatie blijft nog vele jaren de op volle toeren draaiende motor van de economie”, denkt Rothman.

Het grootste risico dat samenhangt met de verstedelijking, is de vastgoedmarkt. Daar heeft zich een enorme, speculatieve zeepbel gevormd. Alles wijst erop dat deze ballon op het ogenblik aan het leeglopen is, want de prijzen dalen snel en hard, in sommige metropolen zelfs met meer dan 25 procent in minder dan een jaar.

Die daling is het gevolg van het inperken van leningen, het verbieden van de aanschaf van meer dan twee of drie appartementen of villa’s tegelijkertijd en andere beteugelende regels. Tegelijkertijd bleven nationale en regionale overheden meer investeren in de bouw van nieuwe, leegstaande wijken en voorsteden, ongebruikte kantoren en duizenden, spookachtig lege kooppaleizen.

Rothman behoort tot de school die zegt dat de overheid grote fouten heeft gemaakt door in te grijpen en juist de speculatieve beleggingen heeft aangewakkerd. „Niets doen ware beter geweest en gelukkig zullen in 2012 allerlei beperkingen worden opgeheven en zal de markt zijn werk doen.”

De Shanghaise econoom en stokebrand Andy Xie geeft hem daarin „half gelijk”. Xie, in een telefonisch gesprek voordat ook hij afreist naar het World Economic Forum dat volgende week in Davos plaatsheeft: „Zonder ingrijpen van de overheid was de luchtbel nog veel groter geweest. De overheid moest wel, omdat de vastgoedspeculatie gepaard gaat met sociale onrust en demonstraties van boze kopers die zich door de dalende prijzen en de corruptie bedonderd voelen. 2012 wordt het laatste jaar waarin we een kans hebben dit probleem zonder sociale chaos op te lossen door op een gecontroleerde manier enkele grote projectontwikkelaars failliet te laten gaan. Dat kan internationale gevolgen hebben, want buitenlandse banken en investeerders hebben belangen in deze bedrijven. Dat zij dan zo.”

Met Andy Rothman ziet Andy Xie de nabije toekomst voor China rooskleurig in, mits „de destructieve kracht van een vastgoedcrisis” tijdig onder controle wordt gebracht. Xie: „De crisis van het kapitalisme is in feite een crisis van het Westen en niet van het Oosten. Ons enige probleem is dat het Westen misschien te snel en op een chaotische wijze en niet heel geleidelijk aftakelt. Ik voorspel verder een schitterend Jaar van de Draak en een minstens zo mooi daaropvolgend decennium.”

Oscar Garschagen