De hemel in met waterstofgas

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven, nu een grote, dikke en prachtig geïllustreerde geschiedenis van de ballonvaart.

Weet u waar en wanneer in Nederland voor het eerst een (onbemande) luchtballon is opgestegen? Dat was op donderdag 27 november 1783, in Rotterdam, aan de Nesserdijk, in een bocht van de Nieuwe Maas, op het zuidelijkste puntje van de polder Kralingen. Om precies te zijn: op de buitenplaats Rosenhof. Nog preciezer: op de voorplaats van het huis. De ballon was gemaakt door Johannes van Noorden. Hij was van tafzijde, beplakt met postpapier, bestreken met schildersvernis. Hij mat vier bij twee meter, gevuld met waterstofgas, verkregen uit water, ijzer en vitrioololie. Om 15.30 uur ging hij de lucht in, aan een lang touw, in het bijzijn van leden van het Rotterdams Natuurkundig Genootschap. Hij steeg tot zo’n 600 meter, werd ingehaald, en vervolgens nog een keer opgelaten. Het was een kleine sensatie.

Het is mooi om te zien met hoeveel liefde Han Nabben alle details rondom deze eerste ballonopstijging heeft verzameld, in zijn dikke Geschiedenis van de ballon- en luchtscheepvaart in Nederland. Hij zegt het nergens, maar het is wel duidelijk dat hij vindt dat er een gedenkteken moet komen op deze plek ‘waar luchtvaarthistorie werd geschreven.’ Er is nog iets opmerkelijks aan deze eerste opstijging. Hij volgde heel snel op de eerste experimenten met hetelucht- en gasballonnen in Frankrijk. Op 18 november 1783 schreef Joseph Montgolfier een brief aan Van Noorden over zijn uitvinding. Een paar dagen later steeg de eerste bemande heteluchtballon op in Parijs, gadegeslagen door honderdduizenden belangstellenden. En weer een paar dagen later liet Van Noorden zijn gasballon op aan de Nesserdijk.

De luchtballon was een hype. Er kwamen Montgolfier-hoeden en ballonafbeeldingen op kleding, sieraden, servies en meubels. Er kwamen professionele ballonvaarders, met heldenstatus. En iedereen wilde de lucht in. Het wordt door Nabben allemaal gedetailleerd beschreven. Het verhaal over de eerste bemande ballonvaart in Nederland, in 1785, door de beroemde Fransman Blanchard, is al even mooi als dat van Van Noorden. Wordt Blanchard na zijn landing in Zevenhuizen inderdaad belaagd door boze boeren – of is dat een mythe? Nabben zoekt het uit. Ook de tocht van de eerste Nederlander is spannend. Abraham Hopman stijgt na de nodige mislukkingen, op 29 september 1804, eindelijk op, en landt iets later – in een slootje.

Het pionieren blijft aan de luchtballon hangen, ook als alles wat gestroomlijnder begint te verlopen, met de oprichting van de Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart, de Nederlandse Ballonsportvereniging en de Haagsche Ballonclub. Het leger krijgt belangstelling. Er komen ballonwedstrijden en ballonnen in gekke vormen: bierfles, spijkerbroek, het hoofd van Vincent van Gogh. De races rond de wereld van Brink, Fossett en Branson. Het valt allemaal na te lezen in dit grote, dikke en prachtig geïllustreerde boek, waarvan het enige bezwaar is dat het veel te zwaar is voor het lichte onderwerp dat het behandelt. Het lukte mij niet om het van voor naar achter te lezen. Ik begon al gauw af te dwalen en liet mij gedachteloos meevoeren – door de belettering op een oud affiche, het gebruik van de luchtballon voor de post tijdens de bezetting van Parijs (1870-1871), het boordboekje van Nini Boesman, ‘de charmante balloncommandante’.

Spreken wij van ballonlezen. Het is een andere wereld, daarboven. Alles gaat er langzaam. Het is er stil. Je wordt een wolk – en de wind zegt waarheen je gaat.

Han Nabben: Lichter dan lucht, los van de aarde. Geschiedenis van de ballon- en luchtscheepvaart in Nederland. BDU, 300 blz. €49,95.