Dansers delen serieuze klappen uit in boksode

Dans

Dance Works Rotterdam met The Sweet Art of Bruising.

Tournee t/m 26/4. ****

Kennelijk hangt er de laatste tijd iets in de lucht waardoor choreografen zich laten inspireren door het edele gevecht in de boksring. Emio Greco en Pieter Scholten maakten Rocco, naar Visconti’s Rocco e i suoi fratelli, Danshuis Station Zuid kwam, een tijdje geleden alweer, met Requiem for Two Chairs, en nu is er The Sweet Art of Bruising van André Gingras.

Vreemd is het niet, die interesse vanuit de danskunst – hoe vaak wordt niet gesproken over boksers die door de ring ‘dansen’?

Gingras is gefascineerd door de drijfveren van de beoefenaars van ‘the sweet science of bruising’, zoals het boksen ooit werd genoemd. In de boksring laten Jason de Witt en Chérif Zerouali zien waaruit het elixer bestaat dat een mens ertoe brengt zich bloot te stellen aan geweld: frustratie, angst, grootheidsfantasieën, testosteron, adrenaline.

Op de ietwat onhandig gebrachte, filosofische teksten over blinde woede, dromen en dood na, valt alles in Gingras’ fysieke theater (dans is niet het juiste woord) nu eens op zijn plaats. De vreemde mix van intimiteit en strijd wordt voelbaar in het spel van de twee dansers, die alle energie en agressie in zichzelf naar boven halen voor het echte werk. Na een geconcentreerde, choreografische touwtjepringexercitie zijn zij klaar voor de ontmoeting met de dood. En zichzelf.

Als de handen zijn getapet en de handschoenen aangaan, worden klappen uitgedeeld die er serieus uitzien. En dat zijn ze ook. Volgens Ton Dunk, bondscoach van het nationale vrouwenteam en trainer van de dansers, zou De Witt met zijn felheid, veerkracht en flitsende uithalen zo een echte wedstrijd kunnen boksen. De kleine, lichte danser – een ware ontdekking – is echter degene die hier het onderspit delft en op de vloer blijft liggen, terwijl Zerouali de rode tape van zijn hand laat druipen als een gutsende stroom bloed. Een voorstelling die ráákt.