Apeldoorn vertilt zich aan dure grond

Gemeenten gebruikten hun grondbedrijf jarenlang als melkkoe. Apeldoorn zit nu met een strop van mogelijk 200 miljoen euro.

Apeldoorn. - Het grondbedrijf van de gemeente Apeldoorn is jarenlang gebruikt als melkkoe. Zelfs toen het in 2009 en 2010 verlies leed is er nog steeds geld aan onttrokken. Dat geld is gebruikt om „ambities te realiseren” zoals de bouw van een sportcentrum en de aanleg van wegen.

Dat is een van de conclusies van de enquêtecommissie die tien maanden geleden is ingesteld door de gemeenteraad van Apeldoorn. Het grondbedrijf moet „in het slechtste geval” met 200 miljoen euro worden afgewaardeerd, meldde commissievoorzitter Henk van den Berge, tevens SGP-fractievoorzitter, gisteravond tijdens de presentatie van het rapport De grond wordt duur betaald.

Apeldoorn staat bovenin het rijtje gemeenten die verlies lijden op hun gemeentelijk grondbedrijf. De stad staat sinds kort zelfs onder preventief toezicht van de provincie Gelderland. Als het gemeentebestuur iets in de begroting wil wijzigen, moet het eerst toestemming vragen aan de provincie.

Uit recent onderzoek van het Vakberaad Gemeentefinanciën blijkt dat de Nederlandse gemeenten met elkaar 3,2 miljard euro verlies lijden op hun grondbedrijven. Het probleem speelt in 64 van de 415 gemeenten. Het overlegorgaan baseert zich op jaarrekeningen van alle gemeenten. Volgens plaatsvervangend voorzitter Rob Timmers van het Vakberaad hebben veel gemeenten de tekorten inmiddels al afgedekt.

Gemeenten hebben jarenlang grond gekocht in de veronderstelling dat die bebouwd zou worden, maar als gevolg van de crisis is de vraag naar nieuwbouwwoningen en bedrijventerreinen gedaald, en blijven de gemeenten met de grond zitten. Bouwprojecten zijn stopgezet of worden gewijzigd uitgevoerd. Van den Berge: „De economische crisis en het instorten van de markt hebben de problemen in Apeldoorn manifest gemaakt en versterkt.” Maar de problemen waren er al eerder, benadrukt hij. „Dat het door de crisis kwam, zoals eerst werd gezegd, is niet juist.”

Van den Berge schetst een beeld van „enorm planoptimisme” bij de gemeente. Rond 2000 is op grote schaal grond aangekocht voor woningbouw en bedrijventerreinen. „Apeldoorn had grote ambities, de stad wilde groeien, er waren flinke reserves, dus geld om grond te kopen, terwijl niet duidelijk was of het geld ook ooit zou worden terugverdiend.” In 2002 verdubbelde de gemeenteraad de opdracht tot woningbouw. Maar toen in diezelfde periode woningbouw op binnenstedelijke locaties prioriteit kreeg, raakte de ontwikkeling van gebieden aan de stadsrand vertraagd.

Ambtenaren stelden al in 2006 dat de planningen en de verwachte financiële resultaten niet realistisch waren. Maar het college van B en W deed er niets mee. De winstafdrachten vanuit het grondbedrijf werden zelfs verhoogd, zodat de reserves opraakten die nodig zijn om tegenvallers op te vangen.

In 2009, 2010 en 2011 heeft het college de gemeenteraad een aantal keren onvolledig, te laat of onjuist geïnformeerd, stelt de commissie. En de gemeenteraad heeft zich „te lijdzaam” opgesteld. Van den Berge: „De raad heeft zaken laten passeren. Het is verwonderlijk waarom ze niet kritischer heeft gereageerd.”

Verder was er binnen de dienst Ruimtelijke Ordening, waar het grondbedrijf onder valt, sprake van spanningen en conflicten. Er kwam geregeld een nieuwe directie. Rob Metz, sinds 2003 wethouder (VVD) in Apeldoorn en tot 2010 verantwoordelijk voor de grondportefeuille, had de neiging op de stoel van de ambtenaren te gaan zitten, stelt Van den Berge. Maar het college als geheel heeft de problemen bij het grondbedrijf genegeerd of voor zich uitgeschoven, vindt hij. Het zijn de jaren geweest waarin Fred de Graaf, prominent lid van de VVD, burgemeester was van Apeldoorn. De Graaf trad in 1998 aan. Sinds vorig jaar is hij voorzitter van de Eerste Kamer.

Donderdag 2 februari zal blijken of het rapport politieke gevolgen heeft. Dan vergadert de gemeenteraad. Het onjuist informeren van de gemeenteraad geldt als politieke doodzonde. Het college wil zeker niet voor dinsdag op het rapport reageren.

Wat de gemeente met de overtollige grond gaat doen is niet duidelijk. Vast staat dat tientallen hectaren grond ten zuidwesten van het knooppunt Beekbergen (het Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn Zuid) en in het plangebied Zuidbroek de komende twintig jaar niet bebouwd zullen gaan worden. Van den Berge: „Maar ja, als zich in een keer een heel groot bedrijf meldt, wordt dat anders.”