Afwaarderen schuld slecht voor Grieks imago

De Griekse premier Papademos onderhandelt persoonlijk met de banken over de kwijtschelding van de schuld. Slagen de gesprekken niet, dan dreigt Griekenland beleggers te onteigenen.

Lukas Papademos, de premier van Griekenland, is vooral druk achter de schermen. Met de politieke ruzies binnen zijn enorme kabinet bemoeit hij zich weinig. De rustige oud-bankier probeert een multidimensionale puzzel te leggen, waarvan de stukjes tot nu toe maar niet op hun plaats willen vallen. Het is nu aan hem om een formule te vinden die tegemoet komt aan zowel de belangen van Griekenland, de banken en aandeelhouders, als de andere landen binnen de eurozone.

Papademos voert de onderhandelingen met de geldverstrekkers. Het is de belangrijkste taak voor zijn overgangsregering. Het is bovendien een publiek geheim dat minister van Financiën Evangelos Venizelos daarvoor de specialistische kennis ontbeert. Gisteravond sprak Papademos tot laat met Charles Dallara en Jean Lemierre, de vertegenwoordigers van de banken.

De premier worstelt. Want het is een vrijwel onmogelijke opdracht waarmee de euroleiders de Griekse regering eind oktober hebben opgezadeld: zorg ervoor dat schuldeisers accepteren dat je de helft niet terugbetaalt. Wisselgeld heeft hij niet, behalve het voorkomen van een totaal Grieks faillissement.

Inmiddels is de taak nog verzwaard, want 50 procent korten is niet genoeg: zorg er óók voor dat je een lage rente betaalt over de nieuwe obligaties die in de plaats van de oude worden uitgegeven. Graag minder dan 4 procent, want de eurolanden hebben geen zin opnieuw extra te moeten bijspringen als de Griekse schuld na deze onderhandelingen nog altijd onhoudbaar blijkt.

In netto contante waarde komt het verlies dat de beleggers moeten nemen daardoor vermoedelijk tussen de 60 en 70 procent uit.

In theorie is geen man zo geschikt om de onderhandelingen namens Griekenland te leiden dan de 64-jarige Papademos. Aan deskundigheid ontbreekt het hem niet. Behalve oud-gouverneur van de centrale bank in Griekenland in de jaren negentig, was hij tussen 2002 en 2010 tweede man van de Europese Centrale Bank.

Het moet hem in die tijd met trots hebben vervuld hoe goed de Griekse banken het deden. Ze waren beter gekapitaliseerd dan de andere Europese banken. Ze investeerden minder in risicovolle en – naar later bleek – giftige financiële producten. Op hun balans veel Griekse obligaties, naar het toen scheen veilige beleggingen. Van de ongeveer 206 miljard euro Griekse schuld in private handen, zit ruim 80 miljard euro bij Griekse banken en pensioenfondsen.

Nu zijn de Griekse banken nog maar een schaduw van wat ze waren. Miljarden aan spaargelden zijn door bange rekeninghouders het land uitgesluisd. Alleen in 2011 al 16 procent van het totaal.

Aan begrip voor de terughoudendheid van de banken en beleggers zal het de premier niet ontbreken. Zijn voormalige werkgever, de ECB, is notabene openlijk tegen de schuldvermindering door private partijen.

Maar nu zit Papademos op een andere stoel. Wat hij moet doen gaat in tegen vrijwel alle principes die hij zijn hele leven heeft leren hooghouden. Als een te klein deel van de private partijen het komende akkoord over schuldvermindering accepteert, ziet de Griekse staat zich mogelijk gedwongen de weigeraars te dwingen mee te doen, waarschuwde Papademos begin deze week.

Dat kan door met terugwerkende kracht eenzijdig de afspraken te veranderen, een mogelijkheid die alleen een soevereine staat heeft. ‘Als we de wet veranderen, is wat we doen niet meer onwettig’, is daarbij de gedachte. Het is een omstreden stap, waartoe de regering zich liever niet genoodzaakt ziet, omdat de reputatieschade enorm is. Het gaat direct in tegen de wens om een stabiel investeringsklimaat te creëren.

Maar de schuldvermindering heeft alleen het vereiste resultaat als alle schuldeisers meedoen. En als Griekenland de schuld aan private partijen niet genoeg weet te verminderen, komen EU, ECB en IMF niet over de brug met een nieuwe lening van 130 miljard en gaat het land failliet. Ook niet best voor de reputatie.

Beleggers bereiden zich al voor op tegenzetten. Als Griekenland eenzijdig de afspraken wijzigt, overweegt een aantal hedgefondsen een aanklacht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Zoiets zou volgens hen namelijk gelijk staan aan gedwongen onteigening.

Een belangrijke eis van de banken is dan ook dat de nieuwe obligaties met hun lagere waarde niet onder Grieks, maar Brits recht worden uitgegeven. Dan genieten beleggers een veel stevigere bescherming. En hebben ze niets meer met het Grieks parlement te maken. Op dat punt heeft Papademos toegegeven, hij kan niet anders dan begrip tonen.