Zonder kip kun je niet leven

Illegaal in Nederland: logeren bij vrienden, eten van de Voedselbank en dromen van pannekoeken met honing

Redacteur Immigratie

Ali en Amadu zijn illegaal tegen wil en dank: terug naar hun moederland kunnen ze niet. Ze wonen in een flatje met anderen en weten waar de kippepoten het goedkoopst zijn.

Op het gasfornuis staat een grote pan water met kippepoten te borrelen. Het is de pan van de buurman.

We zijn vier steile trappen opgeklommen en staan op een groezelige etage. Schoenzolen plakken aan de vloer. Een kleine kamer met een tweepersoonsbed, een bedspiraal tegen de muur. Een laken hangt voor het raam, over het bankje een onderlaken.

Amadu Diallo (25) woont tijdelijk bij een vriend die net als hij uit Guinee komt. De vriend deelt een kleine etage met een Antilliaan (die van de kippepoten). Ze hebben allebei een kamer. Amadu mag er wel een paar weken bij. ’s Avonds legt hij een matras op de grond om te slapen. De vriend heeft papieren en een uitkering. Amadu heeft geen paspoort, hij is illegaal.

In oktober reisden we met hem en zijn vriend Ali Isiaki (25) naar Brussel. Ze probeerden bij de ambassades van Benin (Ali) en van Guinee (Amadu) uitreispapieren te krijgen. Ze moeten weg uit Nederland, terug naar hun geboorteland. Maar terug naar Benin en Guinee is lastig. Beide landen willen niet meewerken aan terugkeer, omdat Ali en Amadu geen geboorteaktes kunnen overleggen. Ze waren vijftien toen ze alleen naar Nederland kwamen. Ze hadden niets bij zich. Ze waren legaal tot hun achttiende, gingen naar school en naar de disco. Op hun achttiende werd hun asielverzoek afgewezen.

Ze kunnen niet weg, ze mogen niet blijven. Ze zijn illegaal tegen wil en dank. Hoe overleven ze? Hoe komen ze aan eten?

Ali heeft zich aangemeld bij de Voedselbank. Vrijdagmiddag pakt hij een grote boodschappentas en loopt naar het buurthuis. Daar levert de Voedselbank elke vrijdag kratten met eten af voor de armen in de wijk. Ali woont aan de rand van een welgestelde wijk.

Ali stopt de inhoud van de krat in zijn tas. Pudding, groente in blik, luxe gevulde speculaasbrokken, spritsen en verse gevulde tortellini, een ons rosbief, twee gesneden broden, boter, een paar paprika’s, een watermeloen. Plastic handschoenen.

Deze hoef jij niet, toch? De beheerder houdt een rookworst omhoog. Ali schudt zijn hoofd. Halal eten kan hij zich niet veroorloven, maar als moslim eet hij geen varkensvlees.

De Voedselbank krijgt eten en andere producten van supermarkten als ze niet meer gaaf zijn of tegen de houdbaarheidsdatum lopen. Het is elke keer afwachten wat en hoeveel je krijgt. Het is de afgelopen maanden minder geworden, wegens de crisis. Ook supermarkten zijn zuiniger geworden en de Voedselbank krijgt meer klanten.

Vandaag is het best veel, zegt Ali opgewekt. Sinds zijn verhaal in de krant heeft gestaan, krijgt hij soms wat extra’s. Thuis stopt hij de bederfelijke waar in de koelkast. De vier blikken bergt hij op in de gangkast naast de elektriciteitsmeter. „Als ik echt niets meer heb, dan kijk ik hier”, zegt hij en lacht.

Ali woont bij een man (uit Benin, net als hij) die twee van de drie slaapkamers verhuurt aan anderen. Zelf heeft de man ook een slaapkamer, Ali slaapt op de bank in de overvolle huiskamer. Hij heeft de huisbaas beloofd hem te betalen voor zijn slaapplaats als hij geld heeft.

Geld heeft hij als hij ergens een paar dagen kan werken. Meestal schoonmaakklusjes, schilderen of tuinonderhoud. Werk is schaars, in de winter nog lastiger te vinden dan in de zomer, zegt Ali.

Amadu, op zijn kamer vierhoog achter, koopt eten bij de Aldi of de Lidl als er wat geld is. Hij krijgt ook eten van zijn vriend uit Benin. ’s Ochtends brood, ’s middags en ’s avonds rijst. Met kip in saus. De vriend maakt dat voor twee of drie dagen. Met ui, sambal, pindakaas, aubergine en een beetje tomatenpuree. Als de saus op is, maakt hij nieuwe. Amadu trekt een wit emmertje vol saus uit de koelkast in de kamer om te laten zien.

Kip is standaard. Zonder kip geen leven. Ander vlees is te duur, maar kip is goed genoeg. Voor de kip gaan ze naar de goedkoopste slager van Rotterdam. Tien kilo kippepoten voor 13 euro. Kipfilet eten ze nooit, dat kost 4,99 de kilo. Aan lam en schaap denken ze niet eens. „Niet voor ons soort mensen”, zegt Ali.

Hij kookt de poten eerst, haalt ze dan door een mengsel van eigeel en paneermeel en bakt ze in de hete olie.

Koken hebben ze geleerd van elkaar en van vrienden. In Afrika is koken vrouwenwerk, zegt Amadu. „Als ik mijn moeder wilde helpen, werd ik weggestuurd door mijn vader”, zegt Ali. Ze konden nog niet eens rijst koken toen ze in Nederland aankwamen. Ali heeft van de Voedselbank een kookboek gekregen.

Amadu eet vooral rijst, Ali ook brood. „Hij is een Nederlander geworden, man”, zegt Amadu. „Hij kookt ook groenten. Bloemkool en zo.” Amadu, die op de rand van het bed zit, valt achterover op het matras van het lachen. Ali lacht mee.

Het optimisme van de twee is opvallend. Vaak zijn ze somber en moedeloos. Maar geregeld ook zijn ze vrolijk. Ze hebben elkaar ontmoet in het aanmeldcentrum, toen ze net in Nederland waren. Sindsdien voelen ze zich broers en zien ze elkaar dagelijks.

In Afrika aten we ’s morgens een soort pap, zegt Ali. „Foufoe, een mengsel van maismeel en cassave. Als je dat eet, man, je zit de hele dag vol. Kan je lekker werken. Maar je moet wel een sterke maag hebben.”

Amadu: „Ik heb liever rijstpap van de Jumbo. Die is lekker man. Die kocht ik toen we nog legaal waren.”

Het lekkerste wat ze kunnen bedenken? Pannekoeken. Met honing.

„En kroket”, zegt Amadu. „Rundvleeskroketten.”

Ali houdt van groenten: paprika, snijbonen, sperziebonen. En van die kleine groene bolletjes.

Spruitjes?

„Ja, spruitjes.”

Amadu: „Ali is een kaaskop, man!”

Echt Nederlands eten, wat vinden ze daarvan? Ze denken na. Ali: „Dat gerecht met al die laagjes en gehakt, dat vind ik heerlijk.”

Lasagne?

Ali: „Ja precies, dat is echt Nederlands eten op z’n best.”

Dit is een aflevering in een onregelmatige serie waarin nrc.next het wel en wee volgt van twee illegalen in Nederland.