Waarom zijn die chirurgen zo arrogant?

Chirurgen zijn horken. Ze bedanken hun assistenten niet en schofferen ze hun studenten. Dit kan leiden tot medische ongelukken, stelt Mara Simons.

Maandagochtend acht uur. In de overdrachtsruimte zitten tien witte jassen in leren fauteuils aan tafel, daarachter op klapstoeltjes nog zo’n vijftien jassen die geacht worden vooral hun mond te houden. Helemaal in de hoek het allerlaagste volk, de studenten, die bij de deur tegen de muur geleund staan. Welkom bij de artsenoverdracht in het gemiddelde ziekenhuis. Ik kan me werkplekken bedenken waar men de dag gezelliger begint.

Hiërarchie is nodig om samen grootse doelen te bereiken, zegt men. In het leger voert de soldaat bevelen uit van zijn meerdere. In de operatiekamer doet de arts-assistent wat de chirurg zegt. Dit snap ik. Ik snap ook dat je geen dikkedarmresectie bij een patiënt kunt doen als iedereen met zijn eigen snijset in het lichaam staat te hakken. Maar waar ligt de grens tussen functionele rangorde en domweg ongemanierdheid?

Het zijn vaak kleine dingetjes. Niet bedanken als de poliassistente een kopje koffie neerzet. Je e-mail blijven lezen terwijl een patiënt de spreekkamer is binnengelopen en aarzelend is gaan zitten. De co-assistent met slechts een handgebaar de deur wijzen, zonder hem zelfs maar aan te kijken.

Het verbaast me eigenlijk al niet meer als ik geen ‘goedemorgen’ terugkrijg als ik ’s ochtends een spreekkamer binnenloop. De dokter heeft belangrijker zaken aan zijn hoofd dan zoiets banaals als gedag zeggen, nietwaar? Maar als ik erover nadenk, zou juist het feit dat ik dit als normaal beschouw me nog veel meer moeten verbazen. Het gevoel van complete superioriteit van de gemiddelde chirurg vind ik verbijsterend. De verpleegkundigen en doktersassistenten om hen heen zijn feitelijk toch gewoon collega’s, al staan ze wellicht niet op hetzelfde onbereikbaar hoge niveau van genialiteit, vakmanschap en inhoud van de portemonnee?

„Nee, niet gaan zitten”, hoorde ik de chirurg laatst tegen een patiënte zeggen toen zij de spreekkamer binnenkwam. „We hebben geen tijd voor gepraat, hoor. Ik heb haast, meteen die kleren uit.” De patiënte stond verbouwereerd op van de stoel waarop ze net was gaan zitten en trok haar shirt uit. De chirurg ging voor haar staan en pakte haar rechterborst, met een groot litteken erop.

„Zeg nu zelf, dit is toch een lelijke borst?”, vroeg hij aan mij, terwijl hij het ding naar me toedraaide. Ik zei maar even niets.

„Heeft die plastisch chirurg zeker gedaan? Dat is wel te zien. Nou, kleed u maar weer aan. Dat was het. Ik heb nog meer patiënten. Hop, hop.”

Drie minuten later stond mevrouw weer buiten. Met haar lelijke borst.

Op dit soort momenten vraag ik me af hoe iemand erop komt om dokter te worden. Deze arts heeft toch ooit dit beroep gekozen met het idee dat zijn vak een combinatie was van harde wetenschappen, gemengd met sociale vaardigheden en een respectvolle omgang met mensen? Ooit moet deze arts zich hebben gerealiseerd dat elk lichaam waar hij met zijn handjes aan mag zitten, persoonlijk eigendom is van een patiënt. Een patiënt die niet dagelijks een borstamputatie ondergaat of een die niet weet wat een transthoracale oesophaguscardiaresectie is en die dat graag even uitgelegd krijgt vóórdat zijn slokdarm eruit wordt gesneden.

In de luchtvaart wordt sinds een jaar of dertig gebruikgemaakt van Crew Resource Management (CRM) om de samenwerking en communicatie in de cockpit te optimaliseren. CRM-training zou moeten leiden tot een werkomgeving waarin the freedom to respectfully question authority is encouraged – de vrijheid om autoriteit respectvol in twijfel te trekken, wordt aangemoedigd.

Deze training werd ontwikkeld door ruimtevaartorganisatie NASA, nadat was gebleken dat bovengemiddeld veel vliegtuigongelukken ontstaan door miscommunicatie, gebrek aan samenwerking, slecht leiderschap en vooral ook de angst van ondergeschikten om tegen de hoofdpiloot in te gaan.

De gedachte achter CRM is dat menselijke fouten in het werk onvermijdelijk zijn, maar dat de manier waarop men met die fouten omgaat wél kan worden verbeterd, om dezelfde fout in de toekomst te voorkomen.

De term ‘CRM’ is inmiddels aanbeland in de zorg. Dit is niet zo vreemd, gezien de overeenkomsten met de luchtvaart wat betreft stress-situaties, spoed en verantwoordelijkheid.

In enkele ziekenhuizen worden dergelijke CRM-trainingen, gericht op bijvoorbeeld personeel van de eerste hulp, al aangeboden. Helaas lijkt de toepassing van CRM vooral beperkt te blijven tot deze spoedsituaties: de operatiekamer, hartkatheterisatie of spoedeisende hulp.

Zou je de ideeën van CRM niet veel breder moeten trekken dan dat? Alleen al kijkend naar de ochtendoverdracht zou ik denken dat er op elke afdeling in het ziekenhuis winst valt te behalen – niet alleen wat betreft levensbedreigende situaties en spoedgevallen, maar doodgewoon op het gebied van omgang met mensen.

„Ach, die rangen en standen… Je moet het gewoon zien als een spelletje”, zeggen de mensen om me heen. Ik weiger mijn baan evenwel te beschouwen als een spelletje waaraan ik maar gewoon moet meedoen, omdat iedereen dat doet. Ook denk ik dat de meeste patiënten niet naar het ziekenhuis komen voor een potje ganzenbord.

Zo gaat dat nou eenmaal in het ziekenhuis, zeggen diezelfde mensen. „Dat is de cultuur, zo is het altijd geweest.” Sinds wanneer is ‘zo doen we dat altijd al’ in de geneeskunde een reden om iets te blijven doen?

In een wereld die draait om evidencebased medicine en waarin elke milligram antibioticum eerst in een dubbelblind, gerandomiseerd onderzoek moet zijn bestudeerd, is het argument ‘zo gaat dat nou eenmaal’ net zoiets als de artsen van het Allgemeines Krankenhaus der Stadt Wien die in 1847 tegen Ignaz Semmelweis zeiden: „Handen wassen voordat ik een patiënt onderzoek? Wat een onzin, we doen het toch al jaren zo?”

Mara Simons is co-assistent. Ze schrijft columns op haar website marasimons.tumblr.com en voor Medisch Contact, een weekblad dat wordt uitgegeven door de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst. Mara Simons is een pseudoniem.