'Voor gewapende interventie in Syrië is het nog te vroeg'

Er zal altijd verdeeldheid zijn binnen de Syrische oppositie, en dat is gezond, zegt Abdulbaset Sieda van de Syrische Nationale Raad. „Als we het maar op hoofdlijnen eens worden.”

De opstand tegen het Syrische bewind weigert zich te laten neerslaan. Tien maanden na de eerste protesten in een uithoek aan de Jordaanse grens is het alleen in Damascus en Aleppo nog relatief rustig. Duizenden mensen zijn door overheidsgeweld gedood – meer dan 5.000 schatten de Verenigde Naties – en tienduizenden opgepakt of verdwenen. Elke dag vallen nieuwe doden door het optreden van de autoriteiten, toch gaan de betogers door.

Mede als gevolg van westerse en Arabische sancties is de Syrische economie in een vrije val geraakt. Cijfers worden van overheidswege niet meer meegedeeld. Maar in het buurland Libanon, waar de onrust in Syrië met zorg wordt gevolgd, wordt geschat dat de economie sinds half maart 20 procent is gekrompen.

Toch maakt Assad bij zijn publieke optredens niet de indruk te wankelen. Een deel van de bevolking steunt hem nog, met name minderheden zoals zijn eigen alawieten en de christenen, die de onbekende toekomst nog meer vrezen dan het huidige regime. Iran, dat echter zelf ook in de verdrukking zit, en Rusland, dat openlijk wapens blijft leveren en door zijn veto de VN-Veiligheidsraad blokkeert, zijn buitenlandse stutten.

Ook heel belangrijk: de Syrische oppositie blijft verdeeld. De Syrische Nationale Raad (SNC), die zich naar het model van de Libische rebellen opwerpt als enige wettige vertegenwoordiger van het Syrische volk, is nog steeds alleen door Libië erkend. Het Westen houdt de boot af.

Een delegatie van de SNC onder leiding van voorzitter Burhan Ghalyoun, bezocht deze week minister van Buitenlandse Zaken Rosenthal om de banden aan te halen. Nederland beschouwt de SNC als „de belangrijkste gesprekspartner” van de oppositie, zegt lid van het uitvoerend comité professor Abdulbaset Sieda na afloop in een vraaggesprek in Delft. Hij zegt dat niet om erkenning van de SNC is gevraagd. „Die willen we wel, maar we weten hoe dergelijke processen verlopen. Het vertrouwen in de leiding van de SNC groeit. Als we een duidelijk programma hebben voor de overgangsperiode zal dat meer zekerheid geven. Nu wordt ons gevraagd: wat verwachten jullie, wat denken jullie, wat hopen jullie?”

Waarop berust de claim dat de SNC de enige wettige vertegenwoordiger van het Syrische volk is?

,,We kunnen nooit alle Syriërs vertegenwoordigen, maar we schatten dat 60 tot 70 procent de SNC steunt. In Nederland regeren partijen als ze 51 procent hebben.”

Dat is natte vingerwerk.

,,Het is een schatting. Maar die wordt onderbouwd door de signalen die we vanuit de bevolking en de demonstranten krijgen. Die roepen leuzen voor de SNC.”

Een rapport dat begin deze maand is gepubliceerd door een nauw met de SNC verbonden onderzoeksinstituut meldt dat de oppositie blijft tobben met verdeeldheid. Met name onderstreept het rapport het gebrek aan controle over de gewapende elementen van de opstand tegen het regime, het Vrije Syrische Leger (FSA) van deserteurs die tegen Assads leger vechten. De huidige structuur van de opstand, aldus het rapport, is versnipperd in tientallen min of meer onafhankelijke brigades.

De SNC doet haar uiterste best om alle oppositie te verenigen, onderstreept Sieda. „Maar laten we reëel zijn, er zal altijd verdeeldheid zijn. Dat is gezond. Nergens is iedereen het met elkaar eens. Wat wel belangrijk is, is dat we het allemaal op hoofdlijnen eens worden.”

De SNC is in gesprek met het Vrije Syrische Leger, zegt Sieda. Dat is belangrijk. „Anders ontstaat chaos. Het gesprek moet waarborgen dat de demonstraties vreedzaam blijven en dat bescherming van de bevolking tegen het regeringsleger de enige taak blijft. Dus geen offensieve operaties.”

Daar ligt meteen een groot punt van onenigheid. Kolonel Mohamed Hamdo van het FSA zei vorige week tegen CNN dat ,,we verstrikt zitten in de politieke besluiten [van de SNC] die zich niet goed vertalen op het slagveld.”

,,Iedereen heeft het recht te zeggen wat hij van de SNC denkt”, reageert Sieda. Het FSA, bevestigt hij, is geen homogene eenheid. „Het is een verzameling deserteurs, zonder politieke visie, dus dat is begrijpelijk. Een probleem is dat de onderlinge gezagsverhoudingen zich steeds wijzigen als er nieuwe deserteurs uit hogere rangen bijkomen.”

Het FSA bepleit ook buitenlandse militaire interventie om het Syrische regime ten val te helpen brengen, eveneens een punt van onenigheid. „Geen gewapende interventie”, zegt Sieda. „Eerst moeten alle andere middelen worden uitgeput. Maar mocht de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties uiteindelijk tot ingrijpen besluiten, dan zullen we ons niet daartegen verzetten.”

Geen gewapende hulp – wat dan wel?

„De Veiligheidsraad heeft zich nog niet uitgesproken over Syrië. Allereerst moet een veroordeling komen van het optreden van het regime. Vervolgens moeten maatregelen komen om de bevolking te beschermen. De Veiligheidsraad moet waarnemers sturen en journalisten; landen moeten hun ambassadeurs terugtrekken. De economische toestand wordt steeds slechter. Hulp kan het land niet in. De buitenwereld moet ervoor zorgen dat dit verandert.”

Maar Rusland blokkeert elke resolutie in de Veiligheidsraad die Syrië veroordeelt uit angst dat deze wordt gebruikt om gewapend ingrijpen te wettigen, zoals destijds in Libië.

„Rusland zal dit niet eeuwig kunnen volhouden. Als het Syrische regime verder verzwakt, zal het zijn standpunt herzien. Wij hebben gesproken met de Russische minister van Buitenlandse Zaken. We hebben erop gewezen dat Assad vroeger of later valt. Dan komen de Russische belangen in het geding. Moskou weet hoe het die moet veilig stellen.”