Tweestrijd wordt naast mat beslist

Elisabeth Willeboordse of Anicka van Emden? De judobond beslist volgende week wie het ene olympische startbewijs krijgt. „Ik heb me rot gevoeld bij de situatie.”

Elisabeth Willeboordse heeft het als „een hel” ervaren, de acht jaar jongere Anicka van Emden vindt „dat het nu wel heel lang duurt”.

De Nederlandse judobond heeft in de gewichtsklasse tot 63 kilogram de luxe van twee wereldtoppers voor één startbewijs voor de Olympische Spelen. Volgende week bepaalt de vijfkoppige technische commissie wie van de twee komende zomer in Londen de tatami betreedt.

De judoka’s kregen vier wereldbekerwedstrijden om de tweestrijd in hun voordeel te beslissen. Van Emden deelde in november de eerste tik uit, door Willeboordse te verslaan in de finale van de Grand Prix in Amsterdam. Maar de Zeeuwse sloeg in december terug met een bronzen medaille bij de Grand Slam in Tokio, waar de Haagse vroegtijdig werd uitgeschakeld. Van Emden werd daarna derde bij zowel de Grand Prix van Qingdao als de Masters in Almaty van vorig weekeinde. Willeboordse miste beide keren het podium.

Een 3-1 overwinning voor Van Emden, maar dat betekent niet automatisch een olympische voordracht. De technische commissie kijkt naar het totaalplaatje, stelde bondscoach Marjolein van Unen al na de Grand Prix in Amsterdam. „We kiezen voor degene met de meeste kans op een olympische medaille. Ook de geschiedenis van beide judoka’s weegt mee. Wie heeft welke tegenstander verslagen bij welke wedstrijd?”

De technische commissie zal ook de stijl van de twee judoka’s tot in detail ontleden. „Van Emden judoot beter tegen Aziaten, Willeboordse heeft een betere score tegen Europeanen. Anicka is rechtshandig, Elisabeth is linkshandig”, zegt Chris de Korte, trainer van Van Emden bij Budokan, waar ook Willeboordse traint, onder leiding van Van Unen.

De twee judoka’s kennen hun verschillen op de tatami. Willeboordse: „Ik heb een beter judogevoel en meer snelheid. Anicka is een wat stugge judoka met lange armen en is moeilijk te werpen.” Van Emden: „Elisabeth is van nature heel explosief, dat kan bij mij nog beter. Maar ik ben weer fysiek sterker.”

De tweestrijd heeft vooral de laatste weken voor spanning gezorgd bij de clubgenoten. „Dat vind ik ook niet vreemd”, zegt Van Emden. „We zijn nooit vriendinnen geweest, maar collega’s die het goed met elkaar kunnen vinden. Ik denk dat we er allebei goed mee omgaan. Dat heeft ook te maken met onze karakters. We zijn beiden sociaal, al is zij een stuk socialer dan ik. Maar het scheelt dat we allebei niet van veel bombarie houden.”

Willeboordse weet nog dat ze de jonge Van Emden bij Budokan tips gaf. Dat is sinds twee jaar voorbij. „Maar als mens heb ik niets tegen Anicka. Ik ben niet haatdragend. Ik verbaas me wel eens over haar uitspraken over onze strijd. Dat zal wel topsport zijn, maar ik wil mezelf zulke dingen niet horen zeggen.”

De judoka’s hebben het beiden gehad met de tweestrijd. „Ik heb me echt rot gevoeld bij de situatie”, zegt Willeboordse. „Maar op mentaal gebied heeft het me verder geholpen. Juist omdat ik in het nauw ben gedreven, heb ik bepaalde dingen in mijn training anders aangepakt. Ik hoop dat ik de kans krijg dat uit te bouwen richting Londen.”

Van Emden heeft de druk als prettig ervaren. De uitdager baalt nog altijd van haar „onnodige” nederlaag in de halve finales van de Masters van vorig weekeinde. „Nu is het verschil klein, al is het er wel, vind ik. Ik heb drie medailles gewonnen over de laatste vier toernooien, zij twee. Ook sta ik hoger op de wereldranglijst en de olympische ranking. Zij heeft de ervaring, maar heeft daarmee de laatste jaren niet veel gewonnen.”

Willeboordse is een andere mening toegedaan. „De bond hoopte dat een van de twee een duidelijk verschil zou maken. Dat is mij niet gelukt, maar Anicka ook niet, vind ik. Ik ben een 33-jarige topsportster die haar momenten moet kiezen en heb bewezen goed te kunnen pieken. Ik denk nog steeds dat op de Spelen voor mij meer te halen valt. Daar staan tegenstanders tegen wie ik beter kan judoën dan zij.”

Deze week mochten beide partijen een motivatie indienen bij de judobond, volgende week beslist de technische commissie. Die staat onder leiding van technisch directeur Cor van der Geest en bestaat uit mannenbondscoach Maarten Arens, juniorenbondscoaches Mark Huizinga en Edwin Steringa én Van Unen.

Van Emden noemt de dubbelrol van de vrouwenbondscoach, die met de naderende beslissing niets meer wil zeggen, slechts ongewenst. Ze twijfelt niet aan haar objectiviteit. „En ik heb begrepen dat de stem van Marjolein in zo’n geval niet even zwaar weegt als die van de anderen. Maar het blijft een rare situatie.”

Minder begrip heeft Van Emden voor de criteria van de judobond voor olympische voordracht. „Uitslagen waren niet genoeg. Ik heb steeds gehoord: ‘Wij gaan onze kennis en kunde gebruiken voor de juiste beslissing.’ Dat vind ik vaag.”

De Korte weet dat de keuze voor een van de judoka’s geen waterdichte zal zijn. Hij herinnert zich dat voor de Olympische Spelen van 1996 een selectiecontract werd opgesteld voor zijn pupil Angelique Seriese en haar tegenstandster Monique van der Lee. „Seriese won, maar was in Atlanta niet in topvorm”, zegt hij. „De verkeerde stond op de Spelen.”

Net als Van Emden wil De Korte onderstrepen dat hij overtuigd is van de professionele instelling van Van Unen. „Marjolein heeft de topsportmentaliteit om zaken te scheiden. Ik heb alle vertrouwen in het judo-inzicht van de technische staf. Zij zullen ervoor zorgen dat de juiste judoka in Londen op de mat staat.”