Stormt de halsbandparkiet de top-10 in?

Dit weekeinde vindt voor de negende keer de Nationale Tuinvogeltelling plaats. Vogelaar Kester Freriks blikt vooruit naar winnaars en verliezers in de Nederlandse tuinen en geeft herkenningstips.

Luid roepend vliegen ze in grote groepen boven de steden van ons land: halsbandparkieten. Met hun felgroene verenkleed en lange staart vormen ze een opvallende verschijning en zijn ze makkelijk te herkennen. Komend weekeinde vindt voor de negende keer de Nationale Tuinvogeltelling plaats, waaraan jaarlijks zo’n dertigduizend mensen meedoen. Het zou me niets verbazen als de halsbandparkiet voor het eerst door zou dringen tot de top-10 van meest waargenomen soorten.

Deze exoot, afkomstig uit tropisch Azië en Afrika, is in Nederland geïntroduceerd als volièrevogel. In het begin van de jaren 70 is hij losgelaten en verwilderd. Nu leven hier een kleine tienduizend halsbandparkieten.

Sommige mensen vinden de vogel een aanwinst door zijn kleurrijke verschijning. Anderen zien hem als een indringer die soorten als bonte specht en boomklever verjaagt. Die zouden weleens op de lijst van verliezers terecht kunnen komen.

Dat de halsbandparkiet zich in zo groten getale heeft kunnen vestigen in Nederland, is te danken aan de betrekkelijk zachte winters en vooral de rijk voorziene voertafels in tuinen en op balkons. Pindaslingers en vetbollen oefenen een grote aantrekkingskracht uit. Behendig kraken deze exoten met hun felrode snavel noten en zaden.

De huismus staat waarschijnlijk opnieuw bovenaan, net als koolmees en merel. Die twee wisselen nogal eens van rang. De fluweelzwarte merel met zijn gele snavel is snel te herkennen. Let bij de koolmees op de zwarte kruin en de zwarte streep over de borst. Overheerst daar kobaltblauw, dan is het geen koolmees maar een pimpelmees.

De huismus toont gelijkenis met de heggenmus. Deze laatste zangvogel is de bescheidenheid zelve. Hij heeft een lichtgrijze kop en borst. In zijn gedrag onderscheidt hij zich sterk van de huismus: deze laatste tjilpt en maakt lawaai in de struiken en leeft in groepen bij elkaar. De heggenmus daarentegen sluipt stil en nauwelijks zichtbaar over de grond, scharrelt tussen dode bladeren. Hij heet ook bastaardnachtegaal wegens zijn welluidende zang. Maar die zullen we in januari niet horen.

Een winnaar zal ook de ekster zijn. Deze kraaiachtige in schitterend zwart-wit was aanvankelijk een vogel van landelijk gebied, maar hij heeft zijn biotoop steeds meer naar de stad uitgebreid. Een ekster in de dakgoot of op de schoorsteen, zelfs midden op straat, is geen vreemd verschijnsel meer. Ik voorspel voorzichtig dat hij misschien wel de negende of zelfs achtste plaats gaat innemen. Eksters treden altijd in groepen op. Met hun schetterende roep maken ze elkaar attent op voedsel. Een stelletje maffiosi onder elkaar.

Stadse vogels leven niet altijd in harmonie. Komen de eksters aangevlogen, dan ruimen bescheidener soorten als merel en heggenmus het veld. De grote bonte specht vindt in de halsbandparkiet een geduchte concurrent: beide soorten zijn holenbroeders, maar de halsband kan zijn nest niet zelf uithakken, de specht wel. Dus zien we steeds vaker een parkiet in een gekraakt spechtenhol. Kijk ook, liefst met een verrekijker, hoog in de boomkruinen: daar ritselen aan de dunste twijgen de staartmezen met hun lange staart en bruin-wit lichaam.

De Tuinvogeltelling 2012 zal in één opzicht verschillen van eerdere edities. Behoorden ijsvogel en winterkoning voorgaande keren tot de verliezers door de strengere winter, nu hebben ze niets te vrezen. Ondanks hun stoere namen zijn de iriserend blauw gekleurde ijsvogel en de bruine winterkoning met zijn opgewipte staart gevoelig voor kou. De ijsvogel heet zo omdat hij tijdens vorstperioden open water opzoekt, en dat is vaak in de stad. De winterkoning dankt zijn naam aan de opgewekte roep die hij zelfs hartje winter laat horen.

Nu er nog geen echte vorst is geweest, missen we in onze tuinen wintergasten uit het hoge noorden, zoals pestvogel, kramsvogel en koperwiek. De eerste valt op door de kuif op zijn kop en glanzend rood op de vleugels. De beide andere soorten zijn lijsterachtigen. Als de koperwiek opvliegt, dan valt een oranjerode kleur op onder zijn vleugels. Vandaar die prachtige naam koperwiek.

Na zondag weten we of we de halsbandparkiet als nieuwkomer in de top-10 mogen verwelkomen en of de ekster zich massaal meldt. En behoudt de huismus zijn eerste plaats? De afname van de huismus is al enkele jaren, helaas, een onweerlegbaar gegeven. Dan komen koolmees of merel in aanmerking. En wie weet duikt bij uw tuinvijver opeens de ijsvogel op in stralend blauw verenkleed. En zingt de winterkoning in deze milde winter toch zijn muzikale lied met hoge trillers.

Nationale Tuinvogeltelling 2012 door Vogelbescherming en Sovon Vogelonderzoek Nederland op 21 en 22 januari. www.tuinvogeltelling.nl