Rintje Nooit meer kwispelen

‘Ik heb er genoeg van’, zegt Tobias. ‘Ik ben het echt helemaal beu!’ ‘Waar heb je genoeg van?’ vraagt Henriette. ‘Je wordt toch niet weer gepest?’

‘Ik wil niet meer de hele dag kwispelen’, zegt Tobias. ‘Mijn staart blijft maar heen en weer gaan. Ook als anderen iets stoms zeggen of iets gemeens.’

‘Dat heb ik ook’, zegt Henriette.

‘En ik ook’, zegt Rintje. ‘Maar wat kunnen we ertegen doen? We zijn nu eenmaal honden en honden kwispelen.’

‘Jij hebt altijd goede ideeën’, zegt Henriette tegen Rintje. ‘Bedenk eens iets om ons van het kwispelen af te helpen.’ ‘Zonder onze staart af te knippen’, voegt Tobias eraan toe.

Rintje sluit zijn ogen en denkt heel diep na. Pas na een hele tijd doet hij zijn ogen weer open. ‘Ik weet wel iets’, zegt hij. ‘Daarvoor hebben we garen nodig uit mijn moeders naaidoos, in de kleuren van onze vacht.’

Henriette pakt drie klosjes garen: wit, lichtbruin en donkerbruin. Rintje begint met het donkerbruine garen en doet de draad een paar keer om Tobias’ staart. Daarna knoopt hij de draad met een stevige knoop onder aan Tobias’ buik.

‘Zo’, zegt Rintje. ‘Als we de draad nog wat beter onder je vacht verstoppen, ziet niemand dat je staart is vastgebonden. En je kunt niet meer kwispelen!’

Als ze alle drie hun staart hebben vastgebonden, lopen ze naar mama in de keuken.

‘Wat kijken jullie blij’, zegt ze. ‘Hebben jullie iets te vieren?’

‘Jazeker’, zegt Tobias. ‘We zijn kwispelvrij!’

‘Kwispelvrij?’ vraagt mama. ‘Wat bedoel je?’

‘We hebben het kwispelen afgeleerd’, zegt Rintje. ‘We waren het zat dat we bij alles steeds moesten kwispelen!’ ‘Maar als een hond niet meer kan kwispelen, kan niemand zien of hij blij is’, zegt mama.

‘Maar we kwispelden bij alles, ook bij dingen die we niet leuk vonden. Dat staat zo stom!’ zegt Henriette. ‘Wat zijn jullie toch gekke kinderen’, zegt mama. ‘Maar ik zal eens even kijken of het waar is wat jullie zeggen.’ Ze loopt naar de ijskast en pakt een heerlijke rookworst. ‘Wie wil er een stukje?’ vraag ze en ze houdt de worst in de lucht.

Tobias, Henriette en Rintje voelen dat hun staart heen een weer wil gaan, maar door de draad gebeurt er niets. ‘Het is waar’, zegt mama. ‘Jullie kwispelen niet meer.’

“Waarom kijk je zo bedroefd?’ vraagt Rintje.

‘Ik vond jullie veel leuker toen jullie kwispelden’, zegt mama. ‘Staan jullie staarten nu voor altijd stil?’ ‘Het is niet echt’, zegt Rintje. ‘Kijk maar!’ Hij pakt een schaar en knipt zijn draad door. Ook de draad van Tobias en Henriette knipt hij door.

Nu pakt mama de worst weer en houdt hem omhoog. ‘En wie wil er een stukje?’ vraagt ze, en er kwispelen drie staartjes heel druk heen en weer. ‘Zo ken ik jullie gelukkig weer!’ zegt mama.