Pensioenfondsen buigen voor extreem lage rente

Veel Nederlandse pensioen- fondsen voldoen niet aan de kapitaaleisen van De Neder- landsche Bank. Kortingen lijken onafwendbaar. Vier vragen over de gevolgen.

Meer dan honderd pensioenfondsen, waaronder drie van de grootste vijf, willen in april 2013 korten op de pensioenuitkering of de opbouw ervan. De kortingen zijn met 6 tot 7 procent het grootst bij PME en PMT, de pensioenfondsen in de metaalsector. Het ABP (ambtenaren en onderwijzers) kondigde vanochtend een korting van 0,5 procent aan.

Vier vragen over de gevolgen van die kortingen voor de economie en de koopkracht.

1Zijn deze kortingen in april 2013 onvermijdelijk?

Dat hangt voor een belangrijk deel af van de rentestand. Pensioenfondsen moeten korten als hun dekkingsgraad, de verhouding tussen het eigen vermogen en de betalingsverplichting aan gepensioneerden, uit balans is. De Nederlandse Bank (DNB) houdt een minimale dekkingsgraad aan van 105 procent. Fondsen die daar onder zitten, moeten herstelplannen maken, inclusief de optie om te korten of de jaarlijkse pensioenopbouw te verlagen.

De dekkingsgraad van PME en PMT was eind vorig jaar 90, respectievelijk 88,5 procent, ver onder de norm. Als in de loop van dit jaar de rente stijgt, kunnen kortingen alsnog worden afgeblazen. Maar die kans is niet zo groot. De vandaag aangekondigde kortingen lijken dan ook onafwendbaar.

Ook voor het ABP zijn weinig andere scenario’s denkbaar. Pensioenfondsen kunnen hun dekkingsgraad beperkt opkrikken door premies te verhogen of eenmalige bijstortingen door de werkgever. Bij het ABP is dat vooral de overheid. De vanochtend door het ABP aangekondigde premieverhoging van 2 procent kost de overheid 1 miljard euro. Een verdere premieverhoging om de dekkingsgraad te verhogen is niet waarschijnlijk, gezien de op handen zijnde bezuinigingen. Hetzelfde geldt voor bijstortingen in de ABP-kas.

2Pensioenfondsen haalden ook afgelopen jaar goede rendementen. Waarom is die inkomensbron onvoldoende om kortingen te voorkomen?

Het vermogen van een pensioenfonds als PME steeg in het vierde kwartaal van 2011 met 1,3 miljard euro tot 25,8 miljard euro. Het fonds behaalde over 2011 een rendement van 9,4 procent. Het belegd vermogen van PMT steeg van 39 miljard naar 40,9 miljard euro. Maar goede rendementen zijn onvoldoende garantie voor een stabiele dekkingsgraad en dat komt niet alleen door die lage rente. Daling van die dekkingsgraad was de afgelopen jaren (2008-2010) voor ongeveer de helft het gevolg van de dalende rente. De andere helft werd veroorzaakt door de neergang op de financiële markten en de stijgende levensverwachting. Pensioenfondsen moeten dus langer uitkeren om de simpele reden dat gepensioneerden langer leven.

3Blijven andere grote fondsen uit de gevarenzone?

Het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PZW; 2,4 miljoen werknemers en ex-werknemers) zegt van wel. De dekkingsgraad bedroeg eind vorig jaar 97 procent. Voldoende om pijnlijke maatregelen af te wenden. Het Pensioenfonds voor de Bouw noteerde een dekkingsgraad van 99,8 procent. Maar de financiële markten moeten dit jaar dan wel herstellen, waarschuwde dit fonds vanochtend. Beide fondsen bleven naar eigen zeggen buiten de gevarenzone door een ‘rentedouceurtje’ van DNB. Pensioenfondsen mochten in het laatste kwartaal rekenen met een gemiddelde rente over de laatste drie maanden, in plaats van die van eind vorig jaar. Dat scheelde PZW 4 procentpunten in zijn dekkingsgraad.

4Wat zijn in 2013 de gevolgen van de kortingen voor de economie en de koopkracht.

Dat is nog niet bekend. Het Centraal Planbureau kon die nog niet meenemen in zijn ‘decemberramingen’ omdat de voorgenomen kortingen toen nog niet bekend waren. Voor pensioengerechtigden in de metaalbranche zullen de koopkrachteffecten beperkt blijven, omdat de AOW de belangrijkste inkomstenbron is en op deze uitkering wordt niet gekort. Maar voor gepensioneerden die zijn aangesloten bij het ABP, kunnen de gevolgen groter zijn, omdat hun aanvullend pensioen een belangrijkere aanvulling op de AOW is.

Overigens is een bijeffect van de herstelmaatregelen die pensioenfondsen nemen dat de gemiddelde leeftijd waarop Nederlanders met pensioen gaan, stijgt. Kortingen raken niet alleen pensioengerechtigden, maar ook de pensioenopbouw van werkenden. Wie straks dezelfde pensioenuitkering wil ontvangen, moet dus langer doorwerken.

Jos Verlaan