Onder bankiers - op zoek naarde achterkant van de façade

Als buitenstaander kijkt Joris Luyendijk zijn ogen uit in de Londense City. Hij is ervan overtuigd dat veel meer buitenstaanders moeten gaan snappen wat er in de financiële sector gaande is. Daarom probeert hij haar open te breken met verhalen zonder jargon.

‘In mijn eerste jaar werkte ik van half tien ’s ochtends tot drie uur ’s nachts. Iedere dag. Ik bleef tegen mezelf zeggen: het wordt beter. Maar dat werd het niet.”

Aldus een jonge bankier in fusies en overnames (M&A, mergers & acquisitions) in Londen. Hij hield het na een paar jaar bij een grote bank voor gezien. Anoniem wilde hij wel vertellen waarom, en zijn verhalen vormen een prachtig contrast met die van een collega in M&A, die wel bleef en inmiddels zeker een miljoen pond per jaar verdient: „Een typische werkdag? Hangt ervan af. Ik kwam vanochtend terug uit New York, wat niet ongewoon is. I totally love this job.”

Volgende week gaat in deze krant een serie columns van start over mensen in de financiële wereldstad Londen. Ze leggen uit hoe een typische werkdag er voor hen uitziet, en aan de hand daarvan hoe het eraan toegaat in hun hoekje van de sector. Zulke gesprekken voer ik sinds afgelopen zomer, als onderdeel van een experimenteel blog voor de Engelse krant en nieuwssite The Guardian. Ik ging de financiële sector in als een onwetende outsider, en ondervraag en schrijf dus vanuit het perspectief van u, lezer en medebuitenstaander.

Wat een wereld, die van het mondiale geld, en wat een verhalen zijn er te halen! Alleen al in Londen werken 330.000 mensen in de sector, van wie sommigen 25.000 pond per jaar verdienen, anderen 200 miljoen of zelfs nog meer. Hoe uitgestrekt en divers blijkt de sector, en wat een kloof tussen het zelfbeeld van de gemiddelde geïnterviewde (fatsoenlijk, nuttig, enigszins overbetaald) en het beeld van hen bij het grootste deel van de rest van de wereld. Op de blog overheersen de woorden ‘parasiet’, ‘oplichter’ of gewoon ‘Satan’ – en ik maar denken dat alleen Nederlanders grof waren op websites.

Als buitenstaander kijk ik mijn ogen uit, en hoe meer ik leer en ontdek, hoe meer ik ervan overtuigd raak dat veel meer buitenstaanders deze sector kunnen en zouden moeten gaan snappen. Want als de afgelopen jaren iets hebben duidelijk gemaakt dan is het wel dat de financiële sector te belangrijk is geworden om over te laten aan de bankiers en hun entourage.

Anno nu scheppen de financiële markten vaak de werkelijkheid waarop politici moeten reageren. Het primaat van de politiek is vervangen door dat van het mondiale kapitaal. In sommige landen lijkt democratie steeds meer op een systeem waarbij wij mogen bepalen welke politicus mag uitvoeren wat kredietbeoordelaars en financiële markten dicteren.

Veel banken zijn nu too big to fail, ze kunnen niet meer failliet gaan omdat ze daarmee de hele wereldeconomie omver zouden trekken. Gevolg is dat de grootste banken opereren met een impliciete staatsgarantie, oftewel: landen zijn de gijzelaar geworden van hun banken. Er wordt van Pakistan wel gezegd dat het geen land is met een leger, maar een leger met een land. Nog even en je hebt iets vergelijkbaars in het Westen. Geen land meer met een paar banken, maar een paar banken met een land.

Nog zo’n ontdekking: het bankwezen is maar een onderdeel van de financiële sector. Veel van de meest lucratieve, ondoorzichtige en speculatieve activiteiten vinden plaats in hedgefondsen (activistische beleggingsfondsen) en andere financiële instellingen.

Hoe langer ik nu rondloop in Londen, hoe meer ik denk: hoe kan dat nou? Hoe is het mogelijk dat niet meer buitenstaanders zijn geïnteresseerd in deze financiële wereld? Als ik tegen u, lezer, zeg dat uw spaargeld niet veilig is, heb ik uw volledige aandacht. Maar typ ik daarna het woord ‘financiële hervormingen’ dan begint menigeen al te denken aan doorbladeren. Hoe kan het dat belang en belangstelling zo ver uit elkaar liggen?

Uitgangspunt van deze serie is dat althans een deel van u outsiders wel degelijk interesse heeft in de financiële sector, maar nu wordt buitengesloten door het jargon en de TLA’s – Three Letter Acronyms. Daarom probeer ik in de sector open te breken met verhalen zonder jargon of TLA’s, maar over de mensen en hun onderlinge hiërarchieën, maniertjes, codes en clichés. Als introductie en opstap, en om te laten zien dat bankiers gelijk hebben als ze zeggen: wat wij doen is geen rocket science.

Voorbeeldje: het zijn net mensen daar in The City, en dus circuleren er stereotypes, ook zo'n mooie ingang in het wereldje. Financiële consultants vinden zakenbankiers dom, en omgekeerd vinden die bankiers de consultants maar losers: ze verdienen namelijk minder. Advocaten vinden zakenbankiers praatjesmakers zonder echte expertise, bankiers beschouwen advocaten als personeel: je geeft ze een opdracht, die voeren ze uit en voor de rest moeten ze hun mond houden.

Ja, ik weet het. Dit zijn grove generalisaties, maar als eerste stap op de weg van outsider naar insider zijn ze heel nuttig. Zoals het satirische blad The Onion uit Amerika op een populair T-shirt zegt: Stereotypes are a real time saver. Nadien komen de nuances, de tegenvoorbeelden en de bredere blik.

Het is echt een probleem met journalistiek over complexe onderwerpen: je wil recht doen aan alle nuances, al was het maar om serieus te worden genomen door de insiders die je bronnen vormen. Maar met die nuances wordt je verhaal bijzonder ontoegankelijk voor totale outsiders. Oplossing hier: mezelf expliciet positioneren als outsider, schrijvend voor andere outsiders, namelijk u, lezer. Als je het erbij zegt, vergeven de insiders je, zo blijkt, en blijven ze met je praten.

Maar wel anoniem. In een eerder leven heb ik voor deze krant jaren als correspondent in Arabische landen gewerkt, in de jaren voor de revoluties. Ik weet nog hoe ik mij destijds verheugde op een terugkeer naar het Westen. Daar heerste immers democratie, en dus zou ik daar wel vrij mensen kunnen interviewen.

Dus niet. Op dit moment heeft vrijwel iedereen met enige verantwoordelijkheid in het Westen een spreekverbod. Voor dit project moet ik dus in het geheim afspreken met mensen. In Nederland zou ik dit project nooit kunnen doen, want de sector is zo klein dat geïnterviewden veel te makkelijk herkenbaar zouden zijn voor andere insiders. En in Nederland is mijn tronie bij te veel mensen bekend van televisie.

In Londen is dat allemaal anders, en zo komt het dat ik sinds deze zomer in allerlei Starbucks en lokale varianten, bars en restaurants met een opschrijfboekje als een bezetene zit te schrijven. Geïnterviewden zijn hooguit bezorgd om gespot te worden, omdat ik eruit zie als recruiter of headhunter: die zitten ook altijd in een boekje te schrijven – en als je collega’s denken dat je met een headhunter praat, ondergraaft dat soms je positie op het werk.

Het zijn steeds hele leuke gesprekken. Mensen vinden het bijna altijd aangenaam om te vertellen over zichzelf, en velen ervaren het als een opluchting om eens weerwerk te geven aan de vele vooroordelen en misverstanden die er in hun ogen over hen circuleren.

Zo komen de interviews tot stand, en de hele procedure zou onmogelijk zijn, ondenkbaar zelfs, zonder moderne technologie. Het begint met de e-mail naar mijn webblog voor The Guardian waarmee mensen zich opgeven: dat kan helemaal anoniem, ze maken gewoon een hotmail- of Gmail-account aan. Ik ben de enige die de e-mail ziet en kan zonder kosten of vertraging reageren. Ik check via Google, Facebook en LinkedIn of de persoon in kwestie is wie hij/zij zegt dat hij/zij is, en dan spreken we ergens af. Ik werk hun woorden uit tot een interview dat ik hun weer toemail ter controle op juistheid, omissies en details die hun identiteit kunnen verraden. Daarna gaat het interview online waarna andere insiders kunnen reageren met kanttekeningen of aanvullingen. Reacties plus interview vormen dan weer het materiaal voor de column, die verschijnt in een aantal Europese landen, en waarop hopelijk opnieuw insiders hun visie zullen geven.

Zo kan de journalistiek vernieuwen dankzij nieuwe technologie. Ieder interview plus column vormt een stipje van inzicht. Trek vervolgens een lijn door die stipjes en je hebt een stukje leercurve over de financiële sector. Een ingang voor outsiders die meer willen weten over de mondiale financiële elite, maar niet weten waar te beginnen.

Het is early days met dit experiment, zoals de Engelsen dat noemen, maar als het werkt zouden schrijvers vergelijkbare online leercurves kunnen gaan doorlopen over de EU, de Arabische lente, armoedebestrijding en de transitie naar duurzaamheid. Wie weet gaat dan iemand een leercurve doorlopen over leercurves.

Tot slot een voorbeeld van wat u te wachten staat. Ik had nooit beseft dat de ontslagbescherming van mensen in de financiële sector nul komma nul is. Je kunt er binnen vijf minuten uitvliegen. En zulke ontslagen worden niet bekendgemaakt. Lees en huiver hoe dat gaat bij een grote bank.

Ik sprak een IT-specialist, aan het begin van de herfst: „Ik werk op een afdeling met iets van vijfhonderd mensen en met Kerst is misschien wel 40 procent weg. Een paar dagen terug moesten we een nieuw systeem testen. Ik zei: laat Natalie het maar doen, dat meisje uit Europa, die is echt bot dus dan krijgen we eerlijke feedback. Mijn collega schudde van nee, en ik zei: ah joh, ze is inderdaad lastig, maar ze is heerlijk! Kwam het antwoord: Natalie is niet langer hier. Was het haar vrije keus, vroeg ik. Nee, zei mijn collega. Zo ontdek je dat iemand is ontslagen.”

Joris Luyendijk

De column van Joris Luyendijk over de financiële sector verschijnt vanaf volgende week elke donderdag in Economie in NRC Handelsblad.