Obama schrapt oliepijp, voor nu

De geplande Keystone XL-pijplijn werd een symbool voor de keus tussen economie en natuur. President Obama keurt het plan af, maar biedt ruimte voor een nieuw plan.

De omstreden Keystone XL-pijplijn, een miljardenproject in Noord-Amerika om ruwe olie uit de Canadese teerzanden te leveren aan raffinaderijen in Texas, komt er voorlopig niet. President Obama heeft gisteren een streep gehaald door het plan voor de pijp, die symbool is geworden voor de keuze tussen werkgelegenheid en het milieu.

Maar de Amerikaanse regering hield tegelijkertijd de deur open voor een nieuw voorstel voor het project van pijpleidingbedrijf TransCanada, dat klaarstond om te beginnen met de aanleg van de 2.700 kilometer lange verbinding. Een alternatieve route buiten een natuurgebied in de staat Nebraska om zou mogelijk op termijn wel kunnen rekenen op goedkeuring.

TransCanada heeft direct laten weten een nieuw plan te zullen indienen, in de hoop dat het project ter waarde van 7 miljard dollar eind 2014 alsnog kan worden opgeleverd. Oorspronkelijk was voltooiing van de pijpleiding, bedoeld om de grootste olievoorraad van het continent te verbinden met het belangrijkste raffinagecentrum, dit jaar gepland.

Daarmee wordt een oordeel over Keystone XL definitief uitgesteld tot na de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De regering-Obama, die klem zit tussen milieubezwaren tegen de pijpleiding en de economische voordelen ervan, had in november al aangestuurd op extra bedenktijd tot begin 2013. Meer tijd zou nodig zijn om te bepalen of het project, met aangepast tracé, in het landsbelang is.

Republikeinen in het Congres hadden in reactie op dat uitstel een sneller oordeel geëist over Keystone XL, waarmee zeker 20.000 directe banen zouden zijn gemoeid en de Amerikaanse afhankelijkheid van olie uit het Midden-Oosten moet worden teruggedrongen. Ze bedongen in december, bij koehandel over een andere wet, een deadline om binnen zestig dagen over de pijplijn te beslissen. Dat besluit draaide gisteren uit op afwijzing, wegens tijdgebrek.

„De overhaaste en willekeurige deadline van de Republikeinen in het Congres maakte een grondige beoordeling van de gevolgen van de pijplijn onmogelijk”, liet Obama weten. Het ministerie van Buitenlandse Zaken voegde daaraan toe dat de afkeuring „niet in de weg staat van een vervolgvoorstel, of voorstellen voor soortgelijke projecten.” De regering blijft zo bij haar voornemen om een eventueel fiat voor Keystone pas na de verkiezingen te geven.

Het besluit werd toegejuicht door milieuorganisaties. Zij hebben zich fel verzet tegen het project, en gesuggereerd dat Obama zijn groene verkiezingsbeloftes zou breken als hij het goedkeurt. Volgens tegenstanders zou een olielek in de pijplijn grote milieuschade kunnen toebrengen, onder meer aan een grondwatervoorraad in Nebraska. Bovendien is toenemende afhankelijkheid van de Canadese teerzanden, een relatief vervuilende vorm van energie, volgens hen onwenselijk.

De Republikeinen grepen het besluit echter onmiddellijk aan om Obama af te schilderen als een slechte hoeder van de Amerikaanse economie, die ervoor terugdeinst om de hardnekkige werkloosheid aan te pakken uit vrees de milieubeweging van zich te vervreemden. „Obama vernietigt tienduizenden Amerikaanse banen”, zei John Boehner, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden. „Hij zei dat hij alles zou doen om banen te scheppen. Vandaag heeft hij die belofte gebroken.”

Daar komt bij dat Obama volgens Boehner een kans verspeelt om meer olie te importeren uit Canada, de stabiele noorderbuur, in plaats van uit het Midden-Oosten. „Nu zal Canada op zoek gaan naar andere afzetmarkten om zijn olievoorraden te verkopen, zoals China.”

Canada zinspeelt inderdaad op leverantie aan China. Probleem daarbij is dat olie uit de teerzanden, gelegen in Alberta, geen uitweg heeft buiten het continent. Een andere voorgenomen leiding naar de westkust om olie te verschepen naar Azië, de Northern Gateway-pijplijn, wordt fel bestreden door milieuorganisaties en inheemse groepen.