Journalistiek in tijden van beeldvorming

Het nieuws voedt ons met het absurde en groteske, net zolang tot ze normaal lijken. Tijd om daar als krant tegenwicht aan te bieden

Rob Wijnberg

Hoofdredacteur nrc.next

Vorig jaar publiceerde De Groene Amsterdammer een enquête onder 75 sociale wetenschappers waarin werd gevraagd wat volgens hen het grootste probleem is dat Nederland op dit moment parten speelt. Het vaakst genoemd werd „het gebrek aan richting en houvast”, gevolgd door een ontwikkeling die volgens velen daarmee samenhangt: de opkomst van fact free politics.

„De werkelijkheid”, vatte hoogleraar cultuursociologie Dick Houtman samen, „is in de politiek steeds verder uit beeld geraakt en vervangen door mediaverhalen, beelden, metaforen en soundbytes”. Anders gezegd, of iets ‘waar’ is of strookt met de ‘feiten’ is in deze postmoderne tijd tussen haakjes komen te staan en vervangen door beeldvorming en retoriek. Hoe een politicus iets zegt, is belangrijker dan wat hij zegt. Hoe hij overkomt relevanter dan wie hij is.

Nu is politiek altijd al een kwestie van meningen geweest. Wat ‘werkelijk’ is, of ‘waar’, is nooit voor iedereen hetzelfde. De realiteit hangt evenzeer af van je wereldbeeld als van de wereld zelf. Maar in de moderne mediacratie, vol nieuwsflitsen van zestig seconden en spectaculaire koppen in de krant, is die wereld wel steeds verder uit beeld geraakt. Het nieuws voedt ons elke dag met het exceptionele, absurde en groteske – net zolang tot ze het doodnormale lijken. Niet de regels, maar de uitzonderingen bepalen zo het publieke debat – en ons beeld van de werkelijkheid.

Daardoor wordt politiek bedrijven niet veel meer dan die beeldvorming naar je hand zetten. Rita Verdonk was zonder partijprogramma nog goed voor dertig zetels; nadat zij haar standpunten eenmaal op papier had gezet, stond ze alweer op nul. Job Cohen werd als nieuwe redder van de PvdA onthaald; drie weifelende debatoptredens later (‘Job de Hakkelaar’) was hij het vertrouwen alweer kwijt. Agnes Kant werd in de Tweede Kamer alom geroemd om haar dossierkennis, toch deed haar ‘kille imago’ haar na een jaar de das om – tweederde van de zetels armer. Opvolger Emile Roemer wist in twee tv-debatten dat aantal in vier weken alweer te verdubbelen. En herinnert u zich Ella Vogelaar nog? Wie de bewoners van de naar haar vernoemde wijken om een oordeel vroeg, kreeg vooral loftuitingen te horen; twee zwijgzame minuten voor de camera van GeenStijl – en haar politieke carrière was voorbij.

Zoals het lot van onze bestuurders bepaald wordt door dagkoersen, zo bepaalt de waan van de dag het publieke debat. Het aantal Kamervragen is sinds 1990 bijna vervijfvoudigd – van 750 tot 3.000 per jaar. Driekwart van al die vragen is gebaseerd op incidenten uit de media. Terwijl de geregistreerde criminaliteit feitelijk afnam, kreeg de minister van Justitie veruit de grootste toename te verduren: van een kleine honderd Kamervragen in 2001 tot meer dan 550 in 2008.

Het aantal spoeddebatten in de Tweede Kamer nam intussen een nog veel grotere vlucht: van minder dan tien in 2000 tot bijna tachtig in 2009. In het rapport Beleidsdruk in beeld concludeerde het ministerie van Binnenlandse Zaken dan ook: „Het verwijt dat Kamerleden zich steeds meer laten leiden door de ‘waan van de dag’ lijkt te kloppen”, en voegde daar op bezorgde toon aan toe dat „profileerdrang een vast onderdeel is geworden van de parlementaire cultuur.”

Die profileerdrang zie je vooral terug op televisie. In talkshows wordt meer over, langs en door elkaar heen gepraat dan met elkaar gedebatteerd. Politici wenden hun schaarse spreektijd bijna uitsluitend aan om ‘punten’ te scoren. Verkiezingsdebatten zijn, analoog daaraan, verworden tot populariteitswedstrijden in de geest van Idols: problemen worden teruggekookt tot simpele stellingen, antwoorden beperkt tot een soundbyte en na afloopt wijst een jury de ‘winnaar’ aan. Inhoudelijke onderbouwing is daarbij geen graadmeter.

De opkomst van fact free politics kan dan ook onmogelijk los worden gezien van die andere belangrijke ontwikkeling: de vercommercialisering van de journalistiek. Gemeten naar kwaliteit en diepgang is het journalistieke aanbod in Nederland nog altijd uitzonderlijk gevarieerd, maar tegelijkertijd hebben alle media één eigenschap gemeen: ze zijn allemaal onderhevig aan de wetten van de markt. Daar gelden kijkcijfers, lezersaantallen, advertentie-inkomsten en, uiteindelijk, winstgevendheid als de onbetwiste graadmeters voor succes. De burger wordt niet voor niets een ‘nieuwsconsument’ genoemd.

De journalistiek wordt zo meer op commercieel succes afgerekend dan op maatschappelijke relevantie. De maatstaf is: bereikt een medium een voor adverteerders interessante doelgroep? Kranten, tijdschriften en nieuwssites gaan daardoor steeds meer lijken op de belevingswereld van hun publiek. Van belang is immers datgene waarin de doelgroep zich herkent of interesseert. Oftewel: meer lifestyle, meer BN’ers en minder moeilijke vragen graag. Zoals de politiek meer een onelinerscircus is geworden dan een arena van inhoudelijk debat, zo fungeert de journalistiek meer als geruststellende spiegel van de consument dan als kritische spiegel van de macht.

Politiek en journalistiek lijken zich in die zin steeds meer te spiegelen aan de in de 20ste eeuw explosief gegroeide reclame-industrie. Een industrie die gebaseerd is op vijf basisregels. Regel 1: simplificeer je boodschap tot hapklare slogans. Regel 2: gebruik zoveel mogelijk gemeenplaatsen die nadenken ontmoedigen. Regel 3: vergroot de geloofwaardigheid door de boodschap te associëren met fictieve autoriteiten, zoals beroemdheden. Regel 4: creëer een gevoel van toebehoren door de wereld onder te verdelen in stereotypes die bestaande vooroordelen bevestigen. En regel 5: herhaal de boodschap net zolang totdat ze voor ‘waar’ wordt aangenomen.

Met deze technieken verdient de reclame-industrie wereldwijd inmiddels ruim 500 miljard dollar per jaar – bijna evenveel als het totale binnenlands product van Nederland. Een doorsnee westers mens wordt anno 2012 met gemiddeld tussen de 300 en 3.600 reclameboodschappen per dag geconfronteerd. Overgesimplificeerde (‘Wast witter dan wit’), gedachten ontmoedigende (‘Ik zeg: doen!’), door beroemdheden bekrachtigde (‘Filmster houdt van koffie’), stereotypes bevestigende (‘Mannen drinken bier’), eindeloos herhaalde (‘Even Apeldoorn bellen!’) boodschappen. En met succes: de favoriete vrijetijdsbesteding van Nederlanders tussen de 15 en 45 jaar is winkelen. Gemiddeld spreken mensen 10 tot 20 keer per dag over merken van producten. En geen Facebook-profiel is nog compleet zonder aan te geven met welk merk je je het meest identificeert.

Wij leven, kortom, in een wereld waarin politiek uit beeldvorming bestaat, journalistiek lifestyle is geworden en reclame onze identiteit bepaalt. Zo’n wereld vraagt om een krant die oprecht de waan van de dag probeert te overstijgen. Die geen uitzonderingen op de voorpagina zet, maar de structuren erachter. Die het nieuws niet indeelt in het achterhaalde schema van binnenland en buitenland, maar die de wereld bekijkt door de 21ste-eeuwse bril van netwerken en globalisering. Die beweringen van opinieleiders niet enkel optekent, maar ook de onderbouwing toetst met factchecking. Met deze gedachten in het achterhoofd is de nieuwe krant die u nu in handen heeft tot stand gekomen.

Zo is de nieuwsindeling veranderd, hebben we nieuwe kaders met context ontwikkeld en beginnen we vanaf vandaag – geïnspireerd door het Amerikaanse politifact.com, dat in 2009 als eerste website ter wereld de prestigieuze Pulitzer-prijs in de wacht sleepte – met een nieuwe factcheckrubriek op pagina 2 en 3 van de krant en op onze weblog.

Het recept, dat ook politifact.com hanteert, is simpel: beweringen van politici, reclamemakers, opinieleiders en andere prominenten in het publieke debat zullen op onderbouwing worden getoetst en vervolgens worden beoordeeld op waarheidsgehalte.

Daarbij willen we de suggestie vermijden dat (politieke) beweringen maar op één manier te interpreteren zouden zijn. Integendeel, de wereld is extreem dubbelzinnig – en daardoor ook zo interessant. Nee, de opzet is om het simplistische ‘eens’ versus ‘oneens’, ‘links’ versus ‘rechts’, ‘schandalig’ versus ‘niks aan de hand’ te overstijgen door de beweringen aan alle zijden van het politieke spectrum van de context te voorzien die de lezer helpt ze voor zichzelf op waarde te schatten. Het gaat ons om het in kaart brengen van de grond waarop een mening berust, niet om de mening zelf.

Laat ik daarvan één simpel voorbeeld geven. Afgelopen jaar berichtten diverse media over een rapport waaruit bleek dat agenten in twee jaar tijd 19.363 ongelukken hadden veroorzaakt. „Een enorm aantal”, concludeerden Pauw & Witteman destijds bezorgd, geïllustreerd met een filmpje waarin een aantal dramatische ongelukken met dodelijke afloop op een rij waren gezet. Maar de vraag die achterwege bleef, was: hoe steekt dit aantal ongelukken af tegen het aantal kilometers dat de politie, vaak in bijzondere omstandigheden, aflegt? Pas in dat verband kan immers worden geconcludeerd of de politie ‘gevaarlijk’ rijdt of niet. Het antwoord: afgezet tegen de naar schatting 180 miljoen kilometers per jaar, inclusief achtervolgingen, rijdt de politie zeer veilig – een schril contrast met de kop ‘Politieagenten enorme brokkenpiloten’ in het Algemeen Dagblad.

Dit soort context willen wij vaker gaan bieden. En daar hebben we uw hulp bij nodig – door de redactie te helpen aan interessante claims en bruikbare bronnen. Op onze site, via nextcheckt@nrc.nl of op Twitter met hashtag #nextcheckt kunt u voortaan beweringen aandragen die u de moeite waard vindt om te laten checken en tegelijkertijd meedenken over mogelijke antwoorden. De zegen van 75 sociale wetenschappers hebben we al. Nu die van u nog. Checkt u met ons mee?