'Het meisje zingt omdat ze niet kan rouwen'

De nieuwe voorstelling van het Ro Theater gaat over kinderen die hun ouders kwijt zijn en zelf hun leven moeten gaan inrichten. Regisseur Alize Zandwijk: „Ze willen het leven vieren.”

Dode bomen; zwart, verkoold. Geen steen staat nog op de ander. De aarde is omgewoeld, ze geeft zwart plastic prijs. Wie hier komt om een dode te begraven, is te laat. Het is vol, er zijn er te veel. Maar in Kust, een grimmig oorlogssprookje van de Libanees-Canadese toneelschrijver Wajdi Mouawad (1968) komt de jonge Wilfried (Nasrdin Dchar) precies dát doen: in een door oorlog vernield, niet nader gespecificeerd land wil hij zijn vader begraven. Omdat hij daar is geboren. En omdat hij niet begraven mocht worden in het West-Europese land waar ze woonden. Uit een koffer vol brieven die Wilfried van zijn vader erft, blijkt waarom. De brieven geven hem inzicht in zijn verleden en dat van zijn vader, en brengen hem uiteindelijk naar diens door oorlog geteisterde geboorteland.

Artistiek leider van het Ro Theater Alize Zandwijk laat Dchar in haar regie monter met zijn dode vader (Yahya Gaier) op zijn rug rondsjouwen. De dode roert zich luidkeels als iets hem niet zint. Dat is illustratief voor het magisch-realistische werk van Mouawad, en de fantasievolle, sprookjesachtige manier waarmee Zandwijk dat vormgeeft. Haar regie van Mouawads Branden (Incendies) in 2010 was succesvol en veelgeprezen. „Een duizelingwekkende, bedwelmende regie” schreef deze krant. De voorstelling werd geselecteerd voor het Nederlands theaterfestival, en actrice Fania Sorel, die ook in Kust weer een belangrijke rol speelt, werd genomineerd voor een Theo d’Or.

Zandwijk introduceerde Mouawad in Nederland. Ze werkt aan zijn vierluik Bloed van de beloften. Branden is het tweede deel, Kust het eerste. Zandwijk: „Ze verschillen enorm Branden is fijner en gecompliceerder. Kust is meer een rudimentaire schets. Dat vind ik ook mooi, er zit een grote beweging in.” Sorel: „Het zou jammer zijn als ze te veel worden vergeleken. Ze staan op zichzelf; hoogstens vullen ze elkaar fraai aan.”

Beide stukken verhalen van oorlog, van grote gruwelen: marteling, verkrachting, dood, en van een queeste die tot volwassenheid, vergeving en liefde leidt. Ze volgen niet op of uit elkaar, maar fungeren bijna als spiegel. Sorel: „In Branden is de hoofdpersoon een vrouw, en de vertelling ook ‘vrouwelijk’: het gaat over liefde, over vergeving. Kust heeft een mannelijke hoofdpersoon, en een compleet andere drive. Dat voel je: de toon is heftiger, agressiever; de testosteron klinkt erin door.”

Zandwijk: „Kust is een woedender stuk. ‘Maak woedend, wees woedend’, is een kernzin. Dat komt ook door het perspectief. In Branden is het de moeder, Nawal (gespeeld door Sorel), die de queeste in gang zet, door na haar dood twee brieven achter te laten die haar kinderen moeten bezorgen aan hun verdwenen vader en broer. Zij bepaalt, zij zet de handeling in gang.”

In Kust is het de beurt aan kinderen: Wilfried trekt naar Libanon met zijn dode vader, en ontmoet daar andere kinderen van dode vaders. „Omdat de kinderen domineren, heeft dit stuk een andere energie. In Branden gaat het om de waardigheid van de moeder. In Kust om de moed, de vitaliteit en de woede van de kinderen.”

De kinderen in Kust pikken het niet meer: hun ouders hebben hen opgezadeld met de gevolgen van een oorlog, en zijn zelf gestorven. Zij zijn er nog, dolen rond, alleen, zonder banden, zonder geschiedenis. Zandwijk: „Maar als ze elkaar ontmoeten, kunnen ze nieuwe banden smeden, hun eigen geschiedenis schrijven, en eigenlijk de oorlog ongedaan maken. Uiteindelijk kunnen ze de doden eren, en het leven vieren. Daar gaat dit stuk voor mij over, over het vieren van het leven.”

En er is nog zoveel meer krachtigs, poëtisch en evocatiefs aan het oeuvre van Mouawad, vinden Zandwijk en Sorel. In Branden beleeft Sorels personage Nawal in gevangenschap een afschuwelijke tijd: dagelijks wordt ze verkracht. Zij wapent zich door te zingen. Ze zingt tegen de oorlog, tegen de waanzin. Aan het eind van haar leven, als ze de waarheid over haar verloren zoon ontdekt, zwijgt ze juist. Voor altijd. In Kust speelt Sorel Simone, een jong meisje wier geliefde is omgekomen door een landmijn. Ook zij zingt. Sorel: „Ze zingt in plaats van dat ze rouwt. Ze zingt om te irriteren, ze zingt tegen de stilte van de ouderen, die zwijgen over het geweld. Zij wil het verhaal vertellen, het uitschreeuwen om verder te kunnen leven. Daar zit natuurlijk ook een element in van kunst als het ultiem menselijke, als de essentie van het leven.”

Afgehakte ledematen, onthoofdingen, gespietste lijken; dat doet denken aan gruwelen uit het klassieke repertoire: Mouawad refereert doelbewust aan Oedipus, aan Shakespeares Hamlet en Dostojevski’s De Idioot. Maar hij heeft een actuele brandhaard, de burgeroorlog in Libanon, als belangrijkste inspiratiebron. Dat is misschien niet direct een onderwerp waar Nederlandse theaterbezoekers zich op dit moment druk om zullen maken. Maar Zandwijk en Sorel merkten bij Branden dat het werk van Mouawad eigenlijk los van die actuele connotatie functioneert, en bij vrijwel iedereen een onvermoede snaar raakt.

Sorel: „Ik ben ernaar gaan vragen: wat gebeurde er met je, wat maakte dit los? Die vraag kunnen mensen slecht beantwoorden. Dan zeggen ze: ‘Ik moest opeens aan mijn overleden grootmoeder denken’, of: ‘Ik dacht aan mijn zoon die ziek is’. Het is het onderwerp familie dat het hem doet, het zoeken naar je wortels, je oorsprong. Die oorlog is uiteindelijk maar een metafoor.”

Ook Zandwijk denkt niet dat het in de eerste plaats de oorlogsthematiek is die maakt dat het werk van Mouawad zo binnenkomt. Het zijn zinnetjes als deze: ‘De kindertijd is een mes dat in de keel wordt gestoken. Het laat zich er niet gemakkelijk uit trekken.’ Zandwijk: „Die zinnen gaan direct het hart in. Ook Kust wemelt ervan. Wilfried heeft geen oorlog meegemaakt; hij weet van niks. Maar ook hij heeft een Verhaal – dat hebben we allemaal. Wajdi Mouawad weet met dit soort precieze, poëtische zinnen aan al onze verhalen te raken.”

‘Kust’ van Wajdi Mouawad bij het Ro Theater. Première 21/1. Te zien t/m 25/2. Inl. rotheater.nl