Giglio is bang voor milieuramp

De bevolking van het eiland Giglio is ongeduldig. Olie uit het gestrande cruiseschip kan een ramp veroorzaken. Maar het leegpompen van het schip door Smit is nu te gevaarlijk.

Op het Italiaanse eiland Giglio oefent iedereen geduld: reddingswerkers, bergers, nabestaanden en bewoners.

Tientallen duikers en speleologen kijken machteloos naar de vrijdag gekapseisde Costa Concordia. Ze mogen niet verder zoeken naar vermisten. Dat is te gevaarlijk, nu is gebleken dat het schip de afgelopen dagen meer dan een meter is weggezakt, in de richting van een kloof van zeventig meter diep, dertig meter verderop. Het voor vandaag aangekondigde hoog water baart zorgen.

Nederlandse specialisten van Smit herschikken hun materiaal voor de zoveelste keer. „Mañana, morgen”, zegt er een schertsend over het uitblijven van het sein leegpompen, dat naar verwachting voor het einde van de week komt.

Tussen al deze stoere mannen loopt de Indiase jongeman Kevin Rebello. Ook hij wacht. Hij zoekt zijn broer Russel, kamerjongen op het schip, die is vermist.

De Indiër, zelf werkzaam in Milaan, laat een foto van zijn broer zien. Hij vertelt dat deze veel opvarenden zou hebben gered: „Ik geef niet op. Ik ga niet weg tot we hem terugvinden.”

De Peruaanse familie Sorian is net aangekomen, na een vlucht van achttien uur. Zij missen dochter Erica, die in de bar werkte. Er worden nog 21 mensen vermist. De lichamen van elf omgekomen mensen zijn geborgen.

Honderden journalisten uit de hele wereld registreren het uitblijven van nieuws.

Intussen worden de zeshonderd bewoners van Giglio steeds bezorgder. Langer wachten met pompen vergroot de kans op een milieuramp. Minister van Milieu Corrado Clini waarschuwde gisteren: „De hoge golven kunnen leiden tot het zinken van het schip. Er is 2380 kubieke meter brandstof en 42 kuub smeerolie aan boord, die een onvoorstelbare ramp kunnen veroorzaken.”

Het is aan de 25 mannen van Smit om dit scenario te voorkomen. Gisterochtend werd een gigantisch ponton de kleine haven van Giglio binnengesleept. Er staat een kraan op van veertig meter, een decompressiekamer voor duikers, een stoomapparaat om stroperige stookolie vloeibaarder te maken.

Spreken mogen de Smit-mannen niet. „Als ik dat doe, moet ik morgen een baan bij de concurrent gaan zoeken”, zegt een van hen. De Concordia heeft 23 brandstoftanks, goed voor 135 tankwagens. Smit richt zich eerst op de dertien tanks aan de buitenkant. De hele operatie zal drie tot vier weken duren. „We boren via een flens een gat in een tank. Onderin komt nog een gat om er water in te laten lopen als de olie wordt weggepompt”, aldus Martijn Schuttevaer, woordvoerder van Smit.

„Alles hangt af van een goed netwerk en lokale partners”, zegt hij over het binnenhalen van de opdracht door Smit. „Al meteen zaterdag hebben we gebeld met de eigenaar om onze diensten aan te bieden.” Een mondeling akkoord was voldoende om zondag vijf vrachtwagens vol apparatuur vanuit Nederland naar Livorno te sturen. Daar is alles op een ponton gezet, terwijl de onderhandelingen voortduurden.

Over de kosten van het leegpompen wil Schuttevaer niets zeggen, om de concurrentie niet in de kaart te spelen. Maar hij ontkent niet dat het om miljoenen gaat. De berging van het schip kan tientallen miljoenen gaan kosten. Onduidelijk is nog wie die opdracht krijgt.