EK-verlies waterpolosters

De Nederlandse waterpolovrouwen moeten op de EK in Eindhoven meteen in de achtervolging. Gisteravond verloor de regerend olympisch kampioen de eerste wedstrijd van het toernooi met 11-10 van titelverdediger Rusland.

Daarmee bewezen de speelsters van bondscoach Mauro Maugeri zichzelf een slechte dienst. In Eindhoven begint de lange weg die moet leiden naar de Olympische Spelen in Londen, over zes maanden. Nederland moet op de EK bij de beste vier ploegen eindigen om zich te plaatsen voor het olympisch kwalificatietoernooi dat in april in Triëst wordt gehouden. Alleen als de organisator van dat evenement, Italië, in Eindhoven bij de beste vier eindigt, mag ook nummer vijf van de EK naar het olympische kwalificatietoernooi.

Na een sterk begin van de Russinnen bood Nederland gisteravond goed weerstand. Met name Iefke van Belkum (zes treffers) en Mieke Cabout (drie), beiden overgebleven uit de gouden olympische ploeg van Peking, namen hun jonge ploeggenoten op sleeptouw.

Tot diep in de vierde periode bleef Nederland aan de goede kant van de score. Maar bij 10-9 ‘kantelde’ de wedstrijd, vooral door een aantal uitsluitingen van Nederlandse speelsers. Met minder dan twee minuten op de klok knokten de Russinnen zich naar een 11-10 voorsprong.

„We hebben het uit handen gegeven”, zei aanvoerder Yasemin Smit na afloop in Eindhoven. „En daar baal ik ontzettend van, want we speelden écht een goede pot.”

Ploeggenoot Van Belkum zag lichtpuntjes. „Heel erg balen dat we de hele wedstrijd hebben voorgestaan en dat we het dan toch op het laatst uit handen geven. Maar toch geeft deze wedstrijd wel aan dat we er klaar voor zijn, want Rusland is op elk toernooi de top.”

Morgenavond speelt Nederland het tweede EK-duel (tegen de sterke waterpolonatie Hongarije), zondag volgt het laatste groepsduel, tegen het zwakkere Groot-Brittannië.