De politiecommissaris had beter moeten weten

De politiecommissaris had te veel gedronken en pakte toch de auto. Een „tsunami van kwetsingen” volgde in de media. Gisteren stond hij voor de rechter.

„Blanco strafblad?”, vraagt de rechter. Jan Hoogstraten knikt. Hij is nog nooit in aanraking geweest met justitie. „Tenminste, anders dan ambtshalve.”

De 59-jarige politiebaas draagt een deftig streepjespak met een ruitjesstropdas. Naast zijn stoel een aktetas. Haren netjes gekamd. Een keurige meneer.

De Rotterdamse commissaris zit vandaag in het beklaagdenbankje. Als verdachte. Officier van justitie Henk van der Meijden omschrijft waarom hij terechtstaat: de politiechef heeft onder invloed van alcohol een motorvoertuig bestuurd. Hij bleek vier keer het toegestane alcoholpromillage in zijn bloed te hebben.

„Klopt dat?”, vraagt rechter Van Nijen.

„Ik weet niet of dat klopt”, zegt commissaris Hoogstraten. Hij vertelt dat hij op oudejaarsnacht met zijn vrouw naar vrienden is geweest. Een feestje. En ja, daar heeft hij wel gedronken. Toen ze terug naar huis liepen, werd zijn vrouw onwel. Ze viel. „Het regende, het was koud. Ik raakte in paniek.” Hoogstraten belde het alarmnummer. Omdat hij vond dat hulp te lang op zich liet wachten, besloot hij zijn eigen auto te halen. Die stond thuis, vlak om de hoek.

„Was er geen andere oplossing te bedenken?”, wil de rechter weten.

„Ja, achteraf is alles mogelijk”, zegt Hoogstraten. „Maar ik had maar één ding in mijn hoofd: mijn vrouw moet daar weg.”

Toen hij bij zijn vrouw terugkwam, was er ook politie. De agenten roken dat de commissaris had gedronken en lieten hem een blaastest doen. Hij bleek te veel op te hebben.

Officier Van der Meijden vindt dat Hoogstraten een verkeerde beslissing heeft gemaakt. „Hij zou als politieman beter moeten weten.”

De officier eist een rijontzegging van 4 maanden en 1.500 euro boete.

Hoogstraten vertrekt geen spier bij het horen van de eis. Hij zit er ontspannen bij, schrijft wat in een blocnote. Toch heeft de zaak hem volgens zijn advocaat erg aangegrepen. De advocaat hekelt in zijn betoog de media die „niet geschroomd” om „prudent om te gaan met persoonsgegevens”. Hij toont de voorpagina van De Telegraaf aan de rechter. „Hier staat mijn cliënt naast een foto van Satudara-leden. Hoe beschadigend kan het zijn?” Door deze „tsunami van kwetsingen” is de commissaris al „genoeg gestraft”, vindt de advocaat. Hoogstraten zou in de auto zijn gestapt omdat hij vreesde dat zijn vrouw een beroerte zou krijgen. Die had ze al eerder gehad. „Een acute noodsituatie”, zegt hij.

Commissaris Hoogstraten krijgt het laatste woord. Hij merkt op dat zijn vrouw inmiddels weer aan de beterende hand is. En, zegt hij: „Ik heb van mijn levensdagen nog nooit één druppel alcohol gedronken als ik moest autorijden.”

Rechter Van Nijen vindt niet dat er sprake is geweest van een noodsituatie. Gelet op zijn functie mag van Hoogstraten „een hogere weerbaarheid” worden verwacht en zou hij „beter moeten weten”. Wel bevond de commissaris zich in een stressvolle situatie en speelt in zijn voordeel dat de „niet geringe media-aandacht” zwaar op hem drukt. De rechter legt hem een geldboete van 950 euro op en vordert zijn rijbewijs voor drie maanden in.

Na het horen van de straf staat Hoogstraten op. Hij verlaat de zaal via de zij-ingang, die eigenlijk is bestemd voor gedetineerden. De hoofduitgang mijdt hij. Daar staan fotografen, cameraploegen, journalisten met blocnotes.

Hoogstraten heeft genoeg van alle aandacht. „Ik heb niemand doodgereden, ik ben niet in een fuik gereden”, had hij al eerder in de rechtszaak verzucht, „maar als ambtsdrager leef je kennelijk in een glazen huis.”