Crisis zit peloton op de hielen

Het wielrennen kampt met een tekort aan grote sponsors. Topploegen zijn noodgedwongen gefuseerd, andere hielden ermee op

Wielerverslaggevers

Rotterdam. Een jaar geleden ging de Spaanse wielerploeg Geox de wereld veroveren. Gloednieuwe truitjes en blinkende fietsen, dure kopmannen als Denis Mensjov en Carlos Sastre, een grote schoenenfabrikant als solide geldschieter. Maar binnen één seizoen geldt Geox als een pijnlijk voorbeeld van de crisis in het profwielrennen. Nadat de dure ploeg niet werd uitgenodigd voor de Tour de France, stopte de sponsor.

Deze week is in het Australische Adelaide de Tour Down Under van start gegaan, het officiële begin van het nieuwe wielerseizoen. De achttien ploegen met een licentie voor de World Tour, de hoogste divisie in het internationale wielrennen, zijn weer in koers. Miljoenen fans verheugen zich op spectaculaire massasprints en heroïsche bergetappes, sponsoren hopen op succes en media-aandacht in de Tour de France.

Maar het gist in het peloton. Na dit seizoen is het geld op bij het Baskische Euskaltel, de oudste ploeg van het peloton, zo gaat het gerucht. De ploeg wordt mede gesponsord door de Baskische overheid en die moet zwaar bezuinigen als gevolg van de economische crisis. Een paar jaar geleden waren er nog vier grote Spaanse profploegen, straks misschien nog maar één. Website biciclismo.com telde vorige maand meer dan veertig werkloze Spaanse profrenners.

De wielerwereld vreest dat de problemen niet beperkt blijven tot Spanje. De succesvolste ploeg van 2011, het Amerikaanse HTC-Highroad, is er niet meer bij in Adelaide. Eigenaar Bob Stapleton vond geen nieuwe sponsor voor de ploeg van de wereldkampioenen Mark Cavendish (weg) en Tony Martin (tijdrit).

Leopard-Trek, de Luxemburgse ploeg van de broers Andy en Fränk Schleck, fuseerde al na één seizoen noodgedwongen met RadioShack van ploegleider Johan Bruyneel en mede-eigenaar Lance Armstrong. Overbodige renners vonden elders onderdak, maar dat gold niet voor het personeel. In België gaat Quick-Step verder met Omega Pharma.

De samenvoegingen losten de meest nijpende problemen op. Het peloton is nog compleet, de goedbetaalde sterren blijven in koers. Maar het is de vraag of het ergste voorbij is. De economische crisis vergroot de onzekerheid, de noodklok wordt steeds vaker geluid.

Volgens Harold Knebel, directeur van de Nederlandse Rabobankploeg, loopt het traditionele businessmodel van het profwielrennen ten einde. Wielerteams dragen niet alleen de naam van de hoofdsponsor, ze zijn er volledig van afhankelijk. De ploegen geven het sponsorgeld elk jaar uit en genereren geen eigen inkomsten. Knebel: „De sport is gemondialiseerd, maar het businessmodel steunt nog, bij wijze van spreken, op de slagerij op de hoek.” De constante spurt van het peloton, dat telkens op zoek moet naar nieuwe financiers, is volgens hem niet vol te houden.

Alleen private geldschieters zijn nog bereid een ploeg op te zetten, stelt Tom Davies, marketingdirecteur van de Taiwanese fietsfabrikant Giant. De nieuwe Australische ploeg GreenEdge wordt gefinancierd door miljonair Gerry Ryan. Een hoofdsponsor heeft de ploeg niet. De Zwitser Andy Rihs houdt Team BMC van Tourwinnaar Cadel Evans overeind. Quick-Step bestaat deels bij de gratie van de Tsjechische miljonair Zdenek Bakala. Volgens Davies verkijken private investeerders zich vaak op de kosten. Een wielerploeg in de World Tour kost jaarlijks zo’n 10 miljoen euro, een topploeg 15 miljoen.

Het Nederlandse wielrennen lijkt de dans nog te ontspringen. De Raboploeg breidde dit jaar zelfs uit met een vrouwenteam rond wereldtopper Marianne Vos. Vakantiebedrijf Vacansoleil verhoogde dit jaar het budget van de gelijknamige wielerploeg en spreekt over een contractverlenging tot 2015. Manager Iwan Spekenbrink van de derde Nederlandse profploeg, Project 1t4i (voorheen SkilShimano), maakt in maart zijn nieuwe hoofdsponsor bekend.

Is het wielrennen te afhankelijk van sponsoren? Algemeen directeur Bart van der Linden van Vacansoleil: „Het is een rare sport. Je kan geen entreekaartjes verkopen en ploegen delen niet mee in de opbrengst van de verkoop van tv-rechten. Teams zijn zo afhankelijk van sponsorinkomsten dat de onderneming gevaar loopt als de hoofdsponsor stopt.”

Knebel riep in zijn nieuwjaarstoespraak op tot grote veranderingen. Hij is kritisch over de besluitvorming van de internationale wielerunie UCI en de wedstrijdorganisatoren. „Het is voor sponsoren onduidelijk of grote investeringen ook leiden tot deelname aan grote wedstrijden: de organisatoren en de UCI hebben alle zeggenschap.” Hij wijst op de miljoeneninvesteringen van Geox die niet tot Tourdeelname hebben geleid.

„Financiers willen meer zekerheid”, stelt oud-bankier Knebel. Volgens hem zorgen de slepende dopingzaken rond Tourwinnaars als Lance Armstrong en Alberto Contador ook voor onzekerheid bij sponsoren. Knebel: „Er zijn nu veel minder dopinggevallen, maar de juridische nasleep van oude incidenten bepaalt nog mede het beeld.” Hij vindt ook dat de teams moeten meedelen in de verkoop van mediarechten, zoals voetbalclubs hun deel krijgen van de tv-inkomsten van de Champions League.

Spekenbrink van Team 1t4i geeft collega Knebel grotendeels gelijk. Maar voor een omslag, zegt hij, moeten de wielerploegen het eerst samen eens worden. „Op dit moment vormen de teams geen collectief.”

Knebel wijst op het in zijn ogen „onbegrijpelijke” puntensysteem van de UCI. Wielrenners scoren individueel punten met hun resultaten. Ploegen worden niet beloond, maar zijn voor hun World Tour-licentie wel deels afhankelijk van de wedstrijdpunten van de renners.

„Er is daarom veel concurrentie om renners, wat de prijs opdrijft”, zegt Knebel. Wielerploegen moeten steeds dieper in de buidel tasten om goede renners aan te trekken met wie ze aan de top kunnen blijven. En dat terwijl de crisis het wielerpeloton op de hielen zit.