CIA wierf Charles Taylor als informant - in de cel

Het gerucht ging al langer: de oud-president van Liberia werkte voor de CIA. Dit is nu bevestigd door het Pentagon. Mogelijk moest hij Moammar Gaddafi bespioneren.

Charles Taylor, de voormalige president van Liberia die in Den Haag terecht staat wegens vermeende oorlogsmisdaden, werkte voor de Amerikaanse geheime dienst de CIA.

De Amerikaanse krant de Boston Globe vroeg zes jaar geleden de Amerikaanse overheid op basis van de Freedom and Information Act openheid te geven over de banden met Taylor.

Het Pentagon bevestigt nu het al lang bestaande gerucht over relaties tussen CIA en Taylor sinds begin jaren tachtig. Mogelijk doel van deze samenwerking was spionage van de Libische leider Moammar Gaddafi.

De bevestiging van Taylors coöperatie met de CIA heldert één mysterie op: dat van zijn ontsnapping uit een Amerikaanse gevangenis. Taylor diende een korte tijd in de Liberiaanse regering van Samuel Doe, maar vluchtte na beschuldigingen dat hij 1 miljoen dollar aan overheidsgeld had verduisterd. Hij kwam terecht in de Verenigde Staten, waar hij in 1984 in Somerville werd gearresteerd en gevangengezet in Plymouth in afwachting van zijn uitlevering.

Een jaar later slaagde hij er op miraculeuze wijze in om te ‘ontsnappen’ uit deze gevangenis, waar in de eeuw daarvor nooit een uitbraak was geweest. Tijdens zijn rechtszaak wegens vermeende misdaden in buurland Siërra Leone gedurende zijn presidentschap van Liberia, zei Taylor: „Ik noem het mijn vrijlating, niet een ontsnapping. Ik betaalde totaal geen geld. Ik kende de jongens die me oppikten niet”. Hij kreeg zijn paspoort terug, reisde naar Mexico en ging vandaar naar Afrika.

Na zijn terugkeer ging hij met 168 man naar Libië waar hij samen met Fodoh Sanko, leider van het latere verzetsleger in Sierra Leone, een militaire opleiding kreeg.

De Boston Globe zegt dat uit de vrijgegeven documenten niet blijkt hoe lang en met welke opdracht hij voor de CIA werkte. Douglas Farah, een deskundige over Taylor die werkzaam is bij het International Assesment and Strategy Center in Washington, en anonieme bronnen binnen Amerikaanse veiligheidsdiensten suggereren in de Boston Globe dat Taylor handig van pas kwam om Gaddafi te bespioneren. De Libische leider werd er toen van verdacht een aantal terreurgroepen te steunen en financieren.

Onduidelijk blijft of Taylor Amerikaanse steun ontving toen hij tijdens kerst 1989 vanuit buurland Ivoorkust een opstand in Liberia tegen Samuel Doe begon. Deze opstand ontaardde in een tribale oorlog waarbij occulte krachten werden ingezet. In Sierra Leone nam de oorlog nog gruwelijkere vormen aan met het massaal afhakken van handen.

Indien de Verenigde Staten rond die tijd Taylor steunden, is Washington mede verantwoordelijk voor de lancering van één van Afrika’s meest brute leiders. In een interview met NRC Handelsblad in juni 1990 zei Taylor: „Amerika heeft geen andere keuze dan Doe te steunen. Amerika heeft strategische en langtermijn belangen in Liberia”.

Na zijn afzetting in 2003 en zijn ballingsschap in Nigeria vroegen enkele Congresleden aan de regering van George W. Bush om druk op Nigeria uit te oefenen voor zijn uitlevering, want Taylor bleef vanuit Nigeria stoken in zijn geboorteland. Amerika kwam niet in actie.

Uiteindelijk besloot Nigeria Taylor in 2006 uit te leveren aan het speciale tribunaal voor Sierra Leone in Den Haag, dat vermoedelijk begin dit jaar zijn oordeel zal vellen. De aanklachten tegen Taylor gaan over de periode van 1996 tot 2002 (Taylor was Liberiaans president van 1997 tot 2003). Hij staat dus niet terecht voor strafbare feiten die hij als geheime Amerikaans informant zou hebben begaan, ervan uitgaande dat hij toen niet meer voor de geheime diensten werkte.