Zonder schrikkelseconde raakt de tijd los van de zon

De draaiing van de aarde wijkt iets af van superprecieze atoomklokken. De daarom ingelaste schrikkelseconde ligt nu onder vuur. Een stille krachtmeting tussen Greenwich en Parijs.

Moet de schrikkelseconde verdwijnen? Deze week wordt hierover weer vergaderd tijdens de Radiocommunication Assembly in Genève. De RA is een onderdeel van de International Telecommunication Union (ITU), de organisatie die verantwoordelijk is voor onze wettelijke of burgerlijke tijd. Af en toe wordt daaraan een schrikkelseconde toegevoegd om die synchroon te laten lopen met de aswenteling van de aarde. De schrikkelseconde is een soort microscopisch kleine schrikkeldag.

De basis van de wettelijke of burgerlijke tijd, de Wereldtijd (UTC), is een combinatie van twee verschillende tijdsystemen. Dat zijn de astronomische tijd en de atoomtijd. De eerste is gebaseerd op de stand van de zon ten opzichte van de nulmeridiaan van Greenwich, dus de draaiing van de aarde.

De tweede wordt in Parijs bepaald met behulp van meer dan tweehonderd atoomklokken in 55 landen verspreid over de aarde. Die tijd staat dus geheel los van de stand van de hemel c.q. de draaiing van de aarde.

Atoomklokken lopen uiterst constant, maar de draaiing van de aarde vertoont heel kleine variaties en neemt bovendien heel langzaam af. De atoomklokken gaan daardoor langzaam vóór lopen op de astronomische klokken.

De schrikkelseconde is bedoeld om de astronomische tijd niet meer dan 0,9 seconde te laten afwijken van de atoomtijd. Sinds 1972 heeft de International Earth Rotation Service, die in Parijs zetelt, 24 keer zo’n extra seconde ingelast. Op 30 juni of 31 december en met tussenpozen van zes maanden tot zeven jaar. Op 30 juni om 24 uur wordt de 25ste ingelast.

Vooral voor navigatie- en telecommunicatiesystemen is dit invoegen lastig. Dat moet namelijk ‘handmatig’ en op vooraf onberekenbare momenten gebeuren. Daarom willen velen ervan af.

Vooral in kringen van astronomen en geodeten wil men de schrikkelseconde echter behouden, omdat men op deze gebieden te maken heeft met een sterke koppeling tussen de sterrenhemel en de aarde.

Zonder de extra seconde zou onze tijd geheel ‘los’ komen te staan van de stand van de zon – en zou het beroemde, eeuwenoude nulpunt van de tijdmeting van Greenwich naar Parijs verhuizen.

Vier jaar geleden werd door een speciale werkgroep van de ITU aanbevolen om de schrikkelseconde rond 2018 af te schaffen. Dat kan echter alleen als 70 procent van de ITU-lidstaten het hiermee eens is. Om de meningen te peilen werd in 2010 en 2011 aan de 192 lidstaten een eenvoudige ja-of-nee-vraag voorgelegd, waarop (slechts) zestien landen reageerden. Dertien landen waren voor afschaffing van het huidige inlassysteem en drie tegen, naar verluidt Canada, China en – uiteraard – Groot-Brittannië.

Als deze stemmenverhouding ook de stand van de neuzen tijdens de huidige Radiocommunication Assembly weerspiegelt, zou de schrikkelseconde dus in 2018 uit de tijdregeling zijn verdwenen.

De wereldtijd wordt dan een continue tijdschaal, die echter langzaam op de astronomische tijd gaat vóórlopen. Volgens schattingen van het Bureau International des Poids et Mesures in Parijs, waar de atoomtijd wordt bijgehouden, zou het verschil over zo’n 550 jaar zijn opgelopen tot een uur.

Dan wordt het wellicht toch weer eens tijd voor een correctie. Bijvoorbeeld in de vorm van een heel ‘schrikkeluur’.