Waarom zelfmoord, kolonel Przybyl?

Net nu het eindelijk goed gaat met Polen, wordt het land opgeschrikt door een bizarre zelfmoordpoging van militair aanklager Mikolaj Przybyl. Op een persconferentie vorige week was de potige kolonel al tien minuten rustig in gesprek met journalisten, toen hij ineens „een pauze” verlangde, ook om „de kamer te luchten”, en zijn gehoor de kamer uitwerkte. Vlak daarna hoorden de journalisten een knal, waarna ze de kolonel badend in bloed op de grond aantroffen. Hij had zich door het hoofd geschoten. Dat alles net buiten beeld van lopende camera’s.

Wat bezielde de kolonel, die het schot ternauwernood overleefde? Was hij geestesziek? Depressief? Of was het gewoon Poolse pathetiek? Przybyl, noteerden de Poolse kranten, had geen geschiedenis van mentale stoornissen. Maar wat dan? Een topofficier met nog een hele carrière voor zich zou zich toch niet zomaar van het leven beroven?

De enige die helderheid kon verschaffen, was de kolonel zelf. Hij deed dat amper 24 uur later. Przybyl zei dat het de pers was geweest die hem tot wanhoop had gedreven. Hij zei zich beledigd te hebben gevoeld door kranten die hem beschuldigden van het afluisteren van journalisten die onderzoek deden naar de vliegramp in Smolensk in 2010.

Bij die ramp kwamen oud-president Lech Kaczynski en de bijna voltallige legertop om. Het leger, dat de vlucht uitvoerde, deed er zelf onderzoek naar. Maar het werd voortdurend in verlegenheid gebracht door lekken waaruit bleek dat het leger catastrofale fouten had gemaakt bij de ramp. Przybyl moest het lek opsporen. Daarvoor vroeg hij telefoon- en sms-gegevens op van journalisten die over de ramp schreven. Maar daar was volgens hem niets onwettigs aan (dat laatste, sms’jes opvragen, is het overigens wel in Polen).

Het was een onbevredigende verklaring, bleek uit de vele speculaties in de Poolse pers. En er speelt inderdaad meer. Het Smolensk-drama heeft een fel debat op gang gebracht over de rol van het leger in Polen. Die is traditioneel groot, maar de liberale premier Donald Tusk wil daar van af. Ook het bureau van de militair aanklager, waarvoor Przybyl werkt, wordt niet gespaard. De civiele procureur-generaal, onder wie Przybyls bureau valt, zou het willen opheffen. Zo werd de zelfmoordpoging opeens een protest tegen de voortgaande modernisering van Polen. Vlak voor zijn ‘pauze’ verklaarde Przybyl, summier, dat hij een man van eer is. En dat hij zijn bureau „zou blijven verdedigen”.

Chris Hensen