Verklein de mens

Kunstenaars wagen zich steeds vaker aan genetica en biologie, terreinen waar nog iets te beweren valt.

In Den Haag is nu te zien waar hun denkoefeningen toe leiden.

Dat we er niet eerder op zijn gekomen! Kunstenaar Arne Hendriks heeft het wereldvoedselvraagstuk opgelost. In zijn eentje. Om in 2050 een mensheid van 9 miljard zielen te kunnen voeden, is het helemaal niet nodig van de aarde één grote soja-akker te maken en met de oogst daarvan de magen van de gigantische veestapel van de toekomst te vullen. Nee, wat Hendriks bedacht, is in zijn eenvoud briljant. Niet de hoeveelheid voedsel moet toenemen, maar de mensheid moet afnemen. Ja, krimp de mens! De maag van een homunculus van pakweg vijftig centimeter zit sneller vol. Aan een eierdopje water en tweehonderd calorieën per dag heeft hij al genoeg.

Krimp de mens – waarom eigenlijk niet? Als meest dominante soort op aarde kunnen we het ons best veroorloven een stapje terug te doen. En wat een revolutie zou het betekenen als het gaat om energie, voedsel, ruimte en andere kwesties van opdoemende schaarste. Een methode heeft Hendriks ook al: kijk naar zijn Somatostatin Zebrafish Farm in de tentoonstellingsruimte bij het Haagse kunst- en onderzoekscentrum Stroom. Daarin zwemmen genetisch gemanipuleerde visjes, die vol zitten met dit groeiremmende hormoon – een visje op zijn tijd en u blijft op verantwoord miniformaat. Of stelt u zich voor dat u met uw gezin, als was u een troepje bloemenelfjes, aanschuift aan de Sunflower Table, bestaande uit een reusachtige zonnebloemkroon, en zich te goed doet aan voedzame zonnezaden. Of vermei u in het zogeheten Speed Crop Balcony, een balkon op ware grootte vol voedzame, duimgrote kiemgroenten. Een balkon is voor een minimens al een fikse moestuin. Zoals één stadspark vol groente een heel Madurodam zou kunnen voeden.

Hendriks is al een paar jaar bezig met het The Incredible Shrinking Man project, dat vooral bestaat uit een website met daarop de ‘wetenschappelijke’ onderbouwing van de krimpmens en de prachtigste afbeeldingen die het idee uitwerken – mijn favoriet is de foto van de mannen die een reusachtige schaar torsen. Maar zijn idee bestaat lang niet alleen op papier. Vlak voor Kerst werd in Stroom een in zijn geheel gebraden struisvogel geserveerd, met groene kolen in de rol van spruitjes en de bezoekers als Lilliputters. Zo zou het ongeveer gaan, als honderd minimensen zich aan één met vereende krachten geslachte reuzenkip te goed zouden doen. Een film over het struisvogeldiner is op de tentoonstelling te zien.

De afgelopen twee jaar heeft Stroom met het project Foodprint – Voedsel voor de stad op allerlei manieren geprobeerd de relatie tussen mens en voedsel in kaart te brengen, en blauwdrukken aan te dragen voor de status quo. Dat was een succes, en niet alleen omdat het thema voedsel nu eenmaal populair is (vanwege de enorme belangstelling voor koken, maar ook uit zorg om dierziektes, obesitas en allerlei andere problemen rondom eten). Stroom kwam met tot de verbeelding sprekende concrete voorstellen. Men begon tuinen in achterstandswijken en liet bezoekers bier van slootwater proeven. Een gedetailleerd voorstel voor een varkensfokkerij annex slachthuis in het Haagse ontwikkelingsgebied de Binckhorst maakte de tongen los.

Het sluitstuk, Food Forward, wil nu vooruit kijken en de neo-nostalgische kleinschaligheid van veel alternatieve voedselvoorstellen (stadslandbouw! boerenmarkten!) inruilen voor technologie. Tegelijk wil men de blik richten op het eind van de voedselketen: de mens zelf. We kunnen overal ingrijpen. Maar is het niet handiger onszelf te veranderen?

Kunnen we de soort mens bijvoorbeeld zo manipuleren dat we niet meer hoeven te eten, maar van fotosynthese kunnen bestaan? In Stroom is een proefopstelling van Algaculture te zien, een werk van kunstenaars Michael Burton en Michiko Nitta. Dit witte huisje ziet eruit als een soort pasfotocabine, maar het is een solarium. Hierin kan de mens van de toekomst, wiens organen een soort symbiose zijn aangegaan met algen, zich middels fotosynthese opladen. De mens als wandelend zonnepaneel.

Food Forward is maar een kleine tentoonstelling, maar lijkt exemplarisch voor een paar interessante ontwikkelingen in de kunst. Kunstwerken zijn hier eerder uitgebeelde denksafari’s: ‘interventies’ en ‘scenario’s’ van wetenschappelijke experimenten en maatschappelijk commentaar. In Algaculture wordt het basisproces van de voedselketen, fotosynthese, met behulp van biodesign toegepast op de mens. The Incredible Shrinking Man wordt een zalige, humoristische excursie in het onvoorstelbare tot in detail doorgerekend.

In Nederland is vorig jaar voor de eerste keer een prijs voor bio-art uitgereikt; kunstenaars wagen zich tegenwoordig aan genetica en biologie, terreinen waar nog iets te ontdekken en te beweren valt. Opvallend daarbij is de mate waarin ze zich engageren: ze leveren commentaar op maatschappelijke vraagstukken of suggereren er oplossingen voor. Vaak steken kunstenaars er jaren in om hun scenario tot in detail uit te werken. En vaak schaken ze op meerdere borden, als ontwerper, ondernemer, wetenschapper, utopist en alchemist tegelijk. Karen Verschooren, de curator van Food Forward, noemt deze vorm van kunst Critical Design. Speculative Design wordt het ook wel genoemd. Vaststaat dat het een wezenlijke vorm van engagement betreft, die veel verder gaat dan reflecteren op een krantenstuk.

Neem John O’Shea, een Britse kunstenaar die werkt met vlees en wetgeving. Iedereen die de discussie over ritueel slachten heeft gevolgd, zou het werk van John O’Shea moeten bekijken – en proeven.

O’Shea bedacht een methode om de vanzelfsprekendheid van onze vleesconsumptie – waarvan de milieubelasting en de ethiek steeds vaker als onhoudbaar worden gezien – te veranderen. Stel, je zou een vergunning moeten hebben om zoiets schadelijks en moreel dubbelzinnigs als vlees te mogen eten. En stel, je zou die vergunning alleen krijgen als je eerst, onder toezicht, zelf een dier had gedood. O’Shea interviewt mensen op straat over dit voorstel – ‘geen vrouw die nog vlees zou eten’, reageert een man – en laat tegelijkertijd de bestaande slacht- en vleeswetgeving oplichten op een muur. Zijn voorstel voor een vleesvergunning gaat verder dan eerdere, maar vergelijkbare voorstellen voor het bouwen van glazen slachthuizen of het beperken van de verkoop van vlees tot speciale dealers (ook wel slagers genaamd). Een vleesvergunning, een License to Kill, is anathema in een samenleving die gedachteloos consumeren juist bevordert.

Behalve over vlees laat het werk van O’Shea je ook nadenken over wetgeving. Hij houdt van wetsvoorstellen die mensen dwingen tot actief nadenken en tot het onder ogen zien van de consequenties van hun keuzes.

Gelukkig biedt O’Shea je ook een uitweg. Hij presenteert op Food Forward ook Black Market Pudding, een klassieke bloedworst, waarvoor het niet langer nodig is dat dieren sterven. Een veearts neemt op verantwoorde wijze bloed af bij een varken. Het varken leeft verder en O’Shea maakt van het bloed een worst. Wie volgend jaar Black Market Pudding wil, kan er nu alvast op intekenen. O’Shea wil er een handeltje in beginnen, maar zoiets is behalve gastronomisch ook juridisch gezien een waagstuk. Want de huidige voedselwetgeving laat vooralsnog geen ruimte voor worst van dieren die in leven blijven.

tentoonstelling

Food Forward.

T/m 1 april in Stroom, Den Haag. stroom.nl. Zie ook incredible-shrinking-man.net