Tussen hoofddoek en mantelpak

Ik beken het maar direct, voordat de kledingpolitie straks op de stoep staat. In mijn kast hangt een klassieke abaja, een enkellange zwarte jurk met lange mouwen. Traditionele Saoedische vrouwen dragen dagelijks een abaja, soms met nikab, een gezichtssluier (de clothes cops mogen gerust wezen, de nikab komt er ook bij mij niet in). Voor de meeste vrouwen gaat het dragen van een abaja, zelfs in een moskee, waarschijnlijk te ver. Voor mij getuigt het niet alleen van respect om je aan te passen, maar is het ook logisch. Met alles wat je aanhebt, reageer je op je omgeving, zelfs als je provoceert door afwijkende kleding. Kleding bestaat niet in een vacuüm.

Ik noem mijn abaja niet als bijdrage aan de onzinnige discussie over hoofdbedekking en vrouwenonderdrukking, maar om een veel bredere vraag aan de orde te stellen over hoe vrouwen zich kleden. Dit is geen triviale vraag, nu dankzij de emancipatie het aantal vrouwen op de arbeidsmarkt toeneemt. Meer dan gedrag bepaalt kleding de eerste indruk en veel van de effectiviteit van iemands functioneren.

Het feminisme van de jaren zestig van de vorige eeuw begon met een afwijzing van alles wat mannen zou behagen en vrouwen in hun ondergeschikte rol bevestigde. Dus weg met de tuttigheid, leve de tuinbroeken en zelfgebreide vesten! Die houding hield uiteraard slechts kort stand. Vrouwen wilden meedoen en probeerden in eerste instantie zo veel mogelijk te lijken op mannen.

In de hogere echelons deed de vrouwelijke business suit zijn intrede. Vrouwen leken allemaal op stewardessen. Donkere mantelpakken, hoe onopvallender, hoe beter.

De kleding van oud-politica Margaret Thatcher, waarvan we nu dankzij de film The Iron Lady weer genieten, laat haar interpretatie van deze trend zien. Hooggesloten blouses, rokken tot over de knie, brede colberts en stevige handtas. Margaret Thatcher benadrukte zo haar degelijkheid en haar macht. Oorbellen en de shawls van haar blouses gaven het minimale vleugje vrouwelijkheid. Eigenlijk is dat ook nog steeds de stijl van bondskanselier Angela Merkel, zij het dan dat zij kiest voor de broekpakvariant.

Topvrouwen in het bedrijfsleven vandaag doen het anders. De Financial Times publiceerde afgelopen december een kleurenbijlage met foto’s van de vijftig meest invloedrijke vrouwelijke CEO’s. Veel Amerikaanse, maar ook Aziatische, een paar Europese vrouwen, een Turkse en een Nigeriaanse.Gemiddeld ligt hun leeftijd rond de 55. Het stewardessenuniform en de brave mantelpakken van Thatcher hebben plaatsgemaakt voor subtiele elegantie. Een enkele uitzondering daargelaten dragen zij loszittende colbertjasjes, soms zelfs hooggesloten. De rokken zijn tot op de knie, de broeken vallen wijd, de sieraden zijn meestal onopvallend. In een portret van de machtigste vrouw in de financiële wereld, Christine Lagarde, prijst de FT haar verstandige schoenen met lage hakken.

Mannen hebben het natuurlijk gemakkelijker. Het pak is hun uniform. Weliswaar zijn er talloze verschillen en prijsklassen, maar een man hoeft zelden te aarzelen over wat hij aandoet. Vrouwen worden elke dag weer overweldigd door een veelheid aan keuzes die de klerenkast biedt. Broekpak, mantelpak, jurk of rok met een jasje. Ieder van die categorieën kent weer variaties in mouwlengte, roklengte, stof, kleuren, shawls, om maar te zwijgen over iets als hoe strak een jurk mag zitten of hoe groot de sieraden zijn en hoe opvallend de schoenen.

Geen van deze topvrouwen draagt iets wat maar in de verste verte zweemt naar een sexy outfit. Net zoals geen man het in zijn hoofd zal halen om op het werk te verschijnen in een korte, laat staan een strakke broek of een open overhemd.

Maar dat is precies wat bij de volgende generatie vrouwen de trend lijkt. Steeds meer westerse vrouwen van dertig en veertig lijken te doen aan expliciete sexy power dressing. De stilettohakken zijn nooit zo hoog geweest, de rokken nog nooit zo kort en zo strak, de colbertjes spannen om indrukwekkende decolletés, soms in combinatie met ronduit kinderlijke jurkjes. Hun boodschap is merkwaardig dubbelzinnig: met mij moet je rekening houden, en waag het niet te vergeten dat ik een aantrekkelijke én jonge vrouw ben.

Getuige de vrouwen van de FT is er geen reden om te veronderstellen dat stilettohakken tot de top leiden. De paradox van deze tijd is dat juist de vrouwen die meer mogelijkheden hebben dan ooit tevoren, seksuele of meisjesachtige kledingiconen gebruiken. Daarmee geven ze indruk zichzelf noch hun mannelijke tegenspelers serieus te nemen. Buiten de westerse wereld is hiervan geen sprake: professionele vrouwen kleden zich niet sexy, maar geven evenmin hun vrouwelijkheid op.

Kleding is politiek, diplomatie en individualiteit ineen, in reactie op anderen. Ik ben heel benieuwd naar de invloed van de mondialisering van de economie op kleedgedrag. Wie weet worden westerse vrouwen straks de uitzondering. Misschien dragen mannen en vrouwen in 2050 uniforme smart suits die vanzelf veranderen van zakenpak naar abaja en terug, dankzij een chip die onze omgeving interpreteert.