Talibaan bereid tot praten maar ze vechten door

Voor het eerst in meer dan tien jaar lijkt serieus vredesoverleg tussen de VS, de Afghaanse regering en de Talibaan mogelijk. Maar de uitkomst blijft onzeker.

Ineens is het de gewoonste zaak van de wereld. Amerikanen in Kabul keuvelen openlijk over vredesbesprekingen met de Talibaan, tot dusverre hun gezworen vijand, alsof ze het hebben over het winterweer in het land. De Talibaan gaan een kantoor openen in Qatar en van het feit dat Tayab Agha, de jonge Engels sprekende secretaris van Talibaan-leider Mullah Omar, al een paar keer op bezoek is geweest in Berlijn om te praten kijkt ook niemand meer op.

Deze week komt de Amerikaanse speciale vertegenwoordiger Marc Grossman naar Afghanistan om alle betrokken spelers – de Talibaan, de regering van president Karzai en de Amerikanen zelf – met de neuzen dezelfde kant op te krijgen.

De bereidheid van de Amerikanen om te praten met de Talibaan is een rare gewaarwording, vindt ook voormalig Talibaan-leider Syed Mohammed Akhbar Agha. Hij is een neef van Talibaan-onderhandelaar Tayab Agha en belt regelmatig met hem.

Van Karzai verbaast die bereidheid hem minder. Was het immers niet zo dat die in 2001 al wilde onderhandelen met de Talibaan? Akhbar Agha herinnert zich dat Karzai in 2001, toen de Talibaan waren verdreven uit Kabul, tegen een BBC-journalist zei dat de gesprekken met de Talibaan door moesten gaan. „Het zijn mijn broeders, ze horen bij Afghanistan.”

Maar de Amerikanen wisten niet hoe snel ze Karzai moesten vragen dit terug te nemen. De VS waren op een ongekende manier aangevallen op 11 september 2001 en vervolgens werd de oorlog verklaard aan het bewind van de Talibaan in Afghanistan. De Talibaan waren voor de Amerikaanse militairen geen gesprekspartners maar vijanden die verjaagd moesten worden.

Prominente Talibaan-leiders die zich persoonlijk overgaven aan Hamid Karzai werden gedood of gevangen genomen en naar Guantanamo Bay gebracht waar ze werden gemarteld. Andere Talibaan-leiders rekruteerden alweer de eerste strijders om juist de buitenlanders hun land uit te jagen. De twee groepen – die van Karzai en die van de Talibaan – die in het begin van de oorlog nog bereid waren samen te werken, werden zo al snel weer vijanden.

Tien jaar en duizenden omgekomen Amerikaanse en andere Westerse soldaten later is de sfeer heel anders. Niet alleen wordt er openlijk gesproken over onderhandelingen met de Talibaan, ook was het de Amerikaanse vicepresident Joe Biden die vorige maand zei dat „de Talibaan niet per se de vijand is”.

Volgens Akhbar Agha gaat het er in Amerika niet meer zozeer om of de Talibaan wel of geen vijanden zijn. „De oorlog heeft tot veel slecht nieuws geleid in Amerika en er is simpelweg geen steun meer voor bij de bevolking. En dus wordt er gepraat om zo snel mogelijk Afghanistan te verlaten.”

Ook de voormalige Talibaanaanhanger Waheed Mozhdah denkt er zo over. „Obama stuurde vorig jaar nog extra troepen om militair succes af te dwingen in Kandahar. Dat is niet gelukt”, zegt hij. „En dus moet er maar gepraat worden.” Mozhdah, die destijds onder de Talibaan directeur was op het ministerie van Buitenlandse Zaken, waarschuwt echter voor de opstelling van de Talibaan. „De Talibaan zouden zich wel eens aan de winnende hand kunnen voelen”, legt hij uit.

Dat lieten ze dinsdag al via hun website weten, waar ze zichzelf tot overwinnaars in het conflict uitriepen, al staken ze de strijd nog niet. „Ik snap dat”, zegt Mozhdad, die een paar maanden geleden nog met een van de aanvoerders van de Talibaan in Iran sprak. „Het vertrek van de troepen is precies waar de Talibaan al jaren voor hebben gestreden en dat gaat nu gebeuren.”

President Hamid Karzai is ondertussen vooral bezig om aan de macht te blijven. De afgelopen tien jaar is hij niet de onderhandelaar gebleken die hij in 2001 leek. Zijn regering werd met steun van de Amerikanen langzaam omgevormd tot een groep mannen en krijgsheren die elkaar aan de mooie baantjes en het vele geld hielpen. Van de Talibaan moesten ze dan ook niks hebben.

Nu de Amerikanen toch toenadering zoeken tot de Talibaan, reageert de president met „heftige humeurwisselingen”, stelde de New York Times deze week. Nu eens toont hij zich bereidwillig, dan weer werkt hij tegen. Karzai heeft volgens een bron in het paleis intussen wel prominente Afghanen uitgenodigd om ook deel te nemen aan het overleg met de Talibaan. „Daardoor wordt het makkelijker met hen te onderhandelen over de macht”, zegt de bron die in 2009 meedeed met de presidentiële verkiezingen.

Volgens Akhbar Agha zullen de Talibaan voorlopig nog wel niet aanschuiven in het paleis. Ze hebben vooralsnog geëist dat hun gevangenen uit Guantanamo Bay worden vrijgelaten. En dat is iets waar de Amerikanen nog niet op hebben gereageerd. Ondertussen gaan de gevechten tussen de Talibaan en de Amerikanen nog gewoon door, zegt hij. „Als de Talibaan het vechten nu opgeven, verliezen ze alles wat ze hebben gewonnen in de afgelopen jaren. En dat willen ze natuurlijk niet.”