Stel je pensioenrechten veilig via de rechter

De grote pensioenfondsen publiceren morgen hun dekkingsgraden. Dan wordt duidelijk wie er wordt gekort – als dat mag van de rechter, waarschuwt Rob Bakker.

Wat de status van het pensioenakkoord dat de vroegere vakcentrale FNV in juni ondertekende ook moge zijn, zeker is wel dat de pensioenen een nieuwe richting zullen ingaan. Te verwachten is dat de opgebouwde rechten terzijde worden geschoven en dat pensioenen worden ‘omgekat’ tot een soort beleggingspolissen. Dit heeft verregaande gevolgen. Het belangrijkste gevolg is dat pensioenfondsen hun eigenlijke bestaansrecht verliezen. De vrije markt vervult hun functies even goed of zelfs beter.

Een houdbaar pensioenstelsel zou alleen mogelijk zijn als de oude, ‘harde’ pensioenrechten worden omgezet in ‘zachte’ pensioenaanspraken. Deskundigen noemen dit het ‘invaren’ van oude pensioenreglementen in nieuwe pensioenregelingen.

Voor dat invaren zijn twee routes denkbaar. De eerste is dat sociale partners samen eenzijdig besluiten om alle deelnemers in een pensioenregeling collectief te verhuizen naar een zachte pensioenregeling. Deze regeling krijgt dan het karakter van een collectieve beleggingspolis zonder zekerheden. Het oorspronkelijk bedoelde verzorgingskarakter van het werknemerspensioen neemt in betekenis af. De rol van een pensioenfonds als uitvoerder van de pensioenregeling zal dan verminderen. Zulke polissen mogen ook worden aangeboden door andere financiële marktpartijen.

De tweede route is dat elke deelnemer mag kiezen tussen de bestaande of een nieuwe pensioenregeling. Dit zal enorme uitvoeringskosten opleveren. De kans is groot dat deelnemers uiteindelijk hun pensioenrechten veranderd zien worden in een individuele beleggingspolis. Zo’n polis wordt goedkoper aangeboden door een premiepensioeninstelling (PPI). Een PPI is een op basis van Europese wetgeving gecreëerde, financiële beleggingsinstelling. Hier kunnen werkgevers pensioencontracten onderbrengen. De vraag is of zo’n contract nog te maken heeft met collectief pensioen. De rol van pensioenfondsen lijkt dan uitgespeeld.

Juristen vragen zich af of het invaren in nieuwe pensioenregelingen strijdig is met de pensioenwetten. In de praktijk is er al een trend waarneembaar dat de rechter een grotere rol speelt in het pensioendebat. Tot voor kort liet de rechter aanpassingen aan pensioenregelingen over aan werkgevers en vakbonden. Nu het ernaar uitziet dat het pensioen van duizenden Nederlanders wordt gekort, beseffen deelnemersraden van pensioenfondsen en ouderenorganisaties dat de opgebouwde pensioenen weinig bescherming genieten. Door de toegenomen organisatiegraad in pensioenland – een gevolg van de aandacht voor pension governance sinds 2006 – zijn deze partijen actief om via de rechter bestaande pensioenrechten veilig te stellen.

In november hebben (ex-)werknemers van het Energie Centrum Nederland (ECN) in Petten via de rechter hun werkgever ertoe gedwongen om met een groot bedrag hun pensioenen tot 2007 te compenseren voor prijsstijgingen, op basis van het tot dat jaar geldende pensioenreglement. Voor de rechter telde zwaar dat deze medewerkers niet konden weten dan dat hun pensioen niet waardevast was. De werkgever had volgens de rechter maar eerder en beter aan zijn medewerkers moeten uitleggen dat de oude pensioenregeling niet langer betaalbaar was. Ook de deelnemersraad van pensioenfonds Unisys kreeg onlangs gelijk bij de Ondernemingskamer, in zijn eis dat de werkgever achterstallige pensioenpremies moest betalen. Deze uitspraken tonen dat de rechter zich weinig gelegen laat liggen aan wat de werkgever kwijt is aan herstelpremies, als blijkt dat deelnemers destijds onvoldoende betrokken zijn geweest bij de reglementswijzigingen.

Voor de overheid kan een forse nabetaling aan het ambtenarenfonds ABP realiteit worden. Tot 1996 was het ABP een rijksdienst. De opgebouwde pensioenen waren bij wet welvaartsvast. Ze stegen mee met de loonontwikkeling. Na de verzelfstandiging van het ABP in 1996 werd gestopt met een welvaartsvast pensioen.

De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen vindt dat de indexatietoezegging van pensioenrechten tot 1996 moet worden gerespecteerd en bereidt momenteel een collectieve actie voor tegen de overheid. Grofweg gaat het om de belangen van ambtenaren die nu ouder zijn dan 45 jaar, dus om miljoenen belanghebbenden en aanzienlijke bedragen.

De werkgeversorganisaties en de meeste vakcentrales realiseren zich nog weinig dat de consequenties van het pensioenakkoord dramatisch kunnen uitpakken voor pensioenfondsen. Als de omzetting van bestaande pensioenrechten in zachte pensioenaanspraken juridisch mogelijk zou worden, is de kans groot dat de markt de uitvoering van pensioenregelingen weet over te nemen. Als de rechter hiervoor een stokje steekt, zullen pensioenfondsen grote imagoschade oplopen. Hierdoor zal het vertrouwen van deelnemers in die fondsen verder dalen, nog afgezien van de verwachting dat pensioenfondsen en werkgevers enorme bedragen kwijt kunnen zijn aan juridische procedures.

Sociale partners vinden dat het pensioenakkoord is bedoeld om jongeren niet het gelag te laten betalen van de kostenstijging van bestaande pensioenregelingen. Het zou inderdaad oneerlijk zijn als jongeren moeten opdraaien voor de pensioentekorten omdat pensioengerechtigden langer leven dan waarvoor premie is betaald. Korten op de pensioenuitkeringen door dat langere leven is rechtvaardig en ook goed uit te leggen aan ouderen.

Korten op de uitkeringen door tegenvallende beleggingsresultaten is daarentegen onaanvaardbaar. Economische crises zijn er in de afgelopen vijftig jaar wel meer geweest.

Rob Bakker is zelfstandig pensioenadviseur en voorzitter van enkele ondernemingspensioenfondsen.