Pikdichten is het nieuwe rijmen

De Nederlandse dichter Menno Wigman (1966) richt zich in het begin van zijn nieuwe dichtbundel Mijn naam is Legioen tot zijn geslachtsdeel. ‘En jij, / mijn pik, wat hebben we vandaag verricht?’Menno Wigman begint zijn nieuwe bundel met een gedicht over zijn pik. Ik kan er wel omheen draaien, maar zo is het nu eenmaal. En het is ook helemaal zo bedoeld. Het is het eerste gedicht dat we tegenkomen. Het staat los van de andere gedichten. Sommige dichters richten zich in hun openingsgedicht tot hun lezer. Of tot hun uitgever. Of tot hun critici. Of tot hun geliefde. Menno Wigman richt zich ‘Tot mijn pik’. Dat is verrassend.

Nog verrassender: het gaat niet zo goed met de dichter van dit pikgedicht. Hij meldt dat het ‘wat koud’ wordt en dat ‘de dagen van glas’ zijn. Dat wijst op afstand en een gebrek aan contact. Het gevoel van doorzichtigheid hoort ook bij het stemmingsrepertoire van zwaarmoedigen: ik ben van glas, iedereen kijkt dwars door me heen. Wigman voegt er nog iets aan toe: ‘De dagen zijn van glas, gewapend glas en Seroxat’. Gewapend glas is draadglas, dat vaak wordt gebruikt voor de ramen van gesloten inrichtingen. En Seroxat is een anti-depressivum. Het gaat dus niet zo goed. Het dichten lukt ook niet meer. Hij klaagt over en tegen zichzelf, in die typisch doorgedraaide vorm waarin moedelozen over zichzelf kunnen klagen. Hij vindt zichzelf ‘een zak’, omdat hij de woorden niet kan vinden ‘voor alles waar geen woord voor is’. Maar hij vindt zichzelf ook een zak omdat hij daar nu weer in de vorm van een gedicht over schrijft.

En dan richt hij zich in zijn moedeloosheid maar tot zijn pikvriendje, die er ook alweer niks van terecht heeft gebracht: ‘En jij, / mijn pik, wat hebben we vandaag verricht?’ Het is een grappige wending. De gekwelde en zwaarmoedige dichter die hem niet meer omhoog krijgt, richt zijn frustratie nu maar rechtstreeks op het lamlendige ding – alsof het geen deel van hemzelf uitmaakt.

U kunt het hele artikel hier lezen.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 13 januari 2012, pagina 2 - 3.