Ongeacht hoe dikwijls het klinkt van anarchist, nihilist en viezentist

Honderd jaar zoudt ge dit jaar zijn geworden, Louis Paul Boon, en hoewel het u niet gelukt is, zullen we het geweten hebben. Al drie aanvragen om u te vieren heb ik gekregen van literaire commerçanten. Ze gaan optochten voor u organiseren, met fanfares uittrekken en vanalles over u schrijven. Wie weet zullen uw boeken zelfs nog eens worden gelezen na drieëndertig jaar dood zijn. Al vraag ik mij af of ge het nog lang zult trekken met dat Vlaams, dat pakt toch zo goed niet meer op papier – ik voel mij allesbehalve op mijn gemak om in dat Vlaams van u in een Hollandse gazet te schrijven, straks vlieg ik nog buiten.

Ook dat gefrunnik aan dertienjarige mokkels in uw boeken, ik weet niet goed meer wat ik daarvan moet vinden, want het valt mij nu pas op dat ge daar zowel een voorkeur voor hebt als dat ge erover moraliseert, een combinatie die doet vermoeden dat uw harde schijf in deze tijd toch eens zou worden nagekeken. Ik heb vorige week de film Hard Candy gezien, misschien is het dat.

Maar ge wordt dus nog gelezen, door mij, bijvoorbeeld, herlezen zelfs. Het is van mijn achttien jaar geleden dat ik uw De Kapellekensbaan las en verdorie, wat ik een half leven geleden niet doorhad, of achteraf niet onthouden: dat gaat nogal over schrijven, jong. Ja, dat versta ik nu beter, dat versta ik nu heel goed: dat ge – ongeacht hoe dikwijls het klinkt van anarchist, nihilist, viezentist – dat ge elke dag opnieuw tegen dat nihilisme moet strijden als ge wilt schrijven in plaats van gevelschilderen. Dat ge zo weemoedig kunt worden van uw beroep als Ondineke die de avond ziet neerdalen over Ter-Muren, maar dat ge er telkens met het zoveelste masker naar terug moet keren. Terwijl ge in een coleire schiet over de recensenten en de subsidieverstrekkers. Terwijl ge toch moet toegeven dat uw eerste prijs u een beetje plezier heeft gedaan.

In elke goede schrijver schuilt een parade van mensen, dat wist gij goed genoeg, gij pseudoniemenverslaafde gekkenamenbedenker. Veel hebt ge niet gemist tussen uw dood en uw potentiële honderdste verjaardag. ’t Is hier nog altijd de planeet van de mislukte revoluties en de wolven. En er zijn nog altijd rare tisten die het niet kunnen laten erover te schrijven.