Nuchtere, volkse tv-held was wars van aanstellerij

Baantjer, Pinter, Stiefbeen of kroegbaas van ’t Schaep; acteur Piet Römer maakte zijn rollen menselijk en geloofwaardig.

De enige acteur die drie keer een Televizierring heeft gekregen – die eer liet Piet Römer zich graag aanleunen. De allereerste keer dat die publieksprijs werd uitgereikt, in 1964, won hij als de hulpeloze, naar een beter bestaan hengelende zoon van de voddenman in de tragikomische serie Stiefbeen & Zoon. Zijn tweede Televizierring dateert uit 1970, toen hij de getapte cafébaas speelde in de comedyreeks 't Schaep met de 5 pooten. En de derde volgde in 1997 voor de bekroning van zijn lange tv-carrière: als de standvastige rechercheur De Cock („met c, o, c, k”) in de immens populaire politieserie Baantjer.

Als er iets is waarin die rollen op elkaar lijken, moet dat hun geloofwaardigheid zijn. Römer was een acteur aan wie zelden te zien was dat hij acteerde. Hij was wie hij speelde.

Piet Römer, die al eerder met gezondheidsproblemen kampte, is maandagnacht overleden. Hij werd 83 jaar. Zijn laatste tv-rol speelde hij vorig jaar in de NCRV-serie Levenslied, als een oude, stijfkoppige communist die steeds meer in zichzelf gekeerd raakt – een bijrol maar indrukwekkend van zuiverheid. Zijn eerste rol speelde hij in 1955, meer dan een halve eeuw eerder. In de KRO-kinderuitzending Opstand in de kribbe moest hij als ezel in de kerststal drie keer „buh” roepen. Hij was niet te herkennen door de grote ezelkop op zijn hoofd.

Römer werkte toen al een paar jaar bij toneelgroep Puck (later Centrum), waar modern, franjeloos toneel werd gespeeld, heel anders dan bij de traditionele toneelgezelschappen uit die tijd. Daar voelde hij zich thuis, als autodidact die zijn geld verdiende als bakkershulpje en kolensjouwer en slechts drie maanden op de toneelschool had doorgebracht. Mede door die achtergrond was hij wars van de aanstellerij die hij vaak in de toneelwereld zag. Iemand die zich met ronkende stemverheffing „actéúéúéúr” noemde, vond hij het bespottelijkste dat er bestond. Niet voor niets beviel de kale taal van een modernistische toneelschrijver als Harold Pinter hem beter. Zelf noemde hij zich bij voorkeur niet acteur, maar komediant.

Zijn eerste tv-bekendheid kreeg Römer in 1957 als kok (k, o, k) in de kinderserie Varen is fijner dan je denkt van Mies Bouhuys. In de toneelwereld beschouwde menigeen het nieuwe medium televisie toen nog als minderwaardige concurrentie. Römer niet. „Toen de televisie begon”, zei hij in een interview in 2009, „dachten veel acteurs: dit is een koekoeksei in het nest van het toneel. Maar ik had een jong gezin en brooddrift.” Hij was er niet de man naar om zijn vak te romantiseren. „Je hoereert, je verkoopt jezelf”, zei hij wel eens, in buien van opperste nuchterheid. Hij zou echter nooit ontkennen dat hij meestal ook veel plezier aan zijn broodwinning ontleende. Zo trad hij bijvoorbeeld jarenlang graag op als Hoofdpiet bij de tv-intocht van Sinterklaas – geen rol die lintjes of andere onderscheidingen oplevert.

Allengs werd Piet Römer bovendien de stamvader van een ware Römer-dynastie. Zijn oudste zoon Han acteert en regisseert, terwijl de andere zonen Paul, Peter en Bart tv-directeur werden. En intussen zijn de kleinkinderen Thijs en Nienke eveneens acteur geworden. Thijs Römer trad een paar jaar geleden zelfs in opa’s voetsporen door de kroegbaas te spelen in een theaterversie van ’t Schaep met de 5 pooten „We zwemmen in dezelfde vijver en we eten dus van hetzelfde kroos”, zei Piet Römer ooit. „Maar je zult het altijd nog zélf moeten doen.” In zijn voorlaatste toneelrol, als de vervaarlijke vader in een toneelversie van de film Festen stond hij tegenover Han. En in zijn laatste, in het stuk Vaders! dat speciaal voor hem werd geschreven door Haye van der Heyden, was Nienke zijn tegenspeelster. De tournee, in 2006, moest hij halverwege afbreken wegens hartstoornissen.

Intussen was het zoon Peter, die als hoofd drama bij het tv-bedrijf van John de Mol een van de belangrijkste werkgevers van vader Piet Römer zou worden. Römer junior had een politieserie bedacht op basis van de boeken van rechercheur Appie Baantjer en zag opeens de ideale hoofdrolspeler voor zich: „In gedachten zette ik mijn vader een hoedje op en deed hem een regenjas aan – hij was het.”

Baantjer werd zijn grote finale. Meer had hij niet te wensen, vond hij toen. „Ik heb Goldoni en Shakespeare gespeeld, Pinter en Brecht. Als de gelegenheid zich voordoet, doe ik dat met plezier nog eens, maar de ambitie hoef ik niet meer te hebben, want ik heb ’t gedáán. Ik heb een prachtige toekomst achter me.”