Nieuw uniform

In Vandaag de Dag, het altijd wakkere tv-programma van Wakker Nederland, liet Eva Jinek ons vanmorgen genieten van het nieuwe uniform van de Nederlandse politie. Althans, het is de bedoeling dat de politiemensen zo’n uniform gaan dragen „als de minister er zijn goedkeuring aan heeft gehecht”, zoals Gerrit van de Kamp, voorzitter van de politiebond ACP, meldde.

Van de Kamp kennen we als de corpulente belangenbehartiger van de Nederlandse diender die ons altijd met een merkwaardig uitdrukkingsloos gezicht over de noden van de aangesloten leden vertelt. Tot die noden, blijkt nu, behoort het knellende uniform dat onze politiemensen belemmert bij de boevenjacht.

Van de Kamp stond samen met een politieman en een wakkere verslaggever in een tv-studio om een en ander te demonstreren. ’s Morgens had De Telegraaf al de aftrap gegeven van dit publiciteitsoffensief voor een uniform dat de politiemensen ook een ‘stoerder imago’ moet geven.

Wat is het geval? De huidige broekspijpen zijn te nauw, „waardoor ze er niet goed mee over de schutting kunnen komen”. Mij ging onmiddellijk een licht op. We vragen ons al jaren af waarom de pakkans voor Nederlandse criminelen zo laag is – voilà, de verklaring: de broekspijpen.

Bovendien is de stof van de broeken te stug, vertelden Van de Kamp en de politieman. Je ziet het voor je: de dappere politieman die met gevaar voor eigen leven Holleeder of een van diens kornuiten in de achtertuintjes achternazit en dan met de stugge zoom van zijn krappe pantalon vloekend blijft haken aan een spijker op de schutting. (Zou op die manier het woord ‘schuttingtaal’ zijn ontstaan?)

Als eenvoudige politieman moet je je op zo’n moment bijna (bijna) net zo lullig voelen als die Rotterdamse politiecommissaris die in de oudejaarsnacht met een stuk in zijn kraag door zijn ondergeschikten achter het stuur werd weggeplukt.

Met ruimere broekspijpen alléén verwerf je geen stoerder imago. En ook niet met dat andere verlangen van de dienders: vervanging van de witte overhemden „omdat die zo snel vies worden”.

Nee, de politiemensen willen ook stevige boots in plaats van zwarte schoenen en geen pet, maar een baret of baseballcap. Ik kan bij dit alles maar één minuscuul bezwaar bedenken: gaan onze agenten in deze outfit niet te veel lijken op degenen op wie zij jagen?

Helaas zal het nog een jaar of twee duren voor het zover is, schatte Van de Kamp. Tot zolang blijft het dus amechtig vallen en opstaan bij de schuttingen.

Intussen mag ik me gelukkig prijzen dat ook ik als journalist een nieuwerwets uniform gekregen heb. Journalisten die het werk van de politie willen volgen, hebben sinds jaar en dag een politieperskaart, afgegeven door de Stichting Landelijke Politieperskaart. Voor het eerst krijgen journalisten er dit jaar ook een blauw hesje met rode biezen bij, dat ze moeten aantrekken als ze politiële activiteiten verslaan. Het hesje doet nog het meest denken aan de schortjes voor kleine kinderen die willen verven.

Ik kan niet zeggen dat de journalistiek er een stoerder imago door krijgt, maar familieleden beweren dat het me ontzéttend goed staat. Ze raden me aan het de hele dag te dragen, dus ook als ik mijn column schrijf, „om er vast aan te wennen”. Ik heb dit advies vandaag opgevolgd. Eén ding weet ik zeker: als u mij achter mijn laptop had kunnen zien zitten, zou u harder hebben gelachen dan om dit stukje.