Lineke, fileer jij Rutte even?

Voor de laatste aflevering van ‘Marcel werkt’ bezocht Van Roosmalen nrc.next.

„Het nieuws, het vuile werk doen ze bij NRC Handelsblad. Wij doen de leuke dingen.”

De dag begon met een kater, gevolg van een uit de hand gelopen kaasfondue. Fotograaf Jan-Dirk had ook zo zijn dingen gedaan in het weekeinde, hij droeg een zonnebril.

We waren in de Fiat Panda op weg naar Rotterdam om een dagje mee te lopen met de redactie van nrc.next.

Om eerlijk te zijn: we zagen er nogal tegen op.

In eerste instantie was ik enthousiast, maar bij nader inzien vond ik ‘het roeren in eigen prutje’. Journalisten aan het werk achter de computer, ik kon me er alles bij voorstellen.

Ik wilde focussen op Stijn Bronzwaer en Freek Schravesande, de redacteuren die verantwoordelijk waren voor de Werk & Geld-pagina’s. Stijn stuurde mij geregeld mails. Meestal was de boodschap dat hij onderhand wel eens zin had om naar huis te gaan en dat hij zich afvroeg of mijn stukje nog kwam.

Jammer dat Japke-d. Bouma was overgeplaatst naar NRC Handelsblad, waar ze koppen en intro’s ging „opleuken”. Ze leek me de beste interviewkandidaat van allemaal, maar dat kwam ook omdat ik bij een zomerborrel op een stadsstrand naast haar op een boomstronk had gezeten. Ze sprak toen een half uur in op haar collega’s over de „dynamische mannelijkheid” van de „woest aantrekkelijke” Matthijs van Nieuwkerk.

We bereikten het gebouw. In de lift naar boven ontmoetten we Nicole Knijnenburg, ik kende haar naam, ze ging over de betalingen. Eerste gedachte: die is wel fris. Meteen hele verhalen over een defecte lift.

We kwamen binnen. Ze gingen in een kring zitten voor ‘de koffievergadering’.Redacteur Arjen van Veelen was jarig, hij had handgemaakte bonbons meegenomen. Nicole Knijnenburg begon over „een knaller van een dt-fout” en vroeg zich af of „de stofzuiger” had zitten slapen. Hoofdredacteur Rob Wijnberg legde uit dat stofzuiger een ander woord was voor eindredacteur. Iemand anders klaagde over het woord „omstebeurt” in de krant. „Dat de stofzuiger daar ook overheen leest, mag hij zich aantrekken.”

Ik begon me af te vragen wie die stofzuiger was.

Na de vergadering stoven ze naar de werkplekken, waar ze zwijgend aan het werk gingen. Ik ging achter Freek Schravesande staan, zijn computer bleef steken in het opstartmenu, iets waar hij na korte tijd in berustte.

In de rookruimte namen ze de ochtendkranten door. Een vrouw van de kunstredactie van de NRC vroeg of ik aan Wordfeud deed, ze had zin in een potje. ‘Invalblogger’ Jan Postma had een etuitje van slangenleer waarin een vulpen zat. „Van mijn moeder gekregen.”

Stéphane Alonso kwam binnen, hij was tot voor kort buitenlandredacteur, maar die functie was afgeschaft. „Rob heeft de hele boel op de schop genomen, we doen niet meer aan nieuws.” Hij ging de hele dag in een werkcel zitten om te werken aan een coververhaal. Werktitel: ‘Nederland, paradijs aan de Noordzee’.

Hij had acht jaar als correspondent in Polen gewerkt. Zijn Poolse vrouw sprak nog geen Nederlands, maar had gelukkig wel een talenknobbel. Na twee dagen in Nederland zei zijn zoontje dat hij nooit meer terug naar Polen wilde.

Op die redactie gebeurde ondertussen van alles, maar dan toch vooral in de hoofden van de redacteuren. Nicole Knijnenburg inventariseerde wie er mee wilde naar de drukker om de (vanaf morgen) vernieuwde nrc.next van de persen te zien rollen, ze had een busje geregeld. En adjunct Jochen van Barschot stootte aan ‘de centrale tafel’ een kop koffie om – „Dat gebeurt anders nooit” – precies over de witte NVJ-zwaaishawl van Hendrik Spiering, verantwoordelijk voor de covers.

Tegen twaalven gingen ze in optocht naar de kantine. Ik mocht mee-eten op de betaalkaart van Jochen. Ik nam een tosti, een fruitsalade en een bakje kwark met vlokken en stukjes peer, dat laatste werd me door verschillende redacteuren afgeraden. Jochen bleek een country & western-fan, Anne Dohmen vroeg of ik nog mensen kende voor een inkomensrubriek en Hendrik Spiering zei dat hij soms een cover afkeurde als het „te wild” werd.

Daarna gingen ze weer werken.

Elsje Jorritsma haalde rond tweeën een grote zak snoep uit haar tas. Ze kreeg ’m in eerste instantie niet open, maar strooide ’m daarna leeg in een grote plastic bak.

„Moet jij eens opletten hoe snel die leeg is”, zei ze. „Vooral Rob is een grote snoeper.”

Ik mocht er twee pakken, een geel banaantje en een Engels dropje.

Lineke Nieber arriveerde, ze zat in de avondploeg en moest twee binnenlandpagina’s maken.

Rob Wijnberg ging tegenover haar zitten en vroeg of ze zin had om Mark Rutte „te fileren”.

Lineke: „Jaaaa-aaaa!”

Rob: „Lukt het voor donderdag? Of heb je geen tijd?”

Lineke: „Oei!”

Rob zei: „Het nieuws, het vuile werk zeg maar, doen ze bij NRC Handelsblad. Wij doen de leuke dingen.”

Met Jochen van Barschot ging hij even later de medewerkers van de klantenservice bijpraten over de vernieuwingen. De chef daar, een vrouw met een gezonde blos op de wangen, sprak haar personeel toe. „Rob gaat het dadelijk uitleggen en dan kunnen wij er met een wervingscampagne tegenaan vliegen.”

Rob zei dat ze van plan waren om van de krant een dagelijks tijdschrift te maken, een krant voor niet-krantenlezers. Het personeel van de klantenservice nam het voor kennisgeving aan. Een wat oudere vrouw stelde de hamvraag: „Blijft de puzzel?”

Jochen van Barschot: „De puzzel blijft!”

Dit is de laatste aflevering van Marcel werkt.