Levenkrachtige filmindustrie in de Vuilnisbek van Sao Paulo

Lees je filmtitels als Fuk Fuk à Brasileira dan weet je dat je in de afdeling cult van Rotterdam terecht bent gekomen. Het onderdeel The Mouth of Garbage draait om de louche filmindustrie die vanaf eind jaren zestig groeide in Sao Paulo, Brazilië. Terwijl de gelauwerde elite van de toenmalige, door neorealisme en nouvelle vague beïnvloede Cinema Novo op de vlucht sloeg voor de militaire dictatuur, verzamelde jong talent zich in Boca de Lixo (Vuilnisbek), tippelzone annex gangsterland achter het station van Sao Paulo. Vanaf medio jaren zestig streken daar producers neer om lowbudgetexploitatiefilms te draaien, vaak met verdachte financiering.

Boca de Lixo-film werd al snel een geuzennaam met een ondertoon van underground en anti-establishment: vuilnis, en daar was men trots op. „Voor louche bioscopen en om snel te vergeten”, omschreef een jonge regisseur zijn werk. Maar het paste in een internationale trend van glorificatie van genre en trash: Coppola en Scorsese leerden toen het vak in Roger Cormans B-filmfabriek.

Vroege films uit Boca de Lixo ogen rommelig, geïmproviseerd en vies, maar bieden naast seks en geweld volop ruimte voor artistieke ambitie. Zo wordt er gemoord in The Red Lights Bandit (O bandido da luz vermelha): een portret van een zijige bandiet uit de favela met momenten van krachtige, rauwe lyriek. Een verteller gaat zich te buiten aan existentialistische overpeinzingen; de bandiet is product van een verrot systeem, maar als staatsvijand nummer één tevens bliksemafleider.

De Braziliaanse censuur omzeilen was een prioriteit. Awakening of the Beast (O despertar da besta) uit 1969, vijftien jaar verboden in Brazilië, toont de kunstgrepen die men – hier vruchteloos – toepast. Het is een arty exploitatiefilm vol grote woorden en blote borsten die zich vermomt als documentaire: professoren debatteren over drugs en tonen ‘schrijnende gevallen’. Dat men zich voor drugs uitspreekt, is wellicht onverstandig.

In de jaren zeventig, toen Deep Throat triomfen vierde en Oshima’s Empire of the Senses het schot tussen porno en filmhuis (tijdelijk) slechtte, zag de censuur in dat seks en geweld het gezag niet ondermijnden. De pornochancada kwam op, steeds explicietere sekskomedies – in de jaren tachtig legde Boca de Lixo zich toe op massaproductie van zo’n vijfhonderd harde pornotitels. The Mouth of Garbage vond nog enkele toonbare, zoals Oh! Rebuceteio, waarin acteurs op auditie steeds verder gaan om hun regisseur te behagen, of Sit on Mine and I Will Enter Yours waarin een dame leert leven met een sprekende vagina. Medio jaren tachtig was ook dit voorbij. Hyperinflatie, de videorecorder en marginalisering van porno maakten Amerikaanse import goedkoper.

Wat beklijft van Boca de Lixo? Nu lijkt het vooral filmhistorisch en sociologisch van belang, erkent programmeur Gerwin Tamsma. Maar wie weet. „Arthousefilm omhelst universeel de koele controle van Bresson, Antonioni en Tarkovski”, zegt Tamsma. „Straks is dat misschien wel de chaos van Fassbinder. Dan wordt dit interessanter.”