Lady Gaga ain't no Beethoven

Componist Ludwig van Beethoven werd ook in zijn eigen tijd al gezien als virtuoos. Lady Gaga mag zijn borstbeeld nog niet eens afstoffen, stelt Maurice van Elburg.

De stelling dat componist Ludwig van Beethoven door zijn tijdgenoten zou worden gezien als „smakeloos, pompeus en triviaal”, zoals Sarah Meuleman schreef (Opinie, 12 januari), mist elke grond.

Meuleman gelooft kennelijk het beeld dat in de Romantiek werd geschetst van Beethoven. De Romantiek schaakte Beethoven als ‘romantische held’, als het onbegrepen en miskende genie dat eenzaam worstelde met zijn demonen. Beethoven komt al in zijn vroegste biografieën naar voren als populair componist, zowel bij beroepsmusici als bij het grote publiek.

In het begin van zijn carrière verschenen inderdaad recensies waarin werd geklaagd over de moeilijkheidsgraad en over het gebrek aan Gesang in zijn werken, maar zijn oorspronkelijkheid en zijn technische kunnen werden alom erkend en bewonderd. Vrijwel al zijn werken – inclusief de grote orkestwerken – werden uitgevoerd in alle grote steden van Europa. Hij was bijzonder populair in Engeland.

Alleen in Frankrijk was de ontvangst van zijn orkestwerken vaak negatief – bij de uitvoering van de Eroïca barstte het publiek zelfs in lachen uit – maar juist in Frankrijk was zijn pianomuziek populairder dan in Duitsland. In 1821 schreef John Russell: „Beethoven is in Wenen de meest gevierde onder de nog levende componisten, en in menig opzicht is hij de meest prominente van zijn tijd.”

Op de begrafenis van Beethoven, op 29 maart 1827, bewees een ongekende menigte, met onder anderen alle belangrijke musici van Wenen, hem de laatste eer.

Beethoven zou „als een blok vallen voor de honger naar vernieuwing van Lady Gaga, haar lef om te experimenteren en haar knieval voor het publiek”. Talloze schetsboeken getuigen ervan dat Beethoven vernieuwing en experimenten zeker niet schuwde – integendeel! Ze waren voor hem evenwel geen doel op zich, maar het onvermijdelijke gevolg van zijn streven naar absolute perfectie.

In een brief formuleerde Beethoven zijn visie op het doel van muziek en kunst in het algemeen: kunst dient te verheffen. Beethoven zag het als zijn opdracht mensen door zijn werken naar een hogere atmosfeer te verheffen en hen nader te brengen tot het goddelijke. Dit zijn misschien oubollige woorden, maar wel de woorden van Beethoven zelf.

De knieval die Beethoven voor het publiek deed, noemde hij in zijn latere jaren „broodschrijverij”. Liever had hij grote opera’s, oratoria en kerkmuziek willen schrijven. Verder is slechts één voorval bekend van een wijziging in een werk door Beethoven om tegemoet te komen aan het publiek. In zijn dertiende strijkkwartet verving hij het laatste deel – de werkelijk gigantische ‘Grote fuga’ – door een minder omvangrijk en complex deel. Hij gaf het oorspronkelijke deel uit als afzonderlijk werk.

In reactie op klachten van musici over de onspeelbaarheid van zijn kwartetten reageerde Beethoven in zijn jonge jaren door te snauwen, tegen violist Ignaz Schuppanzigh: „Dacht je soms dat ik aan jouw ellendige viool denk als de geest tot me spreekt?” Tientallen jaren later gaf hij, wat milder gestemd, toe dat „deze muziek voor een volgende generatie is”.

Beethoven had – vanuit zijn visie op het doel van kunst – een voorkeur voor verheven, ernstige en doorwrochte muziek en kon uitstekend inschatten wanneer hij te maken had met muzikale kwaliteit. Zijn eisen waren extreem hoog en hij was wars van populaire muziek. Hij schijnt componist Gioacchino Rossini – een schrijver van popmuziek avant la lettre – te hebben verteld: „Ik vond uw laatste opera zo goed dat ik erover denk deze op muziek te zetten.” Beethoven stond erom bekend in lachen uit te barsten als hij met slechte muziek werd geconfronteerd en in woede uit te barsten als de muziek goed was, maar de uitvoering slecht.

Sarah Meuleman suggereerde dat degene die „huivert” bij de suggestie dat Lady Gaga weleens de Beethoven van tegenwoordig zou kunnen zijn, een verlamde cultuurbarbaar is. Welnu – ik zie bij Lady Gaga inderdaad slechts een „wereld van geile zangers en opgedirkte zangeresjes”.

Of zij onze Beethoven is, zullen we pas weten over ongeveer tweehonderd jaar, als haar muziek nog altijd volle zalen trekt en als ze mensen van alle leeftijden raakt zoals Beethoven dat nu doet. Ik heb zo’n vermoeden…

De werkelijke vraag luidt: hoe kunnen er interessante kunstenaars opstaan, die niet alleen experimenteren voor het shockeffect? Dit is best moeilijk, maar goed, hoeveel Beethovens zijn er nu helemaal? Precies.

Maurice van Elburg is Beethovenfan.