Kleine Golfstaat Qatar eist een rol op in de grote wereld

Het kleine emiraat Qatar aan de Golf speelt een groeiende rol in de internationale politiek. Het maakt sjeik Hamad niet populair bij andere Arabische leiders.

Waar bemiddeld moet worden, is Qatar. De Afghaanse Talibaan openen in het kleine, rijke emiraat een bureau als basis voor mogelijke onderhandelingen met de Verenigde Staten. Qatar biedt graag onderdak aan dergelijke problematische contacten. De kortdurende eenheidsregering van de Palestijnse rivalen Al-Fatah en Hamas werd in 2006 in de hoofdstad Doha gesmeed en onderhandelingen tussen Soedan en rebellen uit het nu haast vergeten Darfur hadden er plaats.

Maar Qatar is niet alleen min of meer neutraal onderdak voor vredesonderhandelingen. Sinds zijn aantreden in 1995 via een staatsgreep tegen zijn vader speelt sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani in het gezelschap van traditioneel voorzichtige Arabische leiders een opvallend assertieve rol. Hij ontving in 1997 Israëlisch premier Shimon Peres en stond Israël toe een handelsmissie te openen. Afgelopen jaar gaf hij van het begin af aan enthousiaste steun aan de rebellen tegen de Libische leider Moammar Gaddafi. En niet alleen deed Qatar mee aan de luchtcampagne van de NAVO, het stuurde zelfs honderden militairen naar Libië om de rebellen te helpen en leverde ruime financiële steun.

Het jongste voorbeeld is Syrië, waarmee Qatar lange tijd zeer warme betrekkingen onderhield. Toch trok het in juli als eerste Arabische land zijn ambassadeur uit Syrië terug, uit protest tegen het gewelddadige optreden van de Syrische autoriteiten tegen oppositiebetogers. Zondag bepleitte sjeik Hamad zelfs het sturen van Arabische troepen naar Syrië „om een einde te maken aan het bloedvergieten”. Hij heeft voorlopig geen medestanders gevonden.

Hoe dan ook zijn andere Arabische leiders niet erg enthousiast over sjeik Hamad. Dat heeft alles te maken met zijn satellietzender, Al-Jazeera, die hij in 1996 oprichtte om zijn ideeën aan de man te brengen in de Arabische wereld. Dat betekende, uniek voor de regio, dat Arabische oppositievertegenwoordigers (met uitzondering van Qatarese) alle ruimte kregen voor hun bezwaren tegen hun regimes. Talrijke Arabische regimes hebben de laatste jaren hun machteloze woede over de berichtgeving van de zender vertaald in intrekking van de vergunning of sluiting van de kantoren van de zender.

Een van de belangrijkste bezwaren van boze Arabische leiders – en van de VS – is dat vooral moslimfundamentalistische oppositievertegenwoordigers aan het woord komen bij Al-Jazeera. Dat is niet vreemd. Dat Qatar de wereldkampioenschappen voetbal organiseert, en sjeik Hamads modieuze vrouw sjeika Moza, doen vaak vergeten dat in Qatar de ultraconservatieve wahabitische stroming van de islam domineert.

In het nieuwe Libië worden sinds enige tijd ook dergelijke bezwaren gehoord tegen de voormalige bondgenoot. Ex-premier Mahmoud Jebril bijvoorbeeld heeft Qatar ervan beschuldigd met zijn geld fundamentalistische groepen te steunen. Ook de Libische VN-ambassadeur heeft scherpe kritiek op Qatar geleverd. „We bedanken hen voor hun steun” tegen Gaddafi, zei hij eind vorig jaar. „We willen niet dat ze dit grote feit bederven door zinloze inmenging.”