In Nederland kan 'rechts' nu weer zorgeloos vóór Israël zijn

De band tussen Israël en Nederland was altijd al goed, maar is met de PVV als gedoger nu wel héél warm. Rechtse partijen zijn al lang Israël-gezinder dan linkse.

Vijftien jaar geleden, in 1997, kwam voor het laatst een Israëlische premier naar Nederland. Premier Benjamin Netanyahu had toen een onderhoud met premier Wim Kok (PvdA) en minister van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo (D66). Vandaag brengt Netanyahu opnieuw een bezoek aan Den Haag. Waarschuwde Kok Netanyahu dat Europa zich nadrukkelijker met het vredesproces zou bemoeien, premier Rutte (VVD) ontvangt Netanyahu met open armen. Nederland en Israël zullen een samenwerkingsovereenkomst tekenen en ze beloven elkaar jaarlijks te ontmoeten op regeringsniveau.

Dat is een direct gevolg van een zinnetje in het regeerakkoord: „Nederland wil verder investeren in de band met de staat Israël.” Geen enkel ander land wordt in het regeerakkoord genoemd. Het minderheidskabinet van CDA en VVD geeft de van oudsher goede Nederlandse band met Israël daarmee een extra stimulans. Directeur Ronny Naftaniël van het Centrum Informatie en Documentatie Israël zegt het zo: „De relatie is door de jaren heen bestendig, maar nu iets warmer.” De Joodse schrijver Leon de Winter : „Dit rechtse kabinet heeft minder last van linkse partijen die sympathiseren met de Palestijnse zaak.” VVD-Kamerlid Han ten Broeke: „Er wordt minder moeilijk gedaan over Israël. Dit kabinet zit er niet mee in zijn maag.”

Een simpele verklaring voor die pro-Israëlische houding is dat rechtse partijen sinds de jaren 70 meer sympathie voor Israël hebben dan linkse. Han ten Broeke verwijst naar het vorige centrum-linkse kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie: „Toen voetbalde PvdA-minister Koenders op het strand in Gaza terwijl CDA-minister Verhagen een week later naar Tel Aviv ging. Daar hebben wij gelukkig geen last van.”

Ook belangrijk: CDA en VVD worden gedoogd door de PVV van Geert Wilders, die Israël als speerpunt van zijn buitenlandbeleid ziet. De Leidse hoogleraar Afshin Ellian: „Als Wilders niet betrokken was bij deze coalitie, hadden CDA en VVD nooit dat zinnetje over Israël in het regeerakkoord gezet.” Ook De Winter denkt dat die passage er „zeker onder druk van de PVV” is gekomen.

VVD’er Han ten Broeke bestrijdt die visie. Volgens hem is het een „algehele misvatting” dat de strofe in het regeerakkoord een „handreiking” naar de PVV zou zijn. Ten Broeke: „Niets in minder waar. Los van dat ene zinnetje staat er namelijk ook iets anders: dat Nederland voor een tweestatenoplossing is. Daar is de gedoogpartij het radicaal mee oneens. Zo zie je maar hoe Wilders-fixatie om zich heen grijpt.”

Nederlandse regeringen hebben altijd een positieve houding tegenover Israël gehad. Dat is primair te verklaren vanuit de historie, menen Ellian, De Winter en Naftaniel. Ellian: „De band met Israël is een emotionele band.” De Winter: „Natuurlijk is die terug te voeren op de Tweede Wereldoorlog. Als beschaafd land moet je je daar ook rekenschap van geven.” Naftaniel: „Tienduizend Nederlanders wonen in Israël, en vice versa. Er is veel medeleven met elkaar.” Maar Ellian en De Winter zien „toenemende discrepantie” tussen wat zij sympathie voor de Palestijnse zaak noemen, die volgens hen wordt aangewakkerd door westerse media, en de Nederlandse politieke houding. Dat rechtse politici daarvan weinig last hebben, verklaart De Winter met de verantwoordelijkheid die zij hebben: „Als je geconfronteerd wordt met een redelijk functionerende democratie als Israël aan de ene kant en Arabische tirannen aan de andere kant, kleurt dat je blik.”

De vraag is wel of de pro-Israëlische opstelling van het kabinet een weerspiegeling is van de voorkeur van het electoraat. In 2003 zag 75 procent van de Nederlanders volgens een Europese peiling Israël als de belangrijkste bedreiging voor de wereldvrede, nog vóór Irak, Afghanistan en Noord-Korea. Nederlanders dachten daarmee een stuk negatiever over Israël dan de gemiddelde Europeaan. Dat was een bizarre uitkomst, en nu ondenkbaar, meent opiniepeiler Maurice de Hond. Hij heeft recentelijk geen onderzoek gedaan naar de Israël-voorkeuren onder stemgerechtigden, maar heeft het gevoel dat de meer pro-Israëlische houding van het kabinet niet samenhangt met de voorkeur van de kiezers.

De komst van Netanyahu is ook de bekroning van de relatie die het kabinet met Israël wil onderhouden. Vandaag en morgen worden de overeenkomsten getekend, maar is er ook kritiek. Want dat, zeggen CDA’ers en VVD’ers, is ook een gevolg van Nederlandse vriendschap met Israël: juist Nederland durft kritisch te zijn en die kritiek wordt gehoord. Ten Broeke: „De Nederlandse opstelling maakt het mogelijk om maximale invloed uit te oefenen. Al is die ruimte internationaal klein, die wordt wel maximaal benut. De nederzettingenpolitiek van Israël is desastreus voor het vredesproces. Ik hoop dat Israël zonder voorwaarden vooraf aan tafel gaat zitten met de Palestijnen.”

Het Israëlische bezoek is met gevoeligheden omgeven, zoals alles wat met het conflict in het Midden-Oosten te maken heeft. Gisteren publiceerde Een Ander Joods Geluid een advertentie in deze krant om te wijzen op de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden. Leon de Winter zucht: „De aandacht voor het conflict rond Israël is overweldigend, terwijl het eigenlijk een voetnoot hoort te zijn. Het staat niet in verhouding tot wat bijvoorbeeld de Koerden wordt aangedaan. De enorme heftigheid, de kolossale aandacht die het conflict krijgt: ze hebben een directe link naar de Tweede Wereldoorlog.”