In Israël weet niemand wie Rutte is

Premier Netanyahu wil zijn kiezers laten zien dat Israël nog vrienden overheeft in Europa, in de wereld. Daarom komt hij zélf naar Nederland.

Mayonaise, van Gouda’s Glorie. Daar hebben de Israëlische klanten van de winkel met Nederlandse producten in Tel Aviv de meeste vraag naar. Ook populair is Zaanse mosterd. Daarna komt het zoet: hagelslag en appelstroop.

„Israëliërs weten wel dat Nederland bestaat, maar verder dan klompen en molens komen ze meestal niet”, zegt Henoch Wajsberg, voorzitter van de Nederlandse immigrantenbeweging IOH. „Laten we de interesse voor Nederland niet overdrijven. Ik denk niet dat de gemiddelde Israëliër de naam Rutte kent. Laat staan dat hij weet wie Rosenthal is. Hooguit zegt Wilders hem iets.”

Dat Nederland binnen internationale fora als de Europese Unie zijn invloed dikwijls ten gunste van Israël aanwendt, weet de gemiddelde Israëliër volgens Wajsberg al helemaal niet. Buitenlands nieuws haalt hier zelden de kranten. Israëliërs zien Europa als een geheel. Daarbij hebben ze naar eigen zeggen altijd het gevoel dat de hele wereld tegen ze is.

Maar de Israëlische regering ziet de Nederlandse steun niet over het hoofd, aldus ingewijden. Het bezoek van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu aan Den Haag, vandaag en morgen, is daar een bewijs van. Hij stuurt geen minister, hij komt zelf. Dat is een sterke boodschap.

Die is niet alleen geadresseerd aan Nederland, ook aan het Israëlische publiek. Netanyahu wil zijn kiezers duidelijk maken dat Israël wel degelijk vrienden overheeft en hij Israël niet totaal isoleert, zoals de oppositie suggereert.

Het officiële doel van het bezoek is „om de betrekkingen, die van oudsher zeer goed zijn, te verbeteren”, zegt de woordvoerder van de Israëlische premier. Het woord ‘dank’ wil hij niet in de mond nemen. „Maar Israël zal ook waardering uitspreken voor de Nederlandse bijval binnen internationale organisaties.”

Nederland blokkeerde in september een gezamenlijk EU-standpunt omdat de tekst te kritisch over Israël zou zijn. Daarna stemde het tegen het Palestijnse verzoek voor lidmaatschap van de VN-onderwijs- en -cultuurorganisatie Unesco. Ook wijst Nederland Palestijns lidmaatschap van de Verenigde Naties af. Bovendien wil Nederland de Israëlische samenwerking met de Europese Unie, die achterblijft vanwege kritiek op de Israëlische bezetting van Palestijns gebied, helpen versterken.

Tegelijk heeft de Nederlandse regering de ambitie om de economische banden met Israël aan te halen. De reden is volgens minister Maxime Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) dat welvaart de vrede in het Midden-Oosten – als die eenmaal daar is – ‘duurzaam’ kan laten zijn, zei hij in juni in Haifa. Daarnaast kan de zogenoemde BV Nederland van Israël profiteren.

Dat gebeurt al. Nederland importeerde de eerste tien maanden van 2011 voor 1,4 miljard euro uit Israël. Dat maakt Nederland de tweede Israëlische importeur (na Groot-Brittannië), mede vanwege de haven van Rotterdam. Nederland exporteerde in dezelfde periode voor bijna 1,2 miljard naar Israël. De Israëlische economie groeide vorig jaar met 4,8 procent.

Volgens de woordvoerder van Netanyahu heeft Israël, in tegenstelling tot Nederland dat ‘topsectoren’ heeft genoemd, geen specifieke economische agenda bij dit bezoek. Maar er liggen grote kansen, voor beide landen, zegt Boaz Golany, hoogleraar industrie, technologie en management aan de universiteit van Haifa.

Nederland zou Israël in de eerste plaats kunnen helpen bij het boren naar en opslaan van het gas en de olie die onlangs voor de kust zijn gevonden. Golany denkt aan Shell.

Op twee: samenwerking bij de ontwikkeling en verkoop van medicijnen en medische toepassingen en apparatuur. Golany: „Daar zijn beide landen goed in. Samen kunnen we de grote vergrijsde Europese markt aan.”

Verder kan Israël Nederland producten voor computerveiligheid verkopen en kan Nederland Israël helpen met het recyclen van afval en het exploiteren van spoorrails, meent Golany.

Nederland krijgt nu al veel terug voor zijn pro-Israëlische opstelling, weet Shmuel Bar, die als diplomaat op de Israëlische ambassade in Den Haag werkte (1998-2002) en nu directeur is van het politieke instituut van de universiteit in Herzliya (IDC). „Nederland kan altijd aankloppen voor hulp bij de aanpak van drugshandel of terrorisme. En er is veel samenwerking op het gebied van IT.”

De samenwerking verloopt soepel „omdat onze mentaliteiten matchen”, aldus Bar. „Wij zijn ook informeel, direct. Nederlanders en Israëliërs zeggen precies wat ze willen, en wat ze niet willen. En als je ergens ter wereld iemand ziet doorlopen bij een rood stoplicht, kun je er zeker van zijn dat het een Nederlander of een Israëliër is.”

De mentaliteiten mogen overeenkomen, de meningen verschillen. De Nederlandse regering veroordeelt de Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied en de uitbreiding daarvan. Bovendien stemde Nederland onlangs wel in met EU-rapportages die Israël verwijten zo de gedroomde weg naar een tweestatenoplossing (naast Israël een Palestijnse staat) te „ondermijnen”.

Hoe hard Nederland die standpunten tegenover Netanyahu zal herhalen is nog de vraag. Zeker is dat kritiek op de bezetting terzijde wordt geschoven, zeggen ze in Israël. „Alles wat een bevriende regering zegt, wordt serieus genomen”, aldus Netanyahu’s woordvoerder. „Maar zelfs de beste vrienden hoeven het niet eens te zijn. Israël vindt de nederzettingen legitiem.”

Pijnlijke momenten zal afkeuring ook niet opleveren. „Kritiek van Nederland kan Israël wel verdragen”, zegt oud-diplomaat Bar. Naar de Amerikaanse president, die Netanyahu beledigde door hem via de achterdeur het Witte Huis binnen te laten, zou Israël niet meer luisteren. Geen land wil kritiek krijgen alsof het een klein kind is, zegt Bar. „Je vangt meer vliegen met stroop, dan met azijn.”