Ik zie het als mijn land, zegt Chaïm

Bij de Amsterdamse kosjere bakker Laromme kijken ze met gemengde gevoelens naar Israël. In het beloofde land is niet alles goed.

Yasmina Aboutaleb

Een Jiddische uitdrukking luidt: twee joden, drie meningen. Een middag bij kosjere bakker Laromme in de Amsterdamse wijk Buitenveldert, waar veel joden wonen, toont dat dit niet zomaar een gezegde is.

Chaïm Benistant (25) en Avy Barzely (26), twee traditioneel joodse jongens, lunchen in Laromme. Ze zitten op hoge barkrukken. Hoe kijken zij naar Israël en de Israëlische premier Bibi Netanyahu?

„Kijk”, zegt Benistant, „de muur is noodzakelijk. Anders had ik die veiligheidsmaatregelen tegen de Palestijnen ook liever niet gehad. De onveilige situatie zorgt voor veel stress. Als je in een bus stapt, kan die zomaar worden opgeblazen.”

Chaïm Benistant is een geboren en getogen Amsterdammer. Hij werkt voor een organisatie van de Israëlische overheid, die studiebeurzen voor joodse jongeren in het buitenland verzorgt. „Netanyahu is dus in feite mijn baas”, zegt hij trots. Voor zijn werk gaat hij regelmatig naar Israël. „Ik zie het echt als mijn land. Maar ik hoef er niet per se te wonen. Ik kan door mijn werk ook van hieruit mijn steentje bijdragen.”

Hbo-student Avy Barzely heeft lange tijd in Israël gewoond. Hij maakt zich vooral druk over de binnenlandse politiek van het land. „Toen ik daar afgelopen zomer was, waren er massale protesten tegen de slechte voorzieningen.” De demonstranten waren vooral jongeren, die protesteerden tegen de hoge huurprijzen. „De Israëlische overheid zou zich daarmee meer moeten bezighouden. Maar de veiligheid in het land is natuurlijk ook belangrijk.”

Maar eigenlijk, vinden de jongens, kun je als jood beter in New York wonen. Chaïm Benistant: „Daar ben je echt veilig: geen oorlog, geen antisemitisme. En er wonen tenminste ook veel joden. Niet zoals hier in Nederland, waar we een kleine minderheid zijn.”

In bakkerzaak Laromme zitten ook veel oude dametjes. Ze drinken muntthee en eten kosjere bolussen. „Israël is voor alle joden heel belangrijk”, zegt een 54-jarige orthodoxe vrouw met een pruik op en een lange tweedrok aan. „Daar ben je een van velen; hier ben je een van weinigen. Voor joden is Israël thuiskomen.” De vrouw, die niet met haar naam in de krant wil omdat ze anders misschien kritiek krijgt uit de eigen gemeenschap, overweegt te verhuizen naar Israël. Ze vindt de joodse gemeenschap in Nederland verscheurd. „Joden leven hier langs elkaar heen. Zelfs als je naar sjoel [de synagoge, red.] gaat, ziet niemand je staan. Dat noem ik geen gemeenschap. En dat terwijl we elkaar als minderheid moeten steunen.”

Erwin Brugmans (61), zelf orthodox, is ook voor de kosjere bolussen gekomen. Hij maakt zich zorgen om de ultraorthodoxe joden in Israël die hij de ‘Israëlische Talibaan’ noemt. „Zij behandelen vrouwen niet eens gelijk. Vrouwen moeten van hen in een aparte bus zitten, op aparte stoepen lopen. En als je dat niet doet word je voor hoer uitgemaakt. Ik wil niet eens weten hoe ze met homo’s omgaan.”

Brugmans is het niet eens met de rechtse regering in Israël. „Als ik Israëlisch zou zijn, zou ik op een variant van GroenLinks stemmen. Een partij met meer oog voor de rechten van verschillende burgers, ongeacht religie of geaardheid.”

Het is vier uur. De scholen zijn uit. Bakkerij Laromme is gevestigd tussen twee joodse scholen in, een orthodoxe en een liberale. Twee Marokkaans-joodse zusjes, Ellian (14) en Shiraz (12), lopen de bakker binnen. „Ik volg de Israëlische politiek niet”, zegt Ellian, „maar ik vind het wel het mooiste land dat er bestaat.” De zusjes willen na de middelbare school verhuizen naar Israël. Shiraz: „Al onze familie woont daar. En iedereen doet aan sjabbat [de zaterdagse rustdag, red.]. Heel gezellig.” En, voegt haar zusje toe: „Het lijkt me leuk en leerzaam om het leger in te gaan. Zo bescherm je je land.”