Holocaustdrama niet vrij van emotioneel effectbejag

Süskind. Regie: Rudolf van den Berg. Met: Jeroen Spitzenberger, Nyncke Beekhuyzen, Karl Markovics, Katja Herbers. In: 112 bioscopen.

De vraag of het überhaupt mogelijk is om de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog realistisch en zonder al te veel retoriek te verbeelden, komt ook op bij het op historische feiten gebaseerde Süskind, de verfilming van het levensverhaal van Walter Süskind. De Duits-joodse zakenman met Nederlandse voorouders gaat in 1942 werken voor de Joodse Raad, die door de Duitsers is aangesteld om de deportatie van joden in goede banen te leiden. Door de Raad geselecteerde joden dienen zich te melden bij de Hollandsche Schouwburg in de Amsterdamse Plantagebuurt, om van daaruit op transport te gaan naar kamp Westerbork. Süskind werkte mee met de Duitsers, maar wist tegelijkertijd in het geheim naar schatting zo’n duizend kinderen te redden.

Het script is gebaseerd op een proefschrift over Süskind van historicus Mark Schellekens – inmiddels ook te koop in een handelseditie. Maar om dramatische redenen zijn sommige feiten veranderd. Zo zit de commandant van Westerbork hoog te paard in plaats van laag op een fiets in een scène in de film en werd een aantal verzetshelden samengevoegd tot één persoon. Dit is allemaal begrijpelijk, maar in sommige scènes gaat het ten koste van de geloofwaardigheid. Zo wordt een joods jongetje in een jutezak, die aan een paard en wagen hangt, vervoerd naar een schuilplek. In de zak zit een kijkgaatje. Een gaatje? Wel heel dom. Neemt de kans op ontdekking zo niet heel erg toe? Het lijkt niet heel aannemelijk dat zoiets is gebeurd.

Süskind ontsnapt ook niet aan clichés over de Holocaust. Zo is er de relatief goede Duitser Ferdinand aus der Fünten, belast met de deportatie van Nederlandse joden. Süskind raakt om opportunistische redenen met hem bevriend. Dat Aus der Fünten niet de allerkwaadste is, blijkt uit het gegeven dat hij van Beethoven en zelfs Mahler – een joodse componist – houdt. De nazibruut blijkt zo toch over enige beschaving te beschikken; een schijnbare paradox die je in veel oorlogsfilms terugvindt. Zijn vermogen tot het voelen van emoties zet hem af tegen zijn meerdere, een cultuurloze, sadistische schoft. Een ander cliché is het in close-up tonen van twee handen – hier die van Walter en zijn vrouw – die zich door prikkeldraad met elkaar verstrengelen en langzaam weer uit elkaar gaan. Emotioneel effectbejag van de hinderlijkste soort.

Maar de grootste valkuil waar regisseur Van den Berg in trapt, is het aanzetten van het drama, alsof het simpelweg tonen van wat er gebeurde in en rond de Hollandsche Schouwburg niet vreselijk genoeg is. Heel soms neemt hij zijn toevlucht tot slowmotion, maar ergerlijker is de neiging alles met muziek nog eens extra dramatisch te maken. De cello’s knallen vervaarlijk in korte staccatoakkoorden als de Duitsers in de buurt van de schouwburg komen en de sentimentele vioolsolo waarmee Janine Jansen de film besluit is wel heel erg tranentrekkend.

Toch is Süskind waardevol, omdat het een minder bekende episode uit de Tweede Wereldoorlog toegankelijk maakt voor een breed publiek. Een geschiedenis die tegelijk educatief én ontluisterend is. Het is bijna onvoorstelbaar dat medelanders joden verkochten voor 7,50 gulden, toch gebeurde het. Het woord kopgeld resoneert nog lang na.