Hoe verder weg, hoe beter

Het jaarlijkse circus van persconferenties over de jaarcijfers van grote concerns begint vandaag.

Waar letten beleggers in deze crisistijden vooral op?

Ze maken de boter van Becel en Blue Band, de spray van Axe en Rexona, en de ijsco’s van Ola en Ben & Jerry’s. En weet u waarom Unilever vooral zo’n interessante onderneming is? Omdat het concern driekwart van zijn omzet buiten West-Europa haalt.

Dat is de analyse die veel beleggers en analisten in de financiële wereld nu maken. Aan de vooravond van het jaarlijkse circus van persconferenties over de resultaten van de grote Nederlandse ondernemingen – vandaag presenteert chipmachinebouwer ASML als eerste zijn prestaties over 2011 – heerst de angst voor nog meer euromisère en nog meer krimp.

Wat is middenin de hectiek van haperende banken en grillige kredietmarkten de boodschap die de multinationals de komende weken brengen?

Eind jaren negentig, ten tijde van de Aziëcrisis, was er maar één vraag die ertoe deed bij de grote bedrijven. Wat zijn de activiteiten in Azië, hoeveel is er geïnvesteerd en hoeveel omzet staat er op het spel?

Nu, in 2012, is ASM International, een concurrent van ASML die ook machines bouwt waarmee chips worden gemaakt, een aanrader van beleggingsanalisten. Reden: het wereldwijd opererende bedrijf heeft weinig nering in de Europese Unie. DSM? Een fijn concern dat meer dan 60 procent van zijn activiteiten buiten het huidige probleemgebied heeft. Verzekeraar Aegon? Een aardige onderneming, want zij realiseert meer dan 80 procent van haar winst in de VS.

De verwachtingen op korte termijn zijn nog vrij zonnig. De 25 grootste beursfondsen boeken in 2012 gemiddeld een 4 à 5 procent hoger resultaat, zo verwacht de markt, zegt Marc Zwartsenburg van ING. „Voor de 25 middelgrote ondernemingen wordt gerekend op een gemiddeld 17 procent hogere winst”, zegt het hoofd aandelenonderzoek. Maar 2011 moet eerst worden afgerond. Gisteren gaf automatiseringsbedrijf Unit 4 nog een winstalarm en vorige week waarschuwde Philips dat de winst over het afgelopen boekjaar toch nog meer tegenvalt. Terugkerende reden: inzakkende vraag, een guur klimaat.

In zo’n onzekere omgeving telt vooral dat bedrijven over reserves beschikken. Bovengemiddelde reserves. In tegenstelling tot westerse overheden hebben bedrijven sinds de kredietcrisis hun schulden afgebouwd. De meeste bedrijven zitten veel ruimer bij kas dan drie jaar geleden. Dat is handig in een recessie. Maar misschien nog wel belangrijker is de mate waarin bedrijven afhankelijk zijn van leningen die zij komend jaar op de kapitaalmarkt moeten afsluiten.

Volgens Paul van der Worp van de bank NIBC functioneert die markt nog prima. „Beleggers lenen liever aan bekende bedrijven dan aan banken.” Dit jaar loopt er volgens hem voor 125 miljard euro aan bedrijfsobligaties af in Europa. Toch nemen bedrijven vaak het zekere voor het onzekere. Akzo Nobel loste eind vorig jaar vervroegd bijna 600 miljoen euro aan schuld af en gaf tegelijkertijd nieuwe leningen uit die pas over zeven jaar terugbetaald moeten worden – als bescherming tegen spanningen op de financiële markten.

Bedrijven die bij de bank lenen hebben te maken met voorwaarden, zoals een bepaalde verhouding tussen schuld en omzet of tussen rentelasten en omzet. Voldoen zij daar nog aan in tijden waarin de economie krimpt? „Dat is de komende tijd van extra belang”, zegt Egbert Eeftink, hoogleraar verslaggeving en partner bij KPMG. Wie niet aan de afspraken voldoet, heeft een probleem, want dan worden alle schulden direct opeisbaar. De bezittingen moeten dan eigenlijk gewaardeerd worden tegen ‘liquidatiewaarde’: wat is alles waard als de tent morgen sluit?

Sowieso zijn de waarderingen van bezittingen een pijnlijk punt. Ondernemingen moeten daar zelf een schatting van maken. De accountant controleert vervolgens of de systematiek goed is toegepast. De aannames die voor de taxaties gebruikt worden, zijn vrijwel allemaal verslechterd: een lagere rente, een versoberd winstperspectief, dalende beurskoersen, inzakkende huizenprijzen.

Uitzendbureaus gelden traditioneel als de barometer van de economie. Weten we op 16 februari (Randstad) en 2 maart (Brunel en USG People) dan beter hoe het op de Nederlandse arbeidsmarkt gaat? Die bedrijven voelen de crisis normaal gesproken als eerste, zegt analist Zwartsenburg. Maar hij waarschuwt voor verraderlijke cijfers. In de VS liep de werkloosheid op, terwijl het aantal uitzendkrachten groeide. „Dat lijken tegenstrijdige signalen, maar wat er gebeurde was dat vast werk werd vervangen door flexibele arbeidskrachten.” Goede cijfers van uitzendorganisaties wijzen dus niet altijd op een aantrekkende economie.