Duik in hun hoofden

Kunstenaar Han Hoogerbrugge toont in zijn internetstrip onder anderen Berlusconi en Gaddafi.

„Ik denk: wat zou ik doen als ik zo machtig was als zij?”

In het dagelijks leven zal je ze niet vaak op hetzelfde feestje aantreffen. Maar in de wereld van kunstenaar Han Hoogerbrugge kennen ze elkaar al jaren: Nina Brink, Dr. Phil, The Hulk, Silvio Berlusconi, Bob Ross, Don Johnson en Nick Cave. De afgelopen jaren kwamen ze met regelmaat opdraven in Hoogerbrugges Engelstalige internetstrip Pro Stress, die hij dagelijks op een eigen website publiceert. Ze geven er commentaar op het nieuws, filosoferen over het borsthaar van David Hasselhoff of de dood van Michael Jackson. En soms ook praten ze over moderne kunst.

Maar de hoofdrol in Pro Stress is weggelegd voor het alter ego van Hoogerbrugge zelf, een man in een zwart pak met stropdas. Schaamteloos vertelt hij over zijn angsten, neuroses en morbide gedachtes. Zo geeft hij grif toe dat hij dol is op Gaddafi, wegens diens snorretje, kleding en vrouwelijke lijfwachten. „Ik weet het, hij is een dictator”, staat er dan in het tekstballonnetje. „Maar hé, met wie zou je liever een jaar op een onbewoond eiland doorbrengen? Moeder Teresa of Gaddafi?”

In het echt blijkt Han Hoogerbrugge (Rotterdam, 1963) een spitting image van zijn zelfportret: lang, slank, met een zorgvuldig gecoiffeerde druipsnor en geheel in het zwart gekleed. 2011 was voor hem een uitstekend jaar. Hij was afgelopen zomer prominent aanwezig op de Biënnale van Venetië, waar zijn animatiefilm Quatrosopus in het Deense paviljoen draaide en de door hem ontworpen linnen draagtasjes met zijn hoofd erop overal in het straatbeeld opdoken. Zijn animatiegame FLX werd aangekocht door het Stedelijk Museum in Amsterdam. En Quatrosopus, uitgebracht in een oplage van vijf, werd zelfs twee keer verkocht.

Zijn geld verdiende Hoogerbrugge de laatste jaren vooral met opdrachten. Hij maakte illustraties voor de Volkskrant, maar bijvoorbeeld ook een videoclip voor The Pet Shop Boys. Op dit moment is hij druk bezig met de voorbereiding van zijn solotentoonstelling La Grande Fête des Voyeurs, eind deze maand in de Rotterdamse kunstruimte TENT, waar hij al die disciplines naast en door elkaar wil tonen. Voor hem is er geen verschil tussen de strips, de animaties, de illustraties en de aquarellen. „In zijn totaliteit vormt het één werk. Alles draagt heel duidelijk mijn stempel. Als ik een illustratie maak, kan ik mijn humor en mijn visie op de wereld daar in kwijt. En andersom haal ik uit die opdrachten ook weer inspiratie voor mijn vrije werk.”

Hij voelt zich dus net zo thuis in de kunstwereld als in de internetgemeenschap, waar hij wereldwijd een schare trouwe fans heeft opgebouwd. Hoogerbrugge geldt daar als een pionier, die al sinds het prille begin van internet zijn kunst online zet.

Hoogerbrugge: „Het was een heel ander internet dan nu, supertraag. Muziek en filmpjes kon je er niet op zetten. Het enige bewegende beeld dat je op het web kon vinden, waren GIF-animaties, diashows van losse plaatjes die door de snelheid toch beweging suggereerden. Zo heb ik mijn eerste animaties gemaakt.”

Zo ontstond Modern Living/Neurotica, een serie animaties waarvan tussen 1997 en 2001 elke twee weken een nieuwe aflevering verscheen. In die vroege GIF-animaties zie je de kunstenaar steeds korte, eenvoudige, zich herhalende handelingen uitvoeren. Hij draait een tand uit zijn mond of slaat zichzelf met een krant als een vlieg tot moes. Later, met de toenemende bandbreedte en de komst van het programma Flash, worden de animaties geavanceerder en interactiever. Dan kun je als kijker zelf de aanstichter zijn van de handeling; door met je muis op Hoogerbrugges karakter te klikken, kun je hem laten dansen of pianospelen.

De stijl van zijn animaties en strips is hetzelfde gebleven: grafisch, met scherpe contouren, egale kleurvlakken en harde lijnen. Hoogerbrugge heeft altijd een voorkeur gehad voor de tekenstijl van de klare lijn, vertelt hij.

Hoogerbrugges alter ego zie je in de filmpjes van Modern Living meegroeien met de jaren. Het haar wordt dunner, de inhammen dieper, de buik ronder. Modern Living is een zelfportret, zegt Hoogerbrugge. „De serie is een soort tijdcapsule die de tijdgeest probeert te vangen. De bedoeling is dat als je de hele reeks bekijkt, je er een gevoel aan overhoudt dat iets zegt over onze tijd.”

Dat beeld is niet bepaald rooskleurig. De hoofdpersoon uit Modern Living zit vaak gevangen in neurotische handelingen waar geen einde aan komt. En er wordt nogal wat geweld gepleegd, zoals in de aflevering waarin Hoogerbrugge zijn eigen oog uitlepelt. Waarom? „Je denkt bij het maken van zo’n animatie aan zoveel dingen tegelijk. Het moet bijvoorbeeld een handeling zijn die als een loop goed werkt. Op een abstracter niveau kun je zeggen dat ik niet meer wil zien wat er in de wereld aan de hand is. Dat is een terugkerend thema.

„Ik geloof niet dat ik een somber wereldbeeld heb. Maar ik ben het wel met Nick Cave eens wanneer hij zingt: ‘People they ain’t no good’. Zo zijn wij nu eenmaal. Ik denk dat we steeds meer duidelijkheid krijgen over onze ware aard, ook doordat we steeds meer van onszelf te zien krijgen. Kijk naar de beelden van Gaddafi’s dood, dat soort foto’s had je ook van Hitler willen hebben. Je ziet tegenwoordig in principe alles. En daardoor krijgen we ook een steeds beter beeld van hoe slecht we wel niet zijn. Dat is mijn onderwerp.”

In de jaren na Modern Living maakte hij onder meer de animatieseries Nails (2002-2007) en Hotel (2004-2006), waarin hij steeds inventiever werd met interactiviteit en waarvoor hij ook de soundscapes zelf componeerde. Nu, met Pro Stress, grijpt Hoogerbrugge juist terug op de eenvoud van het prille internettijdperk. Elke aflevering heeft het format van een ouderwetse krantenstrip, met steeds drie opeenvolgende plaatjes.

Elke week bespreken David Lynch en Quentin Tarantino op maandag hoe hun weekend geweest is. Neem de aflevering waarin Tarantino aan Lynch vraagt hoe zijn Kerst was en Lynch antwoordt dat hij niet doorhad dat het Kerst was. Tarantino: „Dat vind ik moeilijk te geloven.” Lynch: „Ik vind het moeilijk te geloven dat je jezelf niet dood kunt maken door je adem in te houden, maar dat betekent nog niet dat het niet waar is.”

Hoe kom je erop? „Tja, hoe kun je zoiets uitleggen”, reageert Hoogerbrugge. „Kerstmis bestaat gewoon uit twee heel vervelende dagen. Ik hoop dat die aflevering het onaangename gevoel oproept dat Kerst ook heeft. Zonder dat ik expliciet hoef te zeggen: Kerst is kut.”

Met gemak verplaatst hij zich in Pro Stress in de hoofden van ‘foute’ mannen als Berlusconi of Dominique Strauss-Kahn. „Ik denk: wat zou ik doen als ik zo machtig was als zij? Als iedereen altijd en overal de deur voor je openhoudt, hoe ga je daarmee om? Zou ik dan ook kamermeisjes gaan betasten? Als ik Berlusconi teken, kan je wel zien dat ik niet pro-Berlusconi ben. Maar ik probeer hem ook niet af te kraken. Ik vind zijn dubieuze persoonlijkheid juist interessant”

Een politiek geëngageerd kunstenaar wil hij zichzelf niet noemen. „Ik heb geen boodschap anders dan dat we niet sporen. Natuurlijk, je kunt niet voor een dictator als Gaddafi zijn. Maar ik kan me wel voorstellen hoe hij na veertig jaar zo geworden is. Al die aanslagen op je leven en je familie, daar word je wel paranoïde van. Ook dictators zijn mensen, hun hersenen werken op dezelfde manier als de mijne. Dus probeer ik mij in Pro Stress in hen te verplaatsen. Het stemmetje in hun hoofd is wel degelijk mijn stem. Ik word als het ware een stukje Gaddafi.”

Tentoonstelling

‘La Grande Fête des Voyeurs’.

26 jan t/m 18 maart,Tent Rotterdam. Meer werk: hoogerbrugge.com