Die arme jongen van communicatie

De VPRO is het enige Nederlandse medium met belangstelling voor ruimtelijke ordening. Ze werden terecht gelauwerd voor Landroof (2008) en komen nu met De slag om Nederland, gemaakt, deels, door het team van de Keuringsdienst van waarde.

In de eerste aflevering, afgelopen maandag, ging het om het nieuwe hoofdkantoor van KPMG, langs de A9 in Amstelveen. De toon was wat schril zo nu en dan. Leegstand is verspilling, maar om het nu een „tikkende tijdbom onder de economie” te noemen? KPMG zou de gemeente Amstelveen „onder druk hebben gezet” voor de vestiging van dat nieuwe kantoor, maar ja, een miljardenbedrijf als KPMG hoeft bij wijze van speken maar even zijn keel te schrapen om een gemeente als Amstelveen „onder druk te zetten”. Je kunt Goliath ook wel verwijten dat hij David intimideert. Je kon merken dat de makers hun speurzucht tot nu toe vooral botvierden op maaltijdsoepen en wc-papier, en dat de wereld van het vastgoed nog even wennen was. ‘Goh’, zag je ze af en toe denken, ‘op een kaasboerderij gaat het heel anders toe.’

Er zit een luchtje aan die kantorenbouw, ongetwijfeld, maar juist de cops-and-robbers-achtige retoriek waarmee dat aannemelijk werd gemaakt, maakte mij wantrouwig. Sluitstuk was een confrontatie van verslaggever Teun van de Keuken met de ‘woordvoerder public affairs’ van KPMG. Zo gaat dat in de televisiejournalistiek: er is onderzoek gedaan en dan moet er iemand met de bevindingen worden geconfronteerd, voor het oog van de camera. De verslaggever neemt de rol van prijsvechter aan en gaat met de vermeende dader op de vuist. Hoe die zich in dat gevecht weert, bepaalt zijn schuld. Begint hij te hakkelen, te sputteren, spreekt hij zichzelf tegen, raadpleegt hij een secondant of vraagt hij nerveus om een time-out, dan is hij schuldig. Doorstaat hij de confrontatie met glans, dan… tja, nu ik erover nadenk, dat heb ik eigenlijk nog nooit gezien op televisie. Óf dat gebeurt nooit, óf de footage wordt in zo’n geval weggegooid.

Gelukkig voor De slag om Nederland bracht de woordvoeder van KPMG het er niet zo goed van af. Hij was een beetje ongelukkig in beeld gebracht (aan de stageing van zijn inquisiteur was duidelijk meer aandacht besteed), viel soms stil, zocht naar woorden en had moeite zijn wrevel te onderdrukken. Maar wat betekent dat nu eigenlijk? Wat is de relatie tussen die oscillerende adamsappel en het vastgoedbeleid van KPMG? Vanwaar dit primitieve ritueel?

Die ‘woordvoerder’ dateert uit de tijd dat de media een speciale gebruiksaanwijzing kenden. Voor de camera staan, dat deed je zomaar niet even. Zonder ‘dicht te slaan’, zoals het heette. Brand in de fabriek: het NTS-Journaal kwam kijken en de directeur stond met catatoon gesperde blik in de camera te staren, of nerveus met z’n dasje te friemelen, als Oliver Hardy die een dure vaas heeft laten vallen. Nee, voortaan moest Herman dat maar doen, die was ‘van de tongriem gesneden’, zoals het dan heette, door zijn jaren bij Radio Batavia. Maar zo is het al lang niet meer. Tegenwoordig heeft iedereen media-ervaring. De top van KPMG bestaat uit mensen die honderd cursussen gevolgd hebben en duizend zalen toegesproken; een van hen kent dat vastgoeddossier door en door, want dat is zijn portefeuille, maar deze duurbetaalde, supergekwalificeerde topkracht zat maandagavond thuis voor de buis, terwijl die arme jongen van communicatie (en zes salarisschalen lager) er zonder al die kennis en bevoegdheden maar uit moest zien te komen. Zodat KPMG de rituele punch-up ‘verloor’, zonder dat dat uiteindelijk iets zegt over de zaak. Dat is nog eens effectieve communicatie.

De ‘woordvoerder’ is een atavisme geworden. Ga daar toch zelf zitten en dien die man van repliek!