De zoon verpietert en mijdt de zorg

Schizofrene Samir werkt nu en heeft zijn boetes afbetaald. Bemoeizorg haalde hem uit de puinhoop die zijn leven was. Contact maken, dat is de kunst van de hulpverlener.

Dit is het verhaal van een dolende zoon en een wanhopige vader. Dit is een verhaal over mensen die in stilte lijden en geen idee hebben hoe ze zich moeten redden. Dit zijn de verhalen waar het Team Bemoeizorg in grossiert.

Bemoeizorg? Dat is een vrij jonge tak van hulpverlening, gericht op mensen die verpieteren maar niet aankloppen bij hulporganisaties. Dat kunnen of willen ze niet. Zorgwekkende zorgmijders heten ze in het jargon.

Hij zal haar naam nooit vergeten, bezweert hij. Dat herhaalt hij. Hij is Farid (50), arbeider in een vleesfabriek, van Marokkaanse afkomst. Vader van Samir (31).

Haar naam is Trudie van Nes (60), sociaal-psychiatrisch verpleegkundige bij Team Bemoeizorg. Tijdens hun eerste gesprek barstte hij steeds in huilen uit.

Ten einde raad was Farid toen een maatschappelijk werker hem de weg wees naar Bemoeizorg. Al anderhalf jaar had hij niks gehoord van Samir. Zijn zoon was aan het zwerven geslagen. Misschien was hij wel dood.

Farid kon aan niets anders meer denken. Hij voelde zich schuldig omdat hij de jongen ooit uit huis had gezet. Dat was nadat Samir ook zijn tweede opleiding niet had afgemaakt. Misschien zou Samir wakker worden als hij op eigen benen moest staan. Samir was de enige zoon uit Farids eerste huwelijk in Marokko. Bij zijn tweede vrouw in Nederland had hij nog twee kinderen.

Soms zei Farid tegen zijn vrouw dat hij naar de moskee ging. Dan reed hij naar Breda of Den Haag en zocht op goed geluk naar Samir. Thuis was hij ongenietbaar. Zijn vrouw en kinderen konden niets meer goed doen. Als hij door het bos liep, spookte steeds dezelfde gedachte door zijn hoofd: straks raak ik hen ook kwijt.

En overal waar hij hulp vroeg, kreeg hij nul op het rekest. Zijn zoon was toch volwassen? Die kon zichzelf wel redden. Als hij zijn vader uit de weg ging, had hij daar vast een goede reden voor. In het gesprek met Trudie van Nes voelde Farid zich voor het eerst gehoord.

De hulpverleenster kwam er al snel achter dat volwassen Samir zich helemaal niet zelf kon redden. Jaren geleden had geestelijke gezondheidszorg hem behandeld. Zonder dat zijn vader het wist. Diagnose: schizofrenie van het gedesorganiseerde type.

Ze ontdekte ook dat Samir in de Randstad bijna wekelijks werd aangehouden voor zwartrijden en omdat hij niet in het bezit was van een identiteitskaart. De politie zag hem als verslaafde zwerver, niet als psychiatrisch patiënt. Hij werd overal verjaagd.

Die informatie kreeg ze alleen omdat ze in het zorg- en veiligheidshuis werkte waar ook de politie is vertegenwoordigd. Die contactpersoon zorgde er ook voor dat de politie Trudie belde toen Samir in Alphen aan de Rijn werd opgepakt. Een verwarde, stinkende man met een wilde bos haar en een woeste baard. Veel lagen kleding aan. Zijn vader herkende hem bijna niet. Zijn vader dacht: „Dit komt nooit meer goed.”

Maar Farid was allang blij dat hij zijn zoon had teruggevonden. Hij bracht een doos baklava naar Bemoeizorg. Hij zei dat zijn gezin „opnieuw geboren” was.

Samir herinnert zich weinig van de tijd dat hij rondzwierf. Wat hij nog weet, vergeet hij het liefst. Dat hij stemmen hoorde, soms maanden niemand sprak, zich schaamde voor zijn verschijning en omdat hij een puinhoop van zijn leven had gemaakt.

Samir liet zich vrijwillig opnemen in een psychiatrische instelling. Hij woont inmiddels zelfstandig, maar krijgt nog begeleiding. De 6.000 euro aan boetes uit zijn tijd als zwerver heeft hij zelf betaald. Hij werkt in een snoepfabriek. „Alsof ik de jackpot heb gewonnen.”

Het Team Bemoeizorg in het veiligheidshuis van Tilburg bestaat vijf jaar. Negen hulpverleners, van vijf hulporganisaties, hielpen vorig jaar ruim 300 mensen. Mensen die daar niet om hadden gevraagd. Veelal volwassenen met psychische klachten, in slechte fysieke conditie, met een reeks aan andere problemen, zoals verslaving of schulden. Mensen uit hun omgeving hadden Bemoeizorg gewaarschuwd. Buren, familie, wijkagent of huisarts. De meeste klanten zijn niet alleen zichzelf tot last.

Aan het prikbord in de werkruimte van Team Bemoeizorg hangen foto’s die herinneren aan oude klanten. Een woonkamer van twee zussen, bezaaid met 5.000 lege bierblikjes. Een wc waar de wc-pot vrijwel schuil gaat onder poep.

De kunst voor hulpverleners van Bemoeizorg is binnen te komen bij deze mensen. Door te blijven aanbellen, hoe vaak de deur ook voor hun neus wordt dichtgegooid. Door briefjes in de brievenbus te gooien. Waarom weigeren mensen hulp? Daar hebben ze een reden voor. Sommigen zijn stukgelopen op de hulpverlening. Wantrouwig. Zwaar teleurgesteld. Anderen schamen zich.

Contact maken. Hen laten praten. Goed luisteren wat ze nodig hebben. De weg banen naar de organisatie die hen kan helpen. In de gaten houden hoe het verder met ze gaat. Dat is bemoeizorg in het kort.

Niet elke ingreep van Bemoeizorg kent een happy end. Soms krijgt een medewerker geen voet tussen de deur, wat hij ook probeert. Soms vraagt hij om een rechterlijke machtiging tot gedwongen opname en wordt dat verzoek niet gehonoreerd.

En er is veel leed dat zich onttrekt aan het zicht van Bemoeizorg. Geesteszieken die geen overlast veroorzaken, maar een plaag zijn voor zichzelf. Ouderen die eerst de geraniums lieten verkommeren. Nu zijn ze zelf aan de beurt.

Dick Wittenberg